Grensverleggend: sleutelen aan de groene stroom

De groene goederenstroom van bewezen betrouwbare bedrijven heeft tot nog toe niet gebracht wat ervan werd verwacht. Dit noopte de Douane tot een koerswijziging…

Op veel vlakken loopt Douane Nederland voorop. Maar soms moet de dienst z’n pas vertragen, gedwongen door praktische bezwaren. Zo heeft de groene goederenstroom, enkele jaren geleden geïntroduceerd, nog niet gebracht wat ervan werd verwacht. Beleidsadviseur Wim Visscher vertelt hoe dit leidde tot een noodzakelijke koerswijziging binnen de visie Grensverleggend.

Hoe zat het ook alweer? De groene stroom bestaat uit ondernemingen met een AEO-vergunning/status die zich in compliance-gericht toezicht mogen verheugen, omdat is vastgesteld dat hun interne beheersmaatregelen op orde zijn. “Aan het uitgangspunt van ‘bewezen betrouwbare bedrijven’ is niets veranderd,” vertelt Visscher. “Ook het oorspronkelijke idee om niet meer álle risicoprofielen op goederenzendingen van zo’n marktpartij los te laten – op de wettelijk verplichte na, uiteraard – staat nog steeds overeind. In plaats daarvan verrichten we zogenoemde validatiecontroles, waarbij we op gezette tijden in de logistieke stroom prikken. We kijken dan of bedrijven nog in control zijn, nog voldoen aan de afgesproken criteria. We zoeken dus niet naar fouten, maar naar de bevestiging dat die AEO-bedrijven het nog steeds goed doen.”

“Daarnaast hebben onze ervaringen met het proces Invoer – die als basis dienen voor het concept – tot een strakker kader geleid”, vervolgt de beleidsadviseur. “De één-op-één-koppeling met AEO-statushouders hebben we losgelaten. Het zijn ook twee aparte dingen. Feitelijk is die groene stroom onze nationale uitwerking van het toezicht, en AEO een status die aan wettelijke criteria en voorwaarden is gebonden. Alle douanevertegenwoordigers moeten een AEO-C-vergunning hebben of voldoen aan de AEO-C-criteria. Zo hebben alle cargadoors een AEO-vergunning. Importeurs en exporteurs voelen die druk minder en zien ook niet altijd de voordelen ervan in. Tenzij opdrachtgevers of klanten zeggen: we willen alleen nog zaken met jou doen, als je een AEO-vergunning hebt. Zo’n vergunning is overigens een randvoorwaarde om voor toezicht in de groene stroom in aanmerking te komen.”

Eén plus één
Eerder wees onderzoek al uit dat douanevertegenwoordigers met AEO-status het qua aangiftegedrag niet per se beter doen dan niet-AEO-douanevertegenwoordigers. “Die groep hoeft wat ons betreft dan ook niet in alle gevallen in de groene stroom terecht te komen”, stelt Visscher. “Verder gaan we in de gewijzigde opzet een stapje verder. Behalve de indiener moet ook de juridische aangever een AEO-vergunning hebben. Dat betekent bij directe vertegenwoordiging dat zowel de douanevertegenwoordiger als de importeur of klant voor wie hij de aangifte doet, deelnemen aan het AEO-programma. De verwachting is dat ons toezicht daarvan de vruchten zal plukken. Kortom: de circa 1.600 AEO-bedrijven die ons klantenbestand nu telt, maken niet per se onderdeel uit van de groene stroom.”

Van pilot naar staande praktijk
Al met al is de groene stroom nog onvoldoende van de grond gekomen, erkent Visscher. “De Douane is rijk aan innovatieve ideeën. Maar de vertaalslag van proef naar duurzame oplossing verloopt niet altijd naar wens. Zo hebben we tal van proof of concepts ontwikkeld. Daarbij zoom je doorgaans in op een deel van een goederenstroom, waarmee je jezelf dus beperkingen oplegt. Het is fijn als zo’n pilot slaagt, maar de conclusie ‘dit kunnen we dus’, is dan te kort door de bocht. De werkelijkheid is namelijk complexer. Bedrijven zijn bijvoorbeeld meestal op meer gebieden actief dan alleen dat specifieke stukje waarop je focust in een testtraject. Een succesvolle pilot op één zo’n deelterrein wil niet automatisch zeggen dat het met de rest van de goederenstroom ook wel snor zit. Bovendien ligt hier een stuk huiswerk bij AEO-vergunninghouders. Bij het proces binnenbrengen heeft de Douane nog steeds onvoldoende zicht op de feitelijke importeur, waardoor deze niet gefaciliteerd kan worden.”

De eerder beloofde extra dienstverlening voor bedrijven die deel uitmaken van de groene stroom is evenmin al gerealiseerd. Visscher: “Er is echt gezocht naar manieren om ze nog meer te faciliteren, maar uiteindelijk hebben we ons tot de wettelijke AEO-kaders beperkt. Ook om te voorkomen dat we bepaalde in het vooruitzicht gestelde voordelen niet zouden kunnen waarmaken. Verder hadden we bedacht bedrijven in de groene stroom een bonus/malus-systeem aan te bieden. Dat wil zeggen: een steeds verder verlaagde controledruk voor wie het goed blijft doen. En verlies van dat voordeel, mochten validatiecontroles op het tegendeel wijzen. Onze eigen automatisering bleek de pilots op dit gebied echter niet te kunnen ondersteunen. Daarom hebben we het bonus/malus-stelsel helaas op de lange baan moeten schuiven.”

Potentiële kandidaten
Dat gezegd hebbende: de ontwikkeling van de groene stroom krijgt binnenkort een forse impuls. Zo’n 250 bedrijven die nu nog gebruikmaken van de Geautomatiseerde Periodieke Aangifte (GPA) moeten per 1 juli 2021 zijn overgestapt op het systeem AGS (dan DMS geheten) – net als alle andere marktpartijen die aangifte doen bij de Douane. Visscher: “Het zijn ondernemingen met een zwaarder type vergunningen en – op een enkeling na – een AEO-status. En wat ons betreft potentiële groene-stroomkandidaten. Onze klantmanagers en medewerkers gaan bij hen langs om te vertellen wat de overgang naar DMS behelst. We hebben er bewust voor gekozen om daarbij ook de groene stroom voor het voetlicht te brengen. Er zitten dienstverleners tussen met een groot klantenpakket. Maar als die klanten geen AEO-vergunning hebben, kunnen ze in bepaalde gevallen – wanneer die dienstverlener de directe vertegenwoordiging gaat toepassen – geen deel uitmaken van de groene stroom. We hopen dan ook dat dienstverleners hun klanten ertoe bewegen aan het AEO-programma deel te nemen.”

Werk aan de winkel dus voor de Douane, stelt Visscher. “Waar nu zo’n 20 procent van de ingediende aangiften in het proces Invoer potentieel tot de groene stroom behoort, groeit dat met de komst van de GPA-bedrijven tot mogelijk 60 procent. En als je dan bedenkt dat die 250 partijen samen goed zijn voor tientallen miljoenen aangifteregels… We trachten bedrijven ertoe aan te zetten onze systemen te ontlasten door die hoeveelheid wat in te dikken. Heel makkelijk wordt dat niet, want vaak sluiten die gedetailleerde beschrijvingen in aangiften mooi aan bij hun eigen workflow en administratie. Anderzijds, op elke aangifte volgt een retourbericht, en dat is voor bedrijven mogelijk ook een belasting.”
Van de doelgroep worden hoe dan ook inspanningen gevraagd. Visscher: “De kwaliteit van de aangiften van sommige GPA-bedrijven moet echt nog verder omhoog. Goed en geolied douanetoezicht begint tenslotte bij een kwalitatief goede aangifte.”

Betere vastlegging gewenst
Ook de Douane zal zijn zaken goed op orde moeten hebben, weet Visscher. “Eerlijk is eerlijk: medewerkers leggen de resultaten van controles niet altijd eenduidig vast in onze systemen. Op dit vlak is meer standaardisatie vereist – ook omwille van de snelheid waarmee je bevindingen wilt verwerken. Die bewustwording is er inmiddels, maar zo’n omslag kost tijd. Tegelijkertijd is het een randvoorwaarde voor een goede inrichting van de groene stroom. We dienen het proces zo op te tuigen dat medewerkers straks binnen DMS in één oogopslag kunnen zien welke zendingen tot een groene stroom behoren. Ook zullen we deelnemende bedrijven op de achtergrond automatisch moeten monitoren: wie teveel steken laat vallen, hoort niet in de groene stroom thuis. Bij dit alles is haast geboden, want begin volgend jaar al kunnen de eerste GPA-bedrijven over naar AGS. Maar als de tijd dringt, wordt je focus vaak scherper. Niemand kan er meer voor weglopen.”

Deel dit bericht