Brexit: Overijsselse tapijtfabrikant laat weinig aan het toeval over

Robbert Wapstra van Edel Carpets over de maatregelen die zijn bedrijf trof om de mogelijke gevolgen van een Britse uittrede uit de EU te pareren. “Wij wachten niet werkeloos af.”

In hoeverre is het Nederlandse bedrijfsleven klaar voor Brexit? Een klemmende vraag, die al vele maanden boven de markt hangt. Algemeen wordt aangenomen dat grote aantallen ondernemers lange tijd hebben afgewacht, en vaak nog altijd de kat uit de boom kijken. Zo niet Robbert Wapstra, CEO van Edel Carpets: “In een vroeg stadium hebben wij de mogelijke gevolgen van een Britse uittrede voor onze organisatie in kaart gebracht, en maatregelen getroffen. Je kunt niet overal invloed op uitoefenen, maar sommige dingen heb je in eigen hand.”

Genemuiden, gelegen aan het Zwarte Water, geldt sinds eeuwen als de tapijthoofdstad van ons land. Bijna driekwart van de nationale vloerbedekking- en karpettenindustrie is gevestigd in dit plaatsje – dat niet voor niets het predicaat ‘Topwerklocatie’ kreeg van de provincie Overijssel. Een oude maar relatief kleine speler in deze specialistische sector is Edel Carpets – met 50 man personeel en ongeveer 25 miljoen euro omzet. Het bedrijf exporteert vanouds veel en is al tientallen jaren actief op de Engelse markt, waar het tot voor kort zo’n 40% van zijn omzet realiseerde. Niet verwonderlijk dus, dat directeur Robbert Wapstra de ontwikkelingen rond Brexit op de voet volgt. “Onze afhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk is groot, en liet zich na het Britse referendum al meteen voelen”, stelt hij. “Toen de uitslag bekend werd, kelderde de koers van het pound sterling direct drastisch – en die trend zette vervolgens door. Dit had uiteraard gevolgen voor zowel onze marges en onze winstgevendheid als de koopkracht van de Engelse consument. Een effect dat in de nabije toekomst mogelijk nog zou worden versterkt door importheffingen aan Britse zijde. Of er daadwerkelijk douanerechten gaan worden geheven is niet bekend, maar we hebben in onze verkoopvoorwaarden alvast de disclaimer opgenomen dat we ze eventueel in onze prijzen zullen moeten verrekenen. Al met al beseften we dat deze combinatie van factoren ons op termijn zomaar de kop kon kosten. Er moest iets gebeuren.”

Valutaschommelingen opvangen
Om te beginnen toog Wapstra naar de bank om zijn bedrijf voor langere termijn in te dekken tegen een aanhoudende waardedaling van het pond. “Zet je de omruilprijs voor een bepaalde periode vast, dan ben je minder kwetsbaar voor valutaschommelingen. Natuurlijk loop je wat marge mis, mocht de koers weer stijgen. Maar het risico van grote verliezen ban je voor even uit, en dat woog voor ons zwaarder.”

Om minder afhankelijk te zijn van de vraag uit het VK verlegde Edel Carpets bovendien het perspectief naar alternatieve afzetmarkten. “We hebben heel goed gekeken naar gebieden waar nog wel groei van ons marktaandeel te verwachten viel. Daar investeren we sindsdien meer in. Toch blijft de export naar Groot-Brittannië belangrijk voor ons, en voor deze hele bedrijfstak. Waar tapijt in sommige landen lijdt onder een ietwat oubollig imago – naar onze mening uiteraard ten onrechte –, is het product aan de overkant van het Kanaal onverminderd populair. De Engelsen zijn gewoon erg tapijt-minded.”

Extra remweg
Dat het VK straks mogelijk een derde land wordt, en er dan dus douaneformaliteiten gaan gelden voor goederen die de Brits-Europese grens passeren, is voor Edel Carpets op zich geen probleem. “Van onze totale productie gaat 90% naar het buitenland, ook naar landen buiten de EU. Het regelen van douanezaken is dus niet nieuw voor ons. Bovendien hebben we een expediteur die namens ons de aangiften verzorgt; ons bedrijf is te klein om een eigen declarant in dienst te hebben. We hebben daar dus niet veel extra werk aan. Daarnaast worden we ontzorgd door onze vaste transporteur, die zich ontfermt over alle vervoersdocumenten. Wij hoeven alleen de bill of lading, de facturen en dergelijke aan te leveren.”

Wat Wapstra wel zorgen baart, is dat andere marktpartijen hun papierwerk mogelijk niet op orde hebben, waardoor logistiek oponthoud op de loer ligt. “Dat is een andere serieuze economische dreiging. Sommige doemscenario’s voorzien files van tientallen kilometers voor Rotterdam. Dat kunnen we niet hebben. Onze producten gaan per vrachtwagen en ferry de Noordzee over, waardoor we het qua levertijden altijd afleggen tegen onze lokale concurrenten. Zij beloven ‘vandaag besteld, morgen in huis’; daar kunnen wij niet aan tippen. Willen wij competitief blijven, dan kunnen we ons simpelweg geen vertragingen permitteren. Dat is de reden waarom we onze opslagruimte ter plaatse maximaal hebben gevuld – we beschikken al langer over een Engels verkoopkantoor, met warehouse en coupage service. En we vragen onze klanten om meer product in het vooruit af te nemen en op voorraad te houden. Zo creëren we wat extra remweg, zogezegd…”

Deelleveringen
Een bijkomend knelpunt in dit licht zijn deelleveringen. Wapstra: “Ons transportbedrijf voert informatie over de vervoerde vracht richting VK op in het Port Community System van Portbase. Een heel handig systeem, want de Douane kan meekijken wat voor goederen aan boord gaan. Als wij een vrachtwagen vol tapijt op pad sturen, is er weinig aan de hand; wij kunnen tijdig alle relevante gegevens over zo’n zending aanleveren. Maar wat als we de laadruimte moeten delen met andere firma’s? Onze vervoerder heeft veel kleine klanten, van wie sommigen actief zijn in branches met zeer scherpe time slots. Die hebben wellicht noch de mankracht, noch de tijd om steeds netjes binnen de gestelde termijn de vereiste data in te dienen. En wanneer zij op dit vlak steken laten vallen, staat waarschijnlijk ook ons product straks stil aan de grens. Onze logistiek dienstverlener probeert deze kwestie op te lossen, maar dat blijkt nog niet zo eenvoudig.”

Klanten worden importeur
“En dan nog: als het Nederlandse bedrijfsleven de papierstroom aan exportzijde goed heeft geregeld, is dat niet genoeg”, weet Wapstra. “Voor een enigszins soepel handelsverkeer zal ook het VK z’n zaakjes voor elkaar moeten hebben. De inschatting is echter dat de Britse autoriteiten en corporate wereld niet optimaal zijn voorbereid op de dingen die komen gaan. Als tapijtsector werken we daarom aan een gezamenlijke aanpak om het aan de importkant beter te organiseren. Elk individueel bedrijf is klein, maar samen zijn we groot genoeg om interessant te zijn voor een lokale broker, die daar onze zaken kan behartigen. Onze branchevereniging Modint heeft ons inmiddels in contact gebracht met zo’n gerenommeerde lokale partij.”

Op eigen houtje nam Edel Carpets ondertussen een opmerkelijk initiatief. “We hebben onze grootste Engelse klanten – die tot nu toe producten afnemen van ons verkoopkantoor – een brief gestuurd, met daarin het voorstel om zelf importeur te worden. En een uitleg van wat zij daarvoor moeten doen: hun EORI-nummer opgeven en een TSP (Transitional Simplified Procedures, red.) aanvragen bij de Britse douane. TSP biedt een bedrijf de mogelijkheid om douaneformaliteiten telkens over een langere periode te vervullen, zodat niet alle benodigde invoerdocumenten volledig hoeven te zijn opgemaakt op het moment dat goederen de grens passeren. De meeste van onze afnemers begrijpen de urgentie, en nemen de handschoen op. Partijen die het om wat voor reden dan ook niet zien zitten, komen we zo nodig tegemoet: in het uiterste geval willen wij alles voor ze regelen.”

Onjuiste opstelling
Alles bij elkaar lijkt Wapstra’s bedrijf weinig aan het toeval over te laten. “Om mij heen hoor ik andere bestuurders nog steeds wel zeggen: ‘Niemand weet wat er precies gaat gebeuren, dus zien we het nog even aan’. Dat vind ik een onjuiste opstelling”, vertelt de directeur. “De toekomst is inderdaad ongewis, maar dat neemt niet weg dat je wel degelijk op een aantal zaken kunt vooruitlopen. Zo lijkt het toch op z’n minst verstandig om ervoor te zorgen dat je documentenstroom Brexit-proof is. Daarmee beperk je in elk geval het risico op ernstige verstoringen in je logistiek proces. En dat is voor een producent van levensmiddelen of andere bederfelijke waar nog veel belangrijker dan voor ons als tapijtfabriek. Ik zou tegen collega-ondernemers willen zeggen: waar wacht je nog op? In deze onzekere tijden kun je hier tenminste nog enige invloed op uitoefenen.”

Er bestaat altijd nog een kans dat dadelijk alles met een sisser afloopt, en dat het VK er toch voor kiest lid van de Europese familie te blijven. “Dan heeft Edel Carpets voor niets veel tijd en geld gestoken in allerlei oplossingen”, stelt Wapstra nuchter. “Maar liever dat, dan dat we werkeloos hadden staan toekijken hoe ons distributietraject ontregeld raakte, en onze omzet verder achteruitging.”

“Prima voorlichting vanuit de overheid”
Naar eigen zeggen liet Wapstra geen kans onbenut om zich te laten informeren over de gevolgen van Brexit voor zijn onderneming. Zo nam hij deel aan seminars en conferenties over het thema van VNO-NCW, de eigen koepelorganisatie Modint en de NBCC (Netherlands British Chamber of Commerce). Ook bezocht hij bijeenkomsten georganiseerd door de gemeente Genemuiden en de provincie Overijssel. “Ik heb daar zeer verhelderende presentaties bijgewoond, door specialisten van onder meer de Douane. Naar mijn mening heeft de overheid echt haar best gedaan om de private sector bewust te maken van wat er staat te gebeuren, en te ondersteunen bij de voorbereidingen daarop. Kijk bijvoorbeeld naar het Brexit-loket en de Brexit-scan. Ook Edel Carpets heeft daar veel aan gehad.”

Deel dit bericht