“We willen drugs zo dicht mogelijk bij de bron bestrijden”

Kim Kuipers, handhavingsregisseur met als specialisme verdovende middelen, over de aanpak van de narcoticasmokkel.

In opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid handhaaft de Douane de Opiumwet. Volgens handhavingsregisseur Kim Kuipers maakt internationale samenwerking de uitvoering van die taak makkelijker. “We wisselen wereldwijd waardevolle informatie uit, waardoor we meer verdovende middelen onderscheppen.”

“De focus binnen het dossier drugsbestrijding ligt al van oudsher vooral op inkomende cocaïne uit Latijns-Amerika, en sinds enkele jaren nadrukkelijk ook op uitgaande synthetische drugs”, aldus Kuipers. “Onze taak is te voorkomen dat die troep de Europese grens overkomt, en te zorgen dat het buitenland niet wordt opgezadeld met de rommel die in ons land wordt geproduceerd. De prioriteiten binnen onze handhaving bepalen we in goed overleg met onze beleidscollega’s van J&V. Ik praat hen jaarlijks meermaals bij over wat wij tegenkomen bij controles, en eventuele trends die we signaleren; zij schetsen vooral het politieke spectrum waarin zij acteren. Momenteel zijn de spotlights gericht op met name de ondermijningsagenda van minister Grapperhaus: overheidsbreed optreden tegen de georganiseerde misdaad, en de aanpak van criminele inkomstenbronnen in het bijzonder. Het is mooi dat wij hieraan met onze specifieke kennis en ervaring een bijdrage kunnen leveren. Samen met partners als het Openbaar Ministerie en de politie zijn we in staat steeds effectiever te opereren.”

“In 2019 zagen we een behoorlijke procentuele toename van het aantal coke-vangsten en de hoeveelheid onderschepte kilo’s – vooral in de Rotterdamse haven. Dat is deels te verklaren door onze informatiepositie, die steeds beter wordt. De afgelopen jaren hebben we de banden aangehaald met onder meer onze zusterorganisaties. Zoals met de Belgische en de Braziliaanse douane – in het laatste geval speelt onze eigen attaché in Brasilia een voorname rol. We wisselen over en weer veel waardevolle gegevens uit, en dat werpt z’n vruchten af. Wereldwijd investeren in contacten loont kortom.”

“De collega’s in Zuid-Amerika hebben aangegeven onze first line of defense te willen zijn. Dat houdt in dat zij zich inspannen om smokkelnetwerken al in een vroeg stadium te ontmantelen – op hun eigen grondgebied dus, en zo dicht mogelijk bij de productie- en distributiebasis. Op die manier lijkt de kans het kleinst dat cocaïne de kades van onze havens bereikt.
Andersom proberen wij als Nederlandse douane eenzelfde rol te vervullen als het gaat om synthetische drugs. We willen niet dat exportzendingen met hier gefabriceerde pillen en poeders in hun land van bestemming aankomen, maar hier – aan de voorkant – die partijen stoppen. Het lastige is dat handelaren hun spullen veelal verzenden via de post; je praat over vele duizenden enveloppen en pakketjes. Die stroom steviger in de greep krijgen is een uitdaging, maar lukt gelukkig steeds beter. De voorbije paar jaar hebben we het aantal gerichte controles bij post- en koeriersbedrijven misschien wel vertienvoudigd. We zullen echter niet alleen meer maar ook slimmer moeten inspecteren. Daarom zetten we zwaar in op innovatieve scan- en detectietechnologieën. We denken dat zelfdenkende software en algoritmes ons gaan helpen om verboden waar in brief- en pakketpost beter en sneller te herkennen.”

Dit interview werd eerder gepubliceerd in het jaaroverzicht ‘Douane Nederland in 2019’.

Navigeer verder en lees ook ‘Crystal meth en ketamine tussen de kippenpoten’.

Deel dit bericht