“Samen maken we het vervoer van gevaarlijke stoffen steeds veiliger”

ILT-inspecteur Henk Overeijnder en douanier René Noltus over het toezicht op het transport van afval en gevaarlijke stoffen. “Je wilt geen calamiteiten op een groot containerschip.”

Voor het grensoverschrijdend vervoer van afval en gevaarlijke stoffen gelden allerlei strenge internationale voorschriften. In ons land is het toezicht op de naleving daarvan een taak van de Douane en de Inspectie Leefomgeving en Transport. Op de nog nagelnieuwe Rijks Inspectie Terminal op de Maasvlakte werken professionals van beide organisaties nauw samen binnen het maritieme domein. Doel is misstanden in de containervaart aan het licht te brengen op het vlak van milieu en veiligheid – twee thema’s die geregeld hand in hand gaan. Zoals bij de behandeling van een grote zending gebruikte huishoudelijke batterijen in 2018.

“In de Rotterdamse haven zien we enorme hoeveelheden recyclebaar afval passeren, zowel inkomend als uitgaand”, vertelt douanier René Noltus (rechts op de foto). “Voor de overbrenging van bepaalde afvalstoffen in, uit of door de EU – en tussen lidstaten – is een zogenoemde EVOA-vergunning nodig. Een Amerikaanse inzamelaar had van Nederland zo’n vergunning gekregen voor de levering van in totaal twintig 40-voets-containers met afgedankte batterijen aan een erkende Duitse verwerker. Wat betreft de verplichte documenten op milieugebied was deze doorvoer dus in orde. De Douane selecteerde niettemin een deelzending van vijf containers voor controle, omdat gebruikte lithiumbatterijen ook onder de classificatie gevaarlijke stoffen vallen. Onze dienst doet deze inspecties al ruim 15 jaar namens de ILT. Wij checken hierbij om te beginnen bijvoorbeeld de conditie van de container, de etikettering die erop moet zijn aangebracht en de ladingzekering op de deuren. En vervolgens onder meer de labels en de integriteit van de verpakkingen. Alles draait puur om veiligheid: kan de zending zonder gevaar verder worden vervoerd? We maken relaas op van onze bevindingen – ondersteund door foto’s van de vracht – en dragen dit rapport over aan onze collega’s van de ILT. Het is aan hun om de situatie te beoordelen en zo nodig passende en proportionele maatregelen te treffen. De Douane houdt de goederen zolang op, vanuit zijn rol van ladingregisseur.”

Monnikenwerk
“In dit specifieke geval bleek de ontdoener zich niet bijster strikt aan de regels te hebben gehouden”, legt Henk Overeijnder (links op de foto) van de ILT uit. “Zo waren de batterijen los gestort in ondeugdelijke vaten, waardoor grote risico’s optraden. Wanneer je een heleboel slecht verpakte batterijen bij elkaar hebt, kun je kortsluiting krijgen. Dan ontstaat warmte, de kernen gaan mogelijk smelten, oplosmiddelen kunnen uittreden. Een kettingreactie ligt op de loer, en de kans bestaat dat de hele lading de lucht in gaat. Als Inspectie kunnen wij onder dergelijke omstandigheden bestuursdwang uitoefenen. Wij eisen dat de overtreding – vaak slechte stuwage of lekkage – wordt gecorrigeerd, voor het transport verder mag. Dit gebeurt bij 30 tot 40% van de containers die door de Douane worden geselecteerd voor controle. In deze zaak hebben de rederij en de ontvanger van de partij afval hun verantwoordelijkheid genomen en ervoor gezorgd dat alles netjes werd geregeld en betaald. Een salvagebedrijf hier uit de regio heeft in vijf dagen tijd vat voor vat batterijtje na batterijtje omgepakt, zodat de polen goed geïsoleerd waren – echt monnikenwerk. Toen was het gevaar geweken, en heeft de Douane de zending vrijgegeven.”

Schrikbeeld
“We letten altijd scherp op alle vormen van risicovolle vracht”, vult Noltus aan. “Zoals ook op LEL-containers – wat staat voor lower explosion level – waar licht ontvlambare en hoogst explosieve gassen in zitten. Die grote stalen bakken kunnen bij onoordeelkundige handling zomaar veranderen in één gigantische scherfgranaat.”
“Dat is ons ergste schrikbeeld: een ernstig ongeluk aan boord van een containerschip”, stelt Overeijnder. “Tegenwoordig heb je kolossen van wel 20.000 TEU. Je moet er niet aan denken dat zo’n oceaanreus op volle zee in serieuze problemen komt. Een veilige haven is vaak ver weg, dus moet de bemanning het zelf zien te redden. Als een dergelijk vaartuig met man en muis vergaat, zijn het menselijk leed, de gevolgen voor het milieu en de materiële schade niet te overzien.”

Verbetering in zicht
“Gelukkig heeft ons optreden over het algemeen effect”, vervolgt Overeijnder. “Door het bestuursrechtelijk aanpakken van bepaalde spelers in de logistieke keten zien we dat de naleving van regels langzaam maar zeker verbetert. We treffen de ontvanger en de rederij in hun portemonnee met een bestuurlijke beschikking, en zij zullen vervolgens echt wel verhaal halen bij de verzender. Die zal toch op z’n minst beterschap moeten beloven.”
“Dat geldt niet alleen voor de casus van de batterijen, maar evenzeer voor bijvoorbeeld de vele ladingen chemicaliën die naar hier komen vanuit onder meer China en India”, zegt Noltus. “In zulke landen is de kennis van goede verpakking en stuwage vaak niet best. In containers die ervandaan komen, rollen de vaten nogal eens door elkaar heen. Maar de Europese bedrijven die opdraaien voor dit soort nalatigheid, spreken de verantwoordelijken in Verweggistan daar op aan. Bij twee derde van de transporten waar we onregelmatigheden constateren, treedt daarna verbetering op – zoals op het vlak van ladingzekering. Het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt zo stapje voor stapje steeds veiliger.”

Huisarts en specialist
Noltus en Overeijnder zijn zeer te spreken over de hechte onderlinge samenwerking. “We opereren zogezegd als huisarts en specialist”, aldus Noltus. “De Douane heeft generalistische kennis en stelt de eerste diagnose, daarna bekijkt de ILT de zaak vanuit haar bredere en diepere expertise. ILT-inspecteurs zijn dagelijks met afval en gevaarlijke stoffen in de weer, douanemedewerkers zoals ik verdelen hun tijd en aandacht over diverse disciplines. Denk aan onder meer sanctiemaatregelen, namaakgoederen en wapens en munitie.”
Overeind: “Ik kan wel stellen dat het voorwerk van onze douanecollega’s altijd gedegen en betrouwbaar is. Het zijn gemotiveerde vakmensen, die het in de regel leuk vinden om met deze materie bezig te zijn en de wet- en regelgeving bij te houden. En ik kan het weten: ik heb hier bij de RIT een eigen werkplek, en heb bijna dagelijks met ze te maken. Bovendien komt een kwart van de ILT-collega’s binnen mijn team van de Douane – dat zegt ook veel.”

Dit artikel verscheen ook in het jaaroverzicht Douane Nederland in 2018.

Deel dit bericht