“Monsteronderzoek op locatie kan ons veel tijd en moeite besparen”

Het Douane Laboratorium wil z’n werkzaamheden meer en meer verplaatsen richting logistieke hotspots. Een beweging waar ook het bedrijfsleven baat bij heeft. 

Onlangs streken medewerkers van het Douane Laboratorium voor enkele dagen neer bij het Joint Inspection Center (JIC) op Schiphol. Met hun collega’s uit het fysieke goederentoezicht onderzochten zij hoe de zogenoemde satelliet-functie van het lab het beste kan worden ingevuld op de luchthaven. Doel is om op termijn meer materiaal- en productmonsters ‘in het veld’ te analyseren in plaats van in het ‘vaste’ lab in Amsterdam Sloterdijk. “Dat kan onze organisatie – en ook het bedrijfsleven – tal van voordelen opleveren.”

Mogen deze goederen de Europese Unie in of uit? Zijn ze misschien verboden, of moet er een vergunning bij worden overlegd? Moeten er douanerechten of accijns over worden betaald? En zo ja: hoeveel precies? Stuk voor stuk vragen die centraal staan in het dagelijkse douanewerk. En het antwoord is lang niet altijd makkelijk, al beschikt de gemiddelde douanier over heel wat vakkennis en ervaring. En al kan hij of zij aankloppen bij gespecialiseerde ‘vraagbaken’ en contactpersonen, die helemaal thuis zijn in bepaalde typen goederen. In lastige gevallen kan het Douane Laboratorium uitkomst bieden. Daar worden jaarlijks vele duizenden goederenmonsters – ingezonden vanuit alle douaneregio’s – onderworpen aan allerlei scheikundige analyses en natuurkundige proeven. Door hoogopgeleide (bio-)chemici, ondersteund door hypermoderne meet- en testapparatuur. Op die manier kan onomstotelijk worden vastgesteld wat de chemische samenstelling van een stof of artikel is. En dus of het ingrediënten bevat die bij wet verboden zijn. Of dat het in een bepaalde tariefgroep moet worden ingedeeld – belangrijk vanuit fiscaal-financieel oogpunt.

Dependances op logistieke hotspots
Het Douane Laboratorium beschikt naast zijn vaste (en onlangs volledig gerenoveerde) onderkomen al enige jaren over een bus. Die wordt bemand door wisselende groepjes chemici en kan naar believen worden gevuld met allerhande instrumenten voor chemische en fysische tests. Zo kan overal in het land het reguliere controlewerk van de Douane worden ondersteund. Denk bijvoorbeeld aan inspecties langs de weg op het oneigenlijk gebruik van accijnsvrije rode diesel door vrachtwagens. “Die bus noemden we wel ons Mobiele Lab”, vertelt Mariël Zwaagstra, wetenschappelijk medewerker van het Douane Laboratorium. “Maar die term gebruiken we eigenlijk niet meer. Nu hebben we het liever over de satelliet-functie van het laboratorium, en dat is een breder begrip. We willen namelijk toe naar een aantal kleine, min of meer vaste vestigingen op plekken waar veel logistiek verkeer is: satelliet-labs. Momenteel hebben we al een eigen ruimte bij het IMEC in Den Haag, een groot sorteercentrum van PostNL. Daar onderzoeken we internationale postzendingen op de aanwezigheid van vooral verdovende middelen, drugsprecursoren en illegale geneesmiddelen. Een soortgelijke werkplek zijn we aan het inrichten aan de Reeweg in de Rotterdamse haven, waar het zwaartepunt uiteraard ligt op zeevracht. Daarbij gaat het vooral om het fiscale aspect: klopt de goederencode die op de aangifte staat? Het betreft bijvoorbeeld vaak grote partijen keramieken en metalen goederen, die nogal eens tegen een te laag tarief worden aangegeven. En tijdens deze twee testdagen op het JIC kijken we wat voor hulpmiddelen we nodig zouden hebben om hier structureel twijfelachtige zaken uit luchtvrachtcontainers en koerierspakketten te analyseren. We zijn er met een aantal chemici en onze bus vol apparatuur, zodat we allerlei zaken kunnen oppakken.”

Minder tijdrovend
“Onze wens is dus om een deel van het laboratoriumwerk te verplaatsen naar logistieke hubs”, stelt Zwaagstra’s collega Marcel Heerschop. “Want analyses in het veld zijn vaak een stuk efficiënter. Een regulier onderzoekstraject via het lab kost aardig wat tijd: monsters moeten worden verzonden, ze worden bij ons ingeboekt en opgeslagen, daarna vindt het eigenlijke onderzoek plaats, dan wordt het resultaat vastgelegd in een rapport, en vervolgens wordt dat nog eens gecontroleerd door een scheikundige. En tot slot krijgt de controleambtenaar die het monster heeft opgestuurd de uitslag. Aan de Rotterdamse Reeweg hebben we al geconstateerd dat we niet alleen zo’n 50% van de monsters die gewoonlijk aan het Douane Laboratorium worden aangeboden ter plekke kunnen afhandelen, maar ook dat dit relatief snel en eenvoudig gaat. Je kunt immers vaak tussenstappen overslaan en direct testen. En wanneer je als lab-medewerker dan bijvoorbeeld vaststelt dat een goed niet correct is aangegeven, kun je ervoor kiezen om het meteen in het juiste tarief in te delen – uiteraard na overleg met een scheikundige. Ook registreren we bij de satelliet-aanpak minder, wat tijd scheelt. Al borgen we natuurlijk wel de kwaliteit van de vastlegging. Mocht een bedrijf bezwaar maken tegen de conclusie van een lab-analyse of iets dergelijks*, dan hebben we wel alle informatie over het betreffende goed, monster en onderzoek nodig.”

Zwaagstra: “Op locatie onderzoeken past bovendien binnen de gedachte van werken in de actualiteit, een van de speerpunten van de Douane. En voor bedrijven is het prettig als ze niet weken of maanden hoeven wachten op de uitkomst van een onderzoek. Tijd is geld, zeker in de logistiek. Toch zullen we in satelliet-labs nooit alle tests kunnen doen die we willen. Sommige zijn zo ingewikkeld dat we daarvoor zeer specifieke apparatuur en expertise nodig hebben, die alleen in Amsterdam voorhanden zijn.”

Voedingssupplement of medicijn?
Op het JIC wordt van de aanwezige chemici aandacht gevraagd voor onder meer voedingssupplementen. “Interessante materie voor de Douane, omdat er zowel fiscale als gezondheidsrisico’s aan kleven”, legt Zwaagstra uit. “Het komt voor dat supplementen worden aangegeven als geneesmiddelen, omdat daar het 0%-tarief voor geldt. Maar als zo’n product geen of onvoldoende werkzame bestanddelen bevat, is het  geen geneesmiddel en moet het zwaarder worden belast. Anderzijds gebeurt het dat medicijnen als supplement worden aangegeven, omdat een fabrikant douanecontroles op de Geneesmiddelenwet wil omzeilen. En dan kunnen er nog verboden en mogelijk schadelijke stoffen in zitten. Daar ligt dus een spanningsveld: we zien dat producenten soms de grenzen opzoeken. Niet voor niets leggen onze collega’s uit de controle ons nu verschillende zendingen voor waar ze vraagtekens bij zetten. Het mooie is, dat we ook meteen kunnen zien hoe zij de geneesmiddelen-app in hun werk gebruiken. Die app hebben we als Douane Laboratorium ontwikkeld, samen met een aantal vraagbaken en technici van het Mobile Competence Center van de Belastingdienst. Toezichtmedewerkers kunnen hiermee deels ook zelf medicijnen en aanverwante artikelen determineren. Dit soort dagen zijn goed voor onze interactie met het primair proces van de Douane: we kijken samen waar we zaken kunnen verbeteren, en leren van elkaar.”

Drugsvangst of loos alarm?
“Die wisselwerking zie je op diverse vlakken”, vult Heerschop aan. “Vandaag hadden we ook een paar cases op het gebied van verdovende middelen. Medewerkers van het JIC kwamen aan met een onlangs gestopte partij capsules uit de opslag. Ze hadden daar eerder zelf een kleurtest op gedaan, en die had aangegeven dat er amfetamine in zou zitten. Nadat ze de zending voor nader onderzoek aan het HARC-team* hadden aangeboden, hadden ze te horen gekregen dat er toch geen Opiumwet-middelen waren aangetroffen. Dat vonden ze toch een beetje vreemd, zeiden ze. Wij hebben de test van het HARC-team daarom voor ze herhaald met onze apparatuur, met hetzelfde resultaat. En we hebben ze uitgelegd dat de kleurtest – die veel wordt gebruikt binnen de Douane – nog wel eens een vals positief resultaat geeft. Dat was voor hen een eye opener.”

In een ander geval was het wel ‘raak’. Heerschop: “Collega’s kwamen met een zakje wit poeder, dat ze kortgeleden hadden ontdekt op scanbeelden van een motoronderdeel. Ook daarop was een kleurtest gedaan, en hier kwam uit dat het vermoedelijk om heroïne ging. We hebben het poeder nog eens geanalyseerd met twee technieken, en konden bevestigen dat het inderdaad heroïne betrof. Deze twee voorbeelden laten zien dat het heel handig kan zijn, als medewerkers van het douanelab met apparatuur ter plekke zijn. Je kunt dan snel schakelen.”

De moeite waard?
Heerschop en Zwaagstra zijn tevreden over de ervaringen op het JIC. “Net als bij het IMEC en aan de Reeweg in Rotterdam zien we hier een potentieel breed aanbod van monsters voor analyse”, zegt Zwaagstra. “Er lijkt dus genoeg te doen voor ons. Maar of we op Schiphol op termijn ook daadwerkelijk een eigen onderzoeksruimte gaan inrichten, is nog geen uitgemaakte zaak. Je moet zo’n satelliet-lab bemensen, er extra onderzoeksmiddelen voor aanschaffen… Dat kost allemaal geld, en de vraag is of die investering de moeite waard is. Daarover moet het management van de Douane beslissen.”

* De resultaten van de onderzoeken van het Douane Laboratorium steunen op de harde wetten van chemie en fysica. Aan de beschreven scheikundige samenstelling van monsters valt dan ook niet te tornen. Maar over de interpretatie daarvan – de vertaling naar douanewetgeving en bijvoorbeeld tariefindeling – valt vaak te discussiëren, op basis van subjectieve argumenten. Vandaar dat er soms langdurige bezwaar- en beroepsprocedures lopen tussen Douane en bedrijven over bijvoorbeeld goederencodes en de oorsprong van goederen.

 ** Het HARC-team is een samenwerkingsverband van Douane, FIOD, politie en Openbaar Ministerie, dat zich richt op de bestrijding van drugssmokkel.

Douane Laboratorium in cijfers
Het Douane Laboratorium heeft 86 medewerkers in dienst. Vorig jaar werden er in totaal zo’n 22.000 monsters onderzocht; in een derde van de gevallen werd een onregelmatigheid bevonden. Het werk is verdeeld over 25 gespecialiseerde clusters. Vooral de clusters Minerale oliën (4.881 monsters), Overige levensmiddelen en voedingssupplementen (1.490) en Verdovende middelen (1.162) hadden het druk in 2020.
Bron: Douane Lab Jaarverslag 2020

Deel dit bericht