E-commerce: “Het begint allemaal bij een correcte aangifte”

Wat kunnen Douane en bedrijfsleven doen om het toezicht op internetaankopen te vergemakkelijken, en logistieke processen soepel te laten verlopen? Specialist Han Bosch vertelt.

De Douane doet veel moeite om zijn toezicht op internetaankopen te perfectioneren en daarbij de hinder voor de handel tot een minimum te beperken. Omgekeerd worden van online ondernemers en logistiek dienstverleners evengoed inspanningen verwacht, vertelt specialist Han Bosch. “Overheid en bedrijfsleven hebben elkaar ook op dit dossier hard nodig.”

Over de definitie van e-commerce is nogal eens discussie, begint Bosch. En hij kan het weten: namens Douane Nederland voert hij regelmatig overleg op hoog niveau over dit dynamische onderwerp, bij onder meer de Europese Unie en de World Customs Organisation. “De vraag is steeds: verstaan we er alleen de goederenbeweging van business-to-consumer onder, of ook die van business-to-business, en wellicht eveneens die van consumer-to-consumer? Binnen onze organisatie  zien we dat zo’n twee derde van alle e-commerce-zendingen een waarde beneden de 150 euro heeft, en meestal bestemd is voor particulieren. Dat is de markt die de afgelopen tijd zo explosief is gegroeid. De b-to-b-handel via het wereldwijde web bestond al langer, maar dat particulieren massaal het internet opgaan om producten te bestellen, is iets van de laatste jaren. Die trend zorgt voor de enorme volumes – zowel in hoeveelheden pakketjes als in aantallen aangifteregels. En daarop is ons toezicht dan ook vooral gericht. Maar evengoed hebben b-to-b- en c-to-c-zendingen de aandacht van de Douane. Hiervoor kunnen afwijkende regels gelden.”

Aangevers van allerlei pluimage
Een van de karakteristieken van e-commerce is dat uitsluitend de verkoper en de koper kennis hebben van onder meer de aard, de prijs en de levertijd van het goed in kwestie. Tussen die twee actoren aan weerszijden van de keten zitten soms echter wel zo’n tien commerciële partijen, die allemaal hun ‘kunstje’ doen. “Denk aan de webshop, de transporteur in het land van herkomst, de expediteur, de trans-Atlantische vervoerder – noem maar op…”, stelt Bosch. “Wij als douanedienst zitten helemaal achteraan het proces, vlak voor de zogenoemde last mile en uiteindelijk de ontvanger. Alleen communiceert die particulier niet met ons, evenmin als de eerste schakel in de reeks – de zogenoemde niet-EU-leverancier. Wij krijgen alleen informatie van de voorlaatste speler in het geheel, die wordt ingehuurd om de aangifte te verzorgen. In de praktijk zien we diverse logistieke modellen. Zo zijn er bedrijven die integrated services bieden: die halen het pakket op, vervoeren het met een eigen vliegtuig en leveren het af aan de voordeur. Zij hebben dus een flink deel van het totale traject in beeld. Wat je ook vaak ziet, is dat ervoor wordt gekozen om de aangifte ten invoer en het laatste stukje transport over te laten aan de goedkoopste dienstverlener. Elk centje voordeel telt immers – per pakketje is het peanuts, maar alles bij elkaar gaat het om serieus geld. Dan komen er vanzelf firma’s van allerlei pluimage in beeld, die wel allemaal beweren compliant te zijn, maar deze claim niet altijd kunnen waarmaken.”

Natuurlijk, er zijn expediteurs en logistiek dienstverleners die zich veel moeite getroosten om een deugdelijke aangifte op te stellen, weet Bosch. “Die zoeken contact met de schakels in het begin van de keten om zekerheid te hebben over de juistheid en volledigheid van de in te vullen gegevens. Andere partijen echter drukken enkel op de Enter-knop en pompen zo klakkeloos de data door die ze krijgen van hun directe voorganger in het proces. Ze moeten wel, hoor ik wel eens. Hun opdrachtgever zegt gewoon: Dit is de informatie-set waarmee je het moet doen; take it or leave it.”

En dan is er nog een complicatie, die samenhangt met het businessmodel van sommige grotere online verkoopplatforms: “Die bieden niet alleen maar eigen producten, maar geven daarnaast een podium aan soms wel tienduizenden afzonderlijke bedrijven, van wie zij het assortiment niet of nauwelijks kennen. Bij die schaalgrootte is dat ook een enorme uitdaging. Wat betreft hun informatiepositie zijn deze giganten dus volledig afhankelijk van wat hen wordt verteld door de vele leveranciers die aan hun portal en netwerk gekoppeld zijn.”

Fiscale en veiligheidsaspecten
Bij dergelijke omstandigheden ligt het gevaar op de loer dat aangiftes worden ingediend die niet (geheel) stroken met de feitelijk vervoerde goederen, met alle gevolgen van dien. Mogelijk zitten er verboden of vergunningplichtige zaken in zendingen, die risico’s met zich meebrengen op het gebied van veiligheid, gezondheid, economie of milieu. Het kan gaan om het bestelde product zelf, of om illegale bijpak. Bosch: “Je kunt het zo gek niet bedenken, of we komen het tegen bij controles van pakketjes: wapens en munitie, namaakgoederen, beschermde flora en fauna, illegale medicijnen, verdovende middelen… Eigenlijk alles wat we ook in andere stromen aantreffen – van zeevracht tot reizigersbagage. Vaak heeft het te maken met onwetendheid aan de kant van de consument. Wat dat betreft zou het goed zijn, als we die wat meer bewust konden maken van zijn gedrag – zoals we dat ook doen bij passagiers, met onder meer onze Douane Reizen app. Het is belangrijk dat mensen weten wat ze wel en niet mogen bestellen, en dat ze beseffen dat hun aankoop consequenties heeft, omdat onze dienst inspecteert en optreedt. Maar net zo goed ligt een deel van de verantwoordelijkheid bij de partijen die de producten leveren en de aangiften doen – of laten doen.”

En dan zijn er nog de fiscale risico’s van e-commerce: het mogelijk mislopen van belastinginkomsten door de schatkist. Over internetaankopen met een waarde tot maximaal 22 euro wordt geen btw geheven*, wat online shops dus een concurrentievoordeel oplevert ten opzichte van fysieke winkels in de EU. Die dragen immers btw af over elk verkocht product, ongeacht de waarde. Het blijkt dat veel goederen opzettelijk worden aangegeven onder de vrijstellingsgrens, terwijl de reële verkoopprijs boven die drempel ligt. Blijven die praktijken onopgemerkt, dan zijn ’s Rijks financiën de dupe. Doorziet de Douane de opzet, dan is het in de regel de aangever of de afnemer die betaalt.** “Binnen het bestaande systeem is de particulier volledig overgeleverd aan de partij die de invoeraangifte doet”, legt Bosch uit. “Geeft deze een te lage douanewaarde op, dan kan dat voordelig uitpakken voor de consument, omdat de btw niet hoeft te worden verrekend. Maar op het moment dat de Douane hier achter komt en ingrijpt, is diezelfde consument doorgaans de klos. Dan staat bijvoorbeeld het koeriers- of postbedrijf op de stoep met een factuur om het btw-bedrag – plus extra handlingskosten – te innen. Die firma’s schieten dat geld normaliter voor – meestal via een maandkrediet – maar verhalen het in veel gevallen op de koper. Toch een onaangename verrassing voor wie dacht goedkoop uit te zijn.”

Efficiënter en effectiever toezicht
Al met al staat de Nederlandse douane – zoals zovele zusterorganisaties wereldwijd – voor de niet geringe opgave om uit een gestaag groeiende stroom precies die pakketjes te filteren waarmee mogelijk iets mis is. En dat zonder de logistieke processen noemenswaardig te vertragen, want vooral in de webwinkelsector – met z’n snelle levertijden – is tijd geld. “Als dienst moeten we ervoor zorgen dat onze handhaving op dit gebied nog efficiënter en effectiever wordt”, stelt Bosch beslist. “Moderne technologieën helpen ons daarbij. Voor fysieke controles maken we meer en meer gebruik van hoogwaardige scanapparatuur. De detectie vervolgens wordt mede ondersteund door artificial intelligence – software die zelf onregelmatigheden herkent in scanbeelden aan de hand van slimme algoritmes. En we gaan over op zelflerende profielen, die zichzelf steeds scherper maken en dus steeds exacter focussen op verdachte zendingen. Voor de ontwikkeling daarvan trekken we universitair geschoolde dataspecialisten aan. Daarmee wordt ons toezicht telkens doelmatiger. Nu gebeurt het nog wel eens dat een ambtenaar op controle gaat, getriggerd door een melding dat een risicoprofiel is geraakt, en er niets aan de hand blijkt. Je duurste resource – menskracht – inzetten zonder noemenswaardig resultaat is natuurlijk niet zo doelmatig. En het bedrijfsleven ondervindt er onnodig hinder van. Daarom hopen we met onze aanpak het aantal false positives drastisch terug te dringen.”

De Douane investeert fors in het optimaliseren van zijn methoden en technieken, maar van de markt mag volgens Bosch ook iets worden verwacht. “We zijn echt van elkaar afhankelijk, als het aankomt op betrouwbaar toezicht en een vlotte logistiek. En het begint toch allemaal bij een correcte aangifte. Rijzen daarover twijfels bij ons – bijvoorbeeld over de vermelde douanewaarde – dan betekent dat vanzelf tijdverlies. Ik zou dus tegen ondernemers in de e-commerce willen zeggen: werk samen, wees transparant en deel informatie. Het is in ons aller belang.”

* Aan deze btw-vrijstelling zijn strikte voorwaarden verbonden. Om te beginnen moet het goed al zijn verkocht op het moment dat het de grens passeert. Verder dient het pakketje te zijn geëtiketteerd, en moet het in rechtstreeks vervoer onderweg zijn naar de koper. Dit laatste houdt in dat er geen sprake mag zijn van bijvoorbeeld tussentijdse opslag. Ten slotte zijn diverse accijnsgoederen van de vrijstellingsregeling uitgezonderd.

** Er zijn ook aangevers die de e-commerce-markt te risicovol vinden, en er daarom niet in stappen.

Deel dit bericht