Op waarde geschat

Wat is precies de waarde van een goed dat de EU binnenkomt? – het is een kernvraag in het werk van de Douane. En een lastige ook, volgens de mensen van het Landelijk Waarde Team.

Wat betaalt een ondernemer onderaan de streep precies voor goederen die hij van buiten de EU importeert? Kortgezegd is dat de vraag waar het in de dagelijkse praktijk van het Landelijk Waarde Team van de Douane telkens om draait. En die is niet altijd even makkelijk te beantwoorden, vertellen specialisten Ingrid Ramdjiawan en Jan Birkhoff – beiden lid van het team. “Want wat is een aannemelijke transactiewaarde van een goed? Eigenlijk is het wat de gek ervoor geeft. Toch is het steeds de uitdaging om een reëel bedrag te bepalen.”

Waarde is een sleutelbegrip in het werk van de Douane. Naast Oorsprong en Tarief vormt het een van de pijlers waarop de heffing van douanerechten steunt. Het is voor de Douane dan ook van groot belang om zicht te hebben op de juiste (transactie-)waarde van goederen, zodat de belastinggelden die worden geheven en worden afgedragen aan Brussel kloppen. Anderzijds is het voor bedrijven die zaken invoeren van buiten de Unie essentieel om in hun aangiften de volledige en correcte douanewaarde te vermelden. Dit kan correcties achteraf en naheffingen voorkomen.

“Wat de reële waarde van een goed is, valt soms moeilijk te zeggen”, begint Birkhoff. “Waar de ene partij 3.000 euro overheeft voor een bepaald product, wil een andere er misschien niet meer dan 1.000 euro voor betalen. En voor de Douane kan dit allebei ‘waar’ zijn. Dat maakt waarde een ingewikkeld onderwerp. Er zitten bovendien nog andere haken en ogen aan. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat ingevoerde goederen niet zijn gekocht maar geschonken. Is er dan sprake van een transactie, en van een bepaalde waarde? Ook kan vracht tijdens het transport beschadigd zijn geraakt. Is dan de oorspronkelijke waarde nog steeds van toepassing? En wat als bij een partij geïmporteerde producten sprake is van koop/verkoop binnen een multinational, dus tussen een moeder- en een dochteronderneming? Wordt dan een prijs gehanteerd die een onafhankelijke derde partij ook zou moeten betalen? Dat zijn zomaar wat factoren die meewegen in de beoordeling of een terechte douanewaarde is aangegeven.”

Complexe materie
Veel douaniers krijgen in hun werkzaamheden van alledag te maken met waarde, vooral medewerkers van Klantmanagement, Aangiftebehandeling en Bezwaar & Beroep. “In verreweg de meeste gevallen zijn onze collega’s in die processen prima in staat om zelf de juiste waarde te bepalen”, vertelt Ramdjiawan. “Zij hebben allemaal opleidingstrajecten op dit specifieke gebied gevolgd, en hebben uiteraard de nodige ervaring opgedaan. Daarbij is een uitgebreid onderdeel van het Handboek Douane gewijd aan dit onderwerp; hierin staat exact beschreven welke methodieken er zijn voor waardebepaling, en op welke elementen je je moet baseren. Niettemin zijn er situaties waarin dit toch wat lastiger is vast te stellen. Dan kan men voor ondersteuning aankloppen bij ons team. Wij kunnen medewerkers van andere afdelingen adviseren, bijvoorbeeld over welke methodes zij in specifieke gevallen kunnen hanteren. En we hebben de expertise in huis om zelf te onderzoeken en na te gaan wat de importeur precies heeft afgerekend bij een leverancier in het buitenland. Dat doen we vooral wanneer we met complexere technische materie te maken hebben.”

“Bij het bepalen of de aangegeven waarde van goederen juist en volledig is, kijken we eerst naar de gefactureerde prijs”, gaat Ramdjiawan verder. “Maar daarnaast zijn er zaken die de afnemer apart afrekent en die vaak moeten worden bijgeteld, zoals kosten voor research & development en vervoer tot aan de grens van de Unie, of royalty’s. Het is zaak om de afzonderlijke facturen daarvoor boven tafel te krijgen. Wij hebben hiertoe een accountant en controlemedewerkers binnen ons team die de administraties van bedrijven tot in detail kunnen doorgronden. Niet zelden echter moet er aanvullende informatie uit het buitenland komen. Bedrijven kunnen die zelf aanleveren, maar het komt ook voor dat wij zelf documenten opvragen bij zusterorganisaties over de grens – via wederzijde bijstand, zoals wij dat noemen.”

Weinig procedures
Als de Douane twijfels heeft bij de aangegeven waarde van goederen, is het aan de belanghebbende om aan te tonen dat de gegevens op de aangifte stroken met de werkelijkheid. “Wanneer wij vervolgens niet meegaan in diens verklaring, dan kunnen we de waarde volgens de wet aanpassen: verhogen tot een niveau dat realistisch en acceptabel is. Een consequentie kan zijn dat er met terugwerkende kracht uitnodigingen tot betaling van invoerrechten worden opgelegd. Is een bedrijf het hier niet mee eens, dan kan het bezwaar en beroep aantekenen. Maar eigenlijk wordt over douanewaarde relatief weinig geprocedeerd, zo is onze ervaring. Dat heeft vooral te maken met het feit dat ondernemers in de regel zekerheid vooraf willen hebben over de hoogte van de te hanteren waarde. Zij of hun adviseurs nemen dan voorafgaand contact met ons op hoe ze een en ander moeten berekenen, zodat ze later niet voor verrassingen komen te staan. Wij zien ook dat marktpartijen doorgaans willen betalen wat ze moeten betalen, als de concurrent maar hetzelfde afdraagt in gelijke gevallen.”

Ramdjiawan: “Bovendien geven we als dienst voorlichting over actuele ontwikkelingen op dit gebied. Als er bijvoorbeeld nieuws valt te melden over de waardebepaling van zekere groepen producten, dan communiceren we dat met de koepelorganisaties via het Overleg Douane Bedrijfsleven.”

Eén lijn binnen Europa
“Zoals gezegd doet ons Landelijk Waarde Team dus zelfstandig onderzoek, als dat nodig is; we staan met één been in de praktijk van de controles”, zegt Birkhoff. “En met de andere in de juridische component van ons werk: het interpreteren van EU-wetgeving en -jurisprudentie – dit alles valt onder het Douanewetboek van de Unie. We doen dat overigens samen met experts van het Douane Landelijk Kantoor en het ministerie van Financiën. Dat wij als specialistisch team zicht hebben op zowel beleid als uitvoering, maakt ons uniek binnen Europa en biedt ons grote voordelen. We zijn daardoor in staat om snel te beoordelen of een wet toepasbaar is in de praktijk van alledag, en om – als het wringt – te bezien wat een goede oplossing is.”

Birkhoff zit zelf enkele malen per jaar namens Nederland in het comité Douanewaarde in de Belgische hoofdstad. “Met collega’s uit alle lidstaten bespreken we dan hoe bepalingen uit het DWU waarover verschil van inzicht bestaat, moeten worden uitgelegd. Het is immers van belang dat we de wet overal op dezelfde manier vertalen en zo een level playing field creëren binnen de Unie, anders heeft de handel daar last van. Als we op één lijn komen, wordt dat openbaar gemaakt in een guidance die wordt gepubliceerd op de website van de Europese Commissie. Zo kan iedereen zien wat er over een bepaald onderwerp is besloten, en wat het standpunt van de EU is.”

Overal zit handel in
Een casus die recentelijk nog ter besluitvorming in Brussel voorlag, draaide om huishoudelijk afval dat vanuit het Verenigd Koninkrijk naar het Europese vasteland wordt vervoerd om hier te worden vernietigd. “Het is een zaak die wij als Nederlandse douane op de agenda hebben gezet”, vertelt Ramdjiawan. “We kregen vanuit diverse van onze regio’s de vraag, hoe we hiermee na Brexit moeten omgaan – iets waarover ook afvalverwerkers zich achter de oren krabden. Nu nog is dit afval een vrij goed, want het betreft intra-EU-verkeer. Straks wordt het materiaal ingevoerd van buiten de Unie, in het vrije verkeer gebracht en vervolgens tegen vergoeding verbrand. Daarmee wordt het een economische stroom die fiscaal belast is. De kwestie is alleen hoe de waarde ervan moet worden bepaald. Het afval wordt namelijk niet verkocht, dus is van een transactie of een kostprijs geen sprake. Wij hebben als Nederland dit probleem ingebracht in het Brusselse overleg met de andere lidstaten. Uiteindelijk is gezamenlijk vastgesteld dat met toepassing van de zogenoemde fall-back-methode (zie kader, red.), de douanewaarde bij invoer in bepaalde gevallen een symbolische één euro per eenheid afval zou kunnen zijn. Die uitkomst is inmiddels vastgelegd in een nieuw commentaar, dat in het Compendium Douanewaarde van de Europese Commissie zal worden verwerkt. Dit compendium biedt guidance aan de lidstaten.”

“Een voorbeeld als dit laat wel zien dat ons team bij de meest uiteenlopende zaken betrokken is, en dat het aspect waarde echt bij van alles en nog wat komt kijken”, besluit Birkhoff. “Simpelweg omdat overal handel in zit – zelfs in afval.”

Landelijke teams in de schijnwerpers
Douane Nederland telt verschillende landelijke teams en units, die zich stuk voor stuk toeleggen op specifieke taken en zeer specialistische expertise in huis hebben. Als kennis- en adviescentra ondersteunen ze de douaneregio’s, en vaak ook (direct of indirect) douaneklanten. Sommige van deze organisatieonderdelen (zoals de Centrale Dienst In- en Uitvoer, de Centrale Unit Accijnzen en de Nationale Helpdesk Douane) kwamen al eens of meermaals aan bod in Douane inZicht, andere kregen tot nu toe minder aandacht. Van die laatste groep belichten we er in dit nummer vijf: onze landelijke teams die zich bezighouden met respectievelijk waarde, tariefindeling, oorsprong, zuivering en zekerheid.

Methoden voor waardebepaling
Douanediensten binnen de EU hanteren dezelfde manieren om de douanewaarde van ingevoerde goederen vast te stellen, in een standaard, hiërarchische volgorde. Deze worden hieronder op hoofdlijnen uitgelegd. (Voor uitgebreidere informatie: zie artikelen 70 en 74 DWU – nader uitgewerkt in de artikelen 128, 141 tot en met 144 UVo.DWU.)

  1. Transactiewaarde van de goederen
    De douanewaarde wordt bepaald op basis van de prijs tussen verkoper en koper (waar nodig aangepast met elementen van artikel 71 en 72 DWU).
  2. Transactiewaarde van identieke goederen
    De douanewaarde wordt bepaald op basis van de transactiewaarde van identieke goederen.
  3. Transactiewaarde van soortgelijke goederen
    De douanewaarde wordt bepaald op basis van de transactiewaarde van soortgelijke goederen.
  4. Aftrekmethode
    De douanewaarde wordt bepaald op basis van de prijs (transactiewaarde van de goederen, dan wel van identieke of soortgelijke goederen) van de eerste (door-)verkoop aan niet-verbonden kopers ná invoer (aangepast met een aantal elementen).
  5. Methode van de berekende waarde
    De douanewaarde wordt bepaald op basis van de kostprijs van het goed, winst en vervoerskosten.
  6. Fall-back-methode (methode van redelijke middelen)
    De douanewaarde wordt bepaald door soepele toepassing van een van de bovenstaande vijf methoden, en anders via ‘andere passende methoden’.

In de meeste gevallen wordt de douanewaarde vastgesteld aan de hand van de transactiewaarde-methode. Vaak is dan vóór het in het vrije verkeer brengen van de goederen een verkoopovereenkomst gesloten, waarna de vracht naar het douanegebied van de Unie wordt gebracht.

Deel dit bericht