De waarde van wetenschappelijk onderzoek

De Douane is vanouds betrokken bij allerhande researchtrajecten in binnen- en buitenland. Welke projecten lopen er momenteel, en wat moeten deze opleveren?

Met de komst van de zogenoemde Onderzoeksagenda laat de Douane andermaal zien serieuze ambities te koesteren op het wetenschappelijke vlak. Hoofd handelsrelaties Frank Heijmann en twee betrokken hoogleraren over de samenwerking tussen de Douane en de universitaire wereld. “Dit programma vertaalt zich in versterking van de handhaving én directe benefits voor het bedrijfsleven.”

“Onderzoek geeft ons de kans om in een neutrale setting met wetenschappelijke instituten en de industrie gewenste innovaties te verkennen en te ontwikkelen, zonder dat de Douane in een directe klant-relatie staat met de marktpartijen die meedoen”, begint Heijmann. “Op die manier hopen we onder meer een betere balans tussen handhaving en handelsfacilitatie te bereiken – een belangrijk element binnen onze visie Grensverleggend. De Onderzoeksagenda biedt een meerjarenplanning met vraagstukken die het verdienen te worden onderzocht in het kader van de realisatie van die visie. Onze Coördinatiegroep Innovatie houdt deze agenda bij, en beoordeelt onder meer wensen voor onderzoek. Het MT Douane beslist over eventuele deelname.”

Toegepast en fundamenteel onderzoek
De Douane is altijd heel praktijkgericht geweest, vervolgt Heijmann. “We gingen van oudsher voor hands-on, toegepast onderzoek, zodat we direct aan de slag konden met de resultaten. De financiering van dit type research vanuit de Topsector Logistiek vindt plaats via Connekt, een uitvoeringsorganisatie van het ministerie van I&W, op voordracht van het Overleg Douane Bedrijfsleven. Dit overleg vormt de stuurgroep voor de activiteiten onder de roadmap Trade Compliance en Border Management van de Topsector Logistiek. Een mooi resultaat van toegepast onderzoek is bijvoorbeeld het rapport Economic Benefits of Customs, waarbij de focus lag op de toegevoegde waarde van de prestaties van douaneautoriteiten voor de economie. Daarnaast kennen wij fundamenteel onderzoek, waarbij bijvoorbeeld promovendi zich in een wetenschappelijk vraagstuk verdiepen onder leiding van een hoogleraar. Bijkomend voordeel hiervan is dat studenten al tijdens hun opleiding kennismaken met onze dienst. Dat maakt ons zichtbaarder op de arbeidsmarkt.”

Harmonisatie van wetgeving en procedures
Het in november gestarte traject Harmonization regulation for cross border movement of goods is hiervan een goed voorbeeld. Dit onderzoek, belegd bij de Erasmus Universiteit Rotterdam, staat in het teken van de mogelijkheden om wetgeving met betrekking tot grensoverschrijdend goederenverkeer te harmoniseren. Heijmann: “Er zijn talloze wetten en regels, nationaal en Europees, waaraan goederen moeten voldoen zodra ze de grens over gaan. En die hebben vaak hun eigen definities. Zo heeft de een het over binnenbrengen in de Douane-unie, hanteert de ander het begrip op de markt brengen, en spreekt weer een ander van invoer of in het vrije verkeer brengen… Die verschillende definities maken het voor iedereen best lastig. Insteek van het onderzoek is doublures in procedures van de verschillende handhavingsorganisaties te voorkomen en dezelfde datastromen optimaal te hergebruiken. Op die manier hoeven formaliteiten bij grensoverschrijding maar één keer te worden vervuld, waarmee we de regeldruk verlagen en de handel nog beter kunnen faciliteren.”

Alternatieve heffingsmodellen
Daarnaast start aan de Rijksuniversiteit Leiden een vierjarig onderzoek – net als de twee Rotterdamse gefinancierd door TKI Dinalog – naar alternatieve aangiftemodellen voor de BTW op e-commerce-goederen: Revising VAT in global E-commerce. “Het is gericht op een ijking van de Europese BTW-wetgeving rond internetaankopen bij invoer, die per 2021 in werking treedt”, stelt Heijmann. “De aanname daarvan is dat de hoeveelheid platforms en fulfilment-bedrijven veel kleiner en beter te beheersen is dan het aantal in derde landen gevestigde leveranciers van e-commerce. Deskundigen plaatsen echter kanttekeningen bij de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de regelgeving. Het onderzoek richt zich onder meer op de impact van alternatieve heffingsmodellen en de bijbehorende juridische implicaties.”

Voor de Douane kan dit type onderzoek bijdragen aan de beïnvloeding van de Europese wetgevingsagenda op de lange termijn, aldus Heijmann. “De uitkomsten van genoemde wetenschappelijke onderzoeken bieden hopelijk een goede onderbouwing om bij de Europese Commissie voorstellen in te dienen voor een mogelijke aanpassing en verbetering van wetgeving en procedures. Overheid en bedrijfsleven moeten hier beide van profiteren.”

Gouden driehoek
De wetenschap zelf kan zich in deze aanpak vinden. Yao-Hua Tan, hoogleraar Informatie en Communicatie Technologie aan de TU Delft: “Ik ben zeer verheugd dat de Douane zijn ambities in een Onderzoeksagenda heeft gegoten. Maar los van wat ik er persoonlijk van vind: het programma is productief, vertaalt zich in directe benefits voor het bedrijfsleven. En de buitenwacht ziet dat die ‘gouden driehoek’ van ondernemers, overheden en onderzoekers ertoe leidt dat Nederland qua trade facilitation voorloopt op andere landen. Die leidende positie zie je ook terug in verschillende ranglijsten, zoals de Logistics Performance Index en Doing Business.”

Albert Veenstra, scientific director bij TKI Dinalog en hoogleraar Trade Facilitation & Logistic aan de TU Eindhoven, sluit zich daarbij aan. “De interesse voor innovatieve oplossingen bestond al langer binnen de Douane. De Onderzoeksagenda beschouw ik dan ook als een voortzetting van het beleid dat de dienst al zo’n 15 jaar voorstaat. De laatste tijd zien we een verschuiving van toegepast naar wetenschappelijk onderzoek, en dat hoeft zich niet te beperken tot ICT-vraagstukken.”

Werk aan de winkel
De beantwoording van sommige vragen vergt de lange adem van fundamenteel onderzoek. Tan: “Er is echt een verdiepingsslag nodig, wil je concepten als data analytics en de data pipeline doorontwikkelen. Wat het laatste fenomeen betreft, zijn er tot nu toe vooral casebeschrijvingen gedaan. Nu is het tijd voor onderzoek naar onderliggende ontwerpprincipes van de data pipeline: is de meest geschikte IT-architectuur nu service oriented, of kunnen we beter kiezen voor blockchaintechnologie? En hoe organiseer je de security daarvan?”

“Pilots zoals die van RoyalFlora Holland binnen het CORE-programma, of die rond het verzegelen van Unie-douanevervoer op Schiphol, leveren allerlei nuttige inzichten op”, zegt Veenstra. “Maar hoe haal je nu meer rendement uit zo’n proefproject, zorg je ervoor dat zo’n vernieuwende aanpak in de reguliere processen kan worden ingebed? De bottleneck zit ’m vaak aan de operationele kant: afdelingen die hun handen al vol hebben aan hun eigen takenpakket, of een tekort aan budget. Dat maakt het dus eerder een organisatorisch dan een innovatief vraagstuk. Maar ook dat is voor de academische wereld een interessante uitdaging.”

Tan herkent die uitdaging. “Om het toe te spitsen op data analytics: hoe kun je een innovatief algoritme in de bestaande IT inbedden, en wat betekent dit voor medewerkers? Bij risico-analyse zijn het nu nog experts die de cruciale beslissingen nemen. Stel dat je hen gaat ondersteunen met slimme neurale netwerken. Deze kunnen geen begrijpelijke uitleg leveren voor het hoe en waarom van hun beslissingen. Hoe maak je dan de uitkomst van hun rekenwerk acceptabel voor de experts? In het verlengde daarvan: data analytics biedt ook de mogelijkheid om snel een grote hoeveelheid publieke bronnen te raadplegen. Bijvoorbeeld om de betrouwbaarheid van een afzender te checken – iets waarvoor een douanemedewerker de tijd niet heeft. Met name voor e-commerce kan dit een uitkomst zijn. Maar ook hier is de vraag: hoe incorporeer je dat in de bestaande werkwijze, zorg je ervoor dat medewerkers er snel en efficiënt mee uit de voeten kunnen? Er is voor ons dus nog genoeg werk aan de winkel.”

Onderzoek onder verschillende paraplu's
Veel van de wetenschappelijke projecten waarbij de Douane is betrokken, vallen onder ISCOM (Innovation in Supply Chain Compliance). Dit meerjarenprogramma is opgesteld door het Overleg Douane Bedrijfsleven (ODB) en wordt gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Binnen Nederland is de Topsector Logistiek meestal de aanjager van onderzoeken, met TKI Dinalog als het ‘topconsortium’ waarin bedrijven, kennisinstellingen en overheid werken aan het bijbehorende innovatieprogramma.

In internationaal verband werkt de Douane samen met kennisinstellingen en bedrijven aan onderzoeksprogramma's die worden gefinancierd uit Europese subsidies, zoals Horizon 2020. Andere voorbeelden zijn ITAIDE, Integrity, Cassandra en CORE (met de focus op verhoging van veiligheid in internationale goederenketens), Axcis en Cosmic (gericht op innovatie van scantechnologie) en PROFILE (dat draait om ontwikkeling van algoritmen voor risicoanalyse).

Deel dit bericht