“Iedere douanier moet een ambassadeur van onze dienst kunnen zijn”

Een kennismaking met de kersverse directeur Handhavingsbeleid van de Douane, Arno Kooij. Voor welke uitdagingen staat de dienst, en welke oplossingen liggen in het verschiet?

Een douaneman in hart en nieren – die typering past Arno Kooij perfect. De kersverse directeur Handhavingsbeleid leerde in zijn lange loopbaan het douanewerk in al z’n verscheidenheid kennen. Zo was hij medewerker Fysiek Toezicht in de Rotterdamse haven, risicoanalist bij het Centraal Punt Accijns, teamleider en directeur van de beide Rotterdamse douaneregio’s – Haven en Rijnmond. De afgelopen jaren combineerde Kooij het directeurschap van die laatste regio met dat van het Douane Landelijk Tactisch Centrum (DLTC), de landelijke risicobeheersingsorganisatie van de Douane. “Wij moeten transparant zijn over de handhavingsvraagstukken die spelen en de keuzes die wij samen met onze opdrachtgevers maken.”

Kooij begon op 1 december 2019 als directeur Handhavingsbeleid, en plaatsvervangend algemeen directeur Douane. Met veel plezier schuift hij aan voor dit vraaggesprek met Douane inZicht, maar hij houdt wel een slag om de arm: “Ik wil me in dit stadium niet vastpinnen op harde standpunten en concrete doelen. Uiteraard ben ik door mijn werk bij het DLTC redelijk goed op de hoogte van een aantal vraagstukken die spelen op het vlak van handhaving. Maar ik wil eerst het gesprek aangaan met allerlei collega’s binnen de Douane, om te beginnen de medewerkers van Handhavingsbeleid zelf. In mijn nieuwe functie heb ik bovendien te maken met de buitenwereld: Brussel, Den Haag, het bedrijfsleven, andere handhavingsdiensten… Al die stakeholders zijn in meer of mindere mate betrokken bij de invulling en uitwerking van ons handhavingsbeleid. Ook met hen moet ik nog om de tafel.”

Voor zijn collega’s werkzaam in de handhaving binnen de douaneregio’s is Kooij bepaald geen onbekende. In zijn vorige functies hield hij zich geregeld bezig met handhavingskwesties, variërend van douanetoezicht op de Waddenzee en accijnscontroles in het binnenland tot de problematiek rond de Nederlandse mainports. Maar in zijn nieuwe rol krijgt hij meer dan ooit te maken met de beleidsmatige vraagstukken van morgen. Voor welke uitdagingen staat de Douane, welke oplossingen liggen in het verschiet en welke keuzes moeten in de handhaving worden gemaakt?

Zelflerende algoritmes
Kooij signaleert diverse trends die van invloed zijn op het handhavingsbeleid van de Douane. “De belangrijkste tendens is innovatie, of specifieker de opkomst van data analytics. Data-gedreven en risicogericht toezicht is een van de meest effectieve methoden voor het beheersbaar houden van de enorme volumestijging waarmee douanediensten wereldwijd te maken hebben. De groei van het aantal aangiften – door onder meer e-commerce – stelt de Douane voor grote uitdagingen. Daarom werken wij, samen met veel anderen, hard aan de ontwikkeling van autodetectie van data en goederen, oftewel het geautomatiseerd verwerken en analyseren van aangifte- en andere data en scanbeelden op mogelijke risico’s. Het gaat in dit verband om systemen die met behulp van kunstmatige intelligentie afwijkingen herkennen in goederen- en gegevenspatronen. Deze maken gebruik van zelflerende algoritmes, die aan de hand van grote hoeveelheden data voorspellingen, oplossingen en conclusies kunnen produceren. Er komt een andere balans tussen mens en machine, ook bij handhavingsdiensten als de Douane. En de kunst is natuurlijk om de inzichten die data analytics biedt te verbinden met de kennis van onze douanemedewerkers. In dit samenspel zit de meerwaarde.”

Met de inzet van kunstmatige intelligentie is de Douane in de toekomst nog beter in staat om zendingen uit de massa de juiste aandacht te geven, verwacht Kooij. “Een voorwaarde daarvoor is echter ook dat de kwaliteit en betrouwbaarheid van de aangiftedata hoog is. Allereerst is het zaak dat bedrijven aandacht besteden aan het juist en volledig invullen van de gegevens op hun aangiften ten invoer of uitvoer. Een tweede stap is het veredelen en combineren van de eigen douanegegevens met data uit externe bronnen, zoals logistieke platformen. Hoe meer wij beschikken over deugdelijke data aangaande zendingen en bedrijven, hoe beter wij in staat zijn om aanwijzingen voor onregelmatigheden geautomatiseerd te onderkennen en te analyseren.”

Breder podium
Naast innovatie is ook de verdere uitbouw van de samenwerking met externe partijen een speerpunt in het handhavingsbeleid van de Douane. Kooij: “Wij zijn voortdurend in gesprek met onze partners in de handhavingsketen, zoals de politie, de Koninklijke Marechaussee en inspectiediensten. Die bundeling van krachten zoeken wij ook over de grens, zoals met andere douanediensten en het Europese fraudebureau OLAF. Waar mogelijk treden we gezamenlijk op, delen we best practices, wisselen we informatie uit en ondersteunen we grensoverschrijdende acties. Maar de Douane werkt ook nauw samen met academische instellingen. Zij helpen ons bij het bedenken, ontwikkelen en testen van slimme oplossingen voor onze handhavingsvraagstukken*. En als we het hebben over de intensieve contacten die de Douane onderhoudt met het bedrijfsleven, kom ik natuurlijk in een gespreid bedje terecht. Met ons reguliere Overleg Douane Bedrijfsleven – ODB – lopen wij in Europa voorop. Daarop wil ik voortbouwen.”

Een andere ontwikkeling die Kooij wil benoemen, is de verzakelijking van het opdrachtgever- en opdrachtnemerschap. “Ons handhavingsbeleid, waaronder een strategische meerjarenvisie, stellen wij vast in samenspraak met onder meer onze opdrachtgevende departementen. Datzelfde geldt voor de prioriteiten die de Douane stelt in zijn jaarlijkse Handhavingsplan. De keuzes voor het inzetten van onze toezichtcapaciteit bepalen we dus steeds in een open dialoog met die beleidsministeries.”

Nog een trend op handhavingsgebied is de toenemende betekenis van ‘Brussel’ en de Europese instellingen. “Europa wordt steeds meer het podium waarop de afzonderlijke handhavingsdiensten van de lidstaten gezamenlijk acteren. Die samenwerking aan de voorkant is bijvoorbeeld noodzakelijk om een waterbed-effect bij smokkel en drugshandel te voorkomen. Maar ook de aanpak van bijvoorbeeld de grensoverschrijdende btw-fraude en de illegale handel in accijnsgoederen is gebaat bij internationale krachtenbundeling. Ook met het oog op eerlijke marktwerking en concurrentie.”

Versterking aanpak ondermijning
Een actueel vraagstuk dat de volle aandacht vraagt van Kooij is ondermijning. “Het kabinet heeft onlangs een breed pakket aan preventieve en repressieve maatregelen aangekondigd om met name de illegale drugsindustrie en de innesteling ervan in woonwijken, buitengebieden en legale sectoren hard aan te pakken. Eén van de plannen is de oprichting van een Multidisciplinair Interventie Team – MIT – bij de landelijke eenheid van de politie. Dit interventieteam bestaat uit verschillende specialisten op het gebied van intelligence en digitale, financiële en internationale opsporing van onder meer politie, FIOD en Koninklijke Marechaussee. Ook de Douane is in dit team vertegenwoordigd. Het MIT zet in op het afbreken van machtsposities van criminele kopstukken en hun facilitators, het verstoren van ondermijnende bedrijfsprocessen en het opwerpen van barrières voor misbruik van de legale economie en infrastructuur. De aanpak is intelligence-gedreven en gericht op het blootleggen van criminele geldstromen en het afpakken van crimineel vermogen.”

Voor het bestrijden van de ondermijnende criminaliteit stelt de Douane de komende jaren extra middelen en capaciteit ter beschikking. “Het gaat om een forse uitbreiding van wat we nu al doen”, licht Kooij toe. “Zo gaan we de bestaande samenwerkingsverbanden in de handhavingsketen verbreden en verdiepen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de programma’s Integere Haven Rotterdam en Integere Luchthaven Schiphol, en de Regionale Informatie en Expertisecentra – kortweg RIECs. Als dienst willen we vanuit onze basistaken een bijdrage leveren. Maar voor het vergroten van onze slagkracht in de strijd tegen ondermijning is het ook van belang om onze informatiepositie te versterken.”

Medewerkers meenemen
Voor Kooij is het belangrijk om transparant te zijn over de vraagstukken die bij handhaving spelen en de keuzes die in het beleid worden gemaakt – ook intern. “We moeten onze medewerkers meenemen in de uitgezette koers, in onze ambities en plannen: waar gaan we voor, waar staan we voor, en wat verwachten we van jullie? Daarnaast moeten we naar hen luisteren: waar zijn jullie trots op, en waar liggen jullie zorgen? Zo zorgen we ervoor dat iedereen verbonden blijft bij de dienst, en een ambassadeur van onze organisatie kan zijn. Uiteindelijk zijn professionele, capabele en betrokken medewerkers onmisbaar voor een toekomstbestendige Douane.”

* Zie ook het artikel ‘De waarde van wetenschappelijk onderzoek’ elders in dit nummer.

Deel dit bericht