“Wie geen melding maakt van een verdachte levering, overtreedt de wet”

Accountmanager bij team POSS Laura Verborg over de aanpak van misbruik van chemicaliën voor de productie van verdovende middelen.

In opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport handhaaft de Douane de Wet voorkoming misbruik chemicaliën. Laura Verborg, accountmanager van team POSS en dossierhouder Precursoren, over de strijd tegen ongewenste toepassing van chemische stoffen. “Het gaat vooral om het in kaart brengen en monitoren van de handel.”

“Precursor betekent letterlijk voorloper”, legt Verborg uit. “De term staat voor chemicaliën die kunnen worden gebruikt als grondstof bij de productie van chemische wapens of verdovende middelen. Meestal gaat het echter juist om stoffen die voor legale doelen worden gemaakt en geleverd. Daarom is toezicht op de bonafide handel zo belangrijk, want hiermee beoogt de wetgever misbruik van die stoffen te voorkomen. De veertien bijzondere opsporingsambtenaren binnen ons cluster houden zich hiermee bezig. Voor wat betreft de drugsprecursoren, is VWS opdrachtgever. Eén van de belangrijkste verplichtingen staat in artikel 2 van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën: ondernemers die iets ongewoons opmerken binnen de chemicaliënhandel, moeten dit melden bij de hiertoe bevoegde instantie. In praktijk is dat een meldpunt voor ongebruikelijke transacties, beheerd door de FIOD. Zo zijn marktdeelnemers verplicht om een melding te doen, als klanten contant afrekenen, geen factuur willen of de goederen in kwestie niet laten leveren maar zelf ophalen. Laat een bedrijf na dit te melden, dan overtreedt het de wet. Dat is één van de aspecten waarop wij controleren.”

“De wet kent vier categorieën chemicaliën. De eerste twee zijn het meest risicovol, en daarom is de handel hierin gebonden aan strenge regels. Het gaat om stoffen die direct of al na een minieme bewerking inzetbaar zijn als grondstof voor synthetische drugs. Bijvoorbeeld BMK en PMK – gebruikt voor respectievelijk amfetamine en XTC – die vallen onder categorie 1. Bedrijven die stoffen van categorie 1 of 2 onder hun hoede hebben, moeten beschikken over een activiteitenvergunning of registratieverklaring. Als een onderneming zo’n vergunning of verklaring aanvraagt, doet ons team eerst een integriteitsonderzoek. Geven wij akkoord, dan verstrekt de CDIU** de bewuste vergunning. De betreffende goederen mogen vervolgens alleen worden geleverd aan partijen die ook staan geregistreerd. De chemicaliën die wij in ons werk het vaakst tegenkomen, vallen echter in categorie 3. Denk aan onder meer aceton, zwavelzuur en zoutzuur – in bulk geproduceerd en geïmporteerd en massaal verbruikt voor gangbare toepassingen, maar ook op grote schaal misbruikt als hulpstof bij drugsvervaardiging. Het toezicht op deze stoffen wordt bemoeilijkt, doordat de handel – behalve bij uitvoer – niet is gereguleerd. Als dat zo zou zijn, zou de chemische sector niet kunnen bestaan.”

“Wij houden toezicht op een pyramide van bedrijven binnen de chemicaliënbranche. De top bestaat uit producenten en importeurs, de brede basis uit vele duizenden kleine handelaren. Zoals de winkelier op de hoek, die wat flesjes tuinonderhoudsmiddelen verkoopt die onder de wet vallen. Wij beheren een bestand van al die ondernemingen, waarbinnen we zogenoemde actieve en passieve klanten onderscheiden. Onze aandacht gaat met name uit naar de circa 2.000 actieve klanten, gezien de volumes en de aard van de stoffen die zij fabriceren en verhandelen. Deze partijen krijgen standaard ongeveer eens in de vijf jaar van ons een controlebezoek. Die frequentie kan worden opgevoerd, als een bedrijf eerder in overtreding is geweest, of als het producten voert die een verhoogd risico met zich meebrengen. Los van het reguliere toezicht kunnen wij onderzoeken starten op basis van aanwijzingen van derden, zoals onze collega’s van het FIOD-meldpunt. Wanneer zij om enige reden niet zelf acteren op bepaalde signalen, kunnen ze ons vragen die op te pakken. Daarbij hebben wij altijd de mogelijkheid om te schakelen van toezicht naar opsporing. Hiervoor kan ook een andere aanleiding zijn. Bijvoorbeeld dat bij de ontdekking van een drugslab vaten chemicaliën zijn aangetroffen met daarop etiketten van een bepaalde handelaar. Wij proberen dan via backtracking in kaart te brengen hoe de keten van leveringen is geweest.”

“Als onze medewerkers een overtreding constateren, dan melden ze dat bij mij. Ik neem in zo’n geval direct contact op met het Openbaar Ministerie, en overleg met de officier van justitie wat de consequenties zijn voor de onderneming. Is het de eerste keer dat deze de fout ingaat, dan komt men meestal weg met een waarschuwing. Bij herhaling zal het OM aansturen op een strafrechtelijk onderzoek, en dan stellen onze mensen meteen een proces-verbaal op. Aan het einde van zo’n traject wacht het bedrijf doorgaans een fikse boete.”

* POSS: Precursoren, Strategische goederen en Sanctiewetgeving

** CDIU: Centrale Dienst In- en Uitvoer

Dit interview werd eerder gepubliceerd in het jaaroverzicht ‘Douane Nederland in 2019’.

Navigeer verder en lees ook ‘De ene ongebruikelijke transactie na de andere’. 

Deel dit bericht