“Chemische wapens mogen nergens ter wereld worden gebruikt”

Dennis Leenman (Douane) en Gerlof Kruidhof (Buitenlandse Zaken) over de non-proliferatie van (bestanddelen van) chemische en biologische wapens.

Samen met het ministerie van Buitenlandse Zaken ziet de Douane toe op de non-proliferatie van (mogelijke) bestanddelen van chemische en biologische wapens. Voor grondstoffen die zowel een civiel als een militair gebruiksdoel kennen, kan de exportcontrole niet streng genoeg zijn. Denk bijvoorbeeld aan bepaalde chemicaliën bestemd voor een land als Syrië.

 “Uitgangspunt van ons beleid is dat Nederland niet wil bijdragen aan de productie van massavernietigingswapens, waar ook ter wereld”, vertelt Gerlof Kruidhof (rechts op de foto), senior beleidsmedewerker Exportcontrole en Strategische Goederenbij het ministerie van Buitenlandse Zaken. “We baseren ons op het Verdrag chemische wapens, waarbij vrijwel alle landen zijn aangesloten. Daarnaast is er de Australië-groep: gelijkgezinde landen die afspraken hebben gemaakt tegen de verspreiding van chemische en biologische wapens. De handhaving van dit geheel berust bij team POSS (Precursoren, Strategische goederen en Sanctiewetgeving) van de Douane, BZ is formeel opdrachtgever. Aan de hand van de lijst met dual-use goederen – grondstoffen, software of technologie die behalve civiele ook militaire toepassingen kunnen hebben–beoordelen we zendingen op vijf aspecten. Dat zijn het land van bestemming, de exporteur, de eindgebruiker, de uiteindelijke toepassing en de aard van de goederen. Het ene product is tenslotte het andere niet: verrijkt uranium ligt gevoeliger dan een industriële pomp die ook militair kan worden ingezet.”

“Een vergunning is verplicht voor de export van dual-use goederen naar allebestemmingen buiten de EU”, verduidelijkt accountmanager bij team POSS Dennis Leenman (links op de foto). “Het toezicht is dus op goederen gericht, niet op landen. Tenslotte willen we dat nergens ter wereld chemische wapens worden gebruikt. De aanvraag voor zo’n vergunning moet je indienen bij de Centrale Dienst voor In- en Uitvoer van de Douane, de CDIU. Die kijkt uiteraard wel anders naar landen als Iran en Syrië, waarvoor handelssancties gelden, dan naar bijvoorbeeld Canada.”

Onverwachte inspecties
“Het internationale toezicht op chemische wapens berust op twee pijlers: kennisgeving en verificatie”, vervolgt Leenman. “Het produceren, importeren en exporterenvan een stof genoemd in het Verdrag chemische wapens vergt een declaratie bij de CDIU. Die zet deze verklaring door naar BZ, dat de gegevens vervolgens overdraagt aan de OPCW (Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons). Deze kijkt via random inspecties of bedrijven of lidstaten stoffen niet stiekem toch gebruiken voor chemische wapens.Zo’n inspectie wordt enkele dagen van tevoren aangekondigd bij de nationale autoriteit, BZ. Team POSS begeleidt dan de OPCW-delegatie.”

Kruidhof: “Zo’n onverwachte inspectie komt een bedrijf natuurlijk nooit goed uit. Er moeten mensen paraat staan om vragen te beantwoorden. Misschien zijn die net allemaal op vakantie of op cursus. Maar uitstel vragen is er niet bij: niemand mag de gelegenheid krijgen verdachte goederen te verbergen.” 

Vraagbaak best practice
De internationale inspecties vormen slechts een deel van het grote geheel.Leenman:“Belangrijk is ook het reguliere toezicht. We kijken naar wat een bedrijf verhandelt, en met wie. Zitten daar ontoelaatbare of vreemde transacties tussen? Daarnaast doen we ad-hoc toezichtonderzoeken, op grond van eigen signalen en van Buitenlandse Zaken. Het gebeurt ook regelmatig dat een controlemedewerker in het fysiek toezicht op een verdachte zending stuit. Die doet dan een beroep op de specialistische kennis van een vraagbaak. Constateert deze dat er iets niet in de haak is – een ontbrekende vergunning bijvoorbeeld – dan neemt hij contact op met de CDIU. Die beslist dan eventueel samen met BZ om de bewuste zending te stoppen. In dat geval wordt deze nader onderzocht door team POSS. Andere landen kijken met enige jaloezie naar die systematische aanpak. Niet voor niets heeft de Wereld Douane Organisatie onze vraagbaken genoemd als best practice.

Aceton voor Syrië
“Bij het vaststellen van de lijst te controleren stoffen zoek je altijd de balans tussen veiligheid en handel”, zegt Kruidhof. “Grondstoffen voor het maken van bijvoorbeeld sarin of mosterdgas staan allemaal op de dual-use lijst. Het liefst zou je alles monitoren, maar sommige chemicaliën gaan massaal de wereld over – daar valt niet tegenop te controleren. Het is uiteraard wél verboden om ze in te zetten als chemisch wapen. Bovendien vinden we het bij sommige landen belangrijk dat ook de grondstoffen van de grondstoffen worden gecontroleerd. Voor Syrië staat sinds 2013 bijvoorbeeld aceton op de sanctielijst.”

In een recente casus speelde die grondstof een hoofdrol, vertelt Leenman. “Tijdens een periodiek onderzoek constateerde een collega dat een bedrijf grote hoeveelheden ervan had geleverd aan een Syrische afnemer. De benodigde vergunning vanwege die specifieke verordening ontbrak. Omdat de export bovendien niet via Nederland maar via een zusterbedrijf in Antwerpen bleek te lopen, hebben we die informatie gedeeld met onze Belgische collega’s. Die openden daarop een onderzoek, dat resulteerde in een strafzaak en boetes van vele tienduizenden euro’s. Uit België kregen wij bericht terug dat het bewuste bedrijf gewoon doorging met de leveringen, nu via Rusland. Daarom zijn we hier een nieuw onderzoek gestart, dat binnenkort voor de rechter komt. Het is mooi dat we zoiets via ons reguliere toezicht weten op te sporen.”

Helpende hand
Overigens is er bij onregelmatigheden lang niet altijd sprake van kwade opzet, weet Leenman. “Het merendeel van alle bedrijven voldoet aan de regels en wil absoluut niet worden geassocieerd met chemische wapens. Alleen zijn die regels soms erg ingewikkeld. Ondernemers moeten zich hier zelf in verdiepen.Maar als ze twijfels hebben, zijn we altijd bereid te helpen. We willen niet dat men de fout ingaat uit onwetendheid.”
Kruidhof: “Als BZ organiseren wij twee keer per jaar een seminar over exportcontrole, samen met de CDIU en team POSS. Die voorlichtingsbijeenkomsten zitten altijd in no-time vol. Kijk, exportcontrole is in zekere zin vervelend voor bedrijven. Ze moeten aan allerlei formaliteiten voldoen, en het duurt soms lang voordat ze een vergunning krijgen. Daarom lichten we onze aanpak bij voorkeur toe, en vertellen we marktpartijen graag hoe het toegaat in landen waar het toezicht minder goed is georganiseerd. Op die manier kweken we meestal wel begrip.”

Dit artikel verscheen ook in het jaaroverzicht Douane Nederland in 2018.

Deel dit bericht