Onze man in Brasília

Maak kennis met Robbert Appeldoorn, onze douane-attaché in Brazilië. “We kunnen veel van elkaar leren.”

Sinds september 2016 is Robbert Appeldoorn douane-attaché in verreweg het grootste land van Zuid-Amerika. Vanuit de hoofdstad probeert hij de samenwerking met de Braziliaanse collega’s te versterken, en zo bij te dragen aan handhaving én handelsfacilitatie. “We kunnen veel van elkaar leren.”

Voordat hij naar Brasília kwam, was Appeldoorn attaché in Rusland. “Eigenlijk had ik mij na vijf jaar Moskou ingesteld op een terugkeer naar Nederland. Het is niet gebruikelijk om de ene standplaats direct voor de andere te verruilen. Maar toen deze kans zich in 2016 voordeed, heb ik niet geaarzeld. Het was ook best fijn om van -30 naar +30 graden te gaan. Net als destijds in Moskou, heb ik ook in Brasília zelf de afdeling geopend. Het heeft zo zijn voordelen om vanaf nul te beginnen, zeker als je ondernemend bent ingesteld – en dat zijn alle douane-attachés. Brazilië is bij uitstek een netwerkland. Je bent wie je kent. In zo’n groot land betekent dat niet alleen het centrale apparaat in de hoofdstad kennen. Je wilt ook de tien operationele douaneregio’s aandoen, van Manaus tot aan de Amazone tot aan Rio Grande do Sul in het zuiden, en alle internationale lucht- en zeehavens. Daar ben je wel even mee bezig. Het land beslaat 48 procent van de oppervlakte van Zuid-Amerika en is verreweg de grootste economie. Qua omvang is Brazilië eerder een subcontinent dan een land.”

Handeldrijven met hindernissen
Is het land aantrekkelijk voor buitenlandse investeerders en ondernemers? “Brazilië heeft altijd een groot potentieel gehad, maar was tot voor kort bijna een vrijwel gesloten economie”, vertelt Appeldoorn.“Nog geen dertig jaar geleden waren de tarifaire muren die men optrok torenhoog. De invoerrechten waren gemiddeld 120 procent, ter bescherming van de binnenlandse markt en de werkgelegenheid. Men maakte alles zelf, van wasknijpers tot koelkasten. Daardoor was het voor bedrijven zo goed als onmogelijk om te importeren en was Brazilië lange tijd niet echt aangesloten op de wereldeconomie. Die protectionistische instelling begon rond de eeuwwisseling te veranderen. Toen er ook nog olie werd gevonden, zorgde dat voor een stevige plaats in de economische top-10 van de wereld.”

Hoewel Brazilië de afgelopen vijftien jaar langzaam tot bloei komt, besluiten nog relatief weinig bedrijven om er vaste voet aan de grond te zetten, zegt Appeldoorn. “Je als buitenlands bedrijf hier vestigen was vroeger erg lastig. Het was praktischer om een Braziliaanse rechtsvorm te kiezen. Dat hebben ook veel Nederlandse ondernemingen gedaan die hier vertegenwoordigd zijn. Als het bijvoorbeeld op financiering en verzekeringen aankomt, is het nog steeds moeilijk om iets gedaan te krijgen. Maar dat verbetert de laatste jaren duidelijk, en Brazilië stijgt op de internationale ranglijsten.”

Kansen voor samenwerking
Nederlandse bedrijven zijn eraan gewend dat hun producten moeiteloos hun weg vinden naar EU-lidstaten. Maar exporteren naar een derde land is echt een ander verhaal, aldus Appeldoorn. “Het is geen kwestie van een doosje hier naartoe sturen en verwachten dat het vanzelf aankomt. De Braziliaanse douanewetgeving staat integraal op het internet. Wat dat betreft is men heel transparant, maar je krijgt geen concrete handreiking of checklist voorgeschoteld. Je moet als ondernemer zeer nauwgezet alle voorschriften opvolgen, want de marge voor het maken van fouten ligt dicht bij nul. Mensen denken bij Brazilië vaak aan zon, zand, zee en samba. Het ís ook een fijn land om in te vertoeven, maar de overheid is streng. Zij valt ook nog eens in drie delen uiteen – de federale, deelstatelijke en gemeentelijke – die alle drie hun eigen belastingregime kennen. Het is, kortom, geen markt voor beginners. Niettemin zag en ziet Nederland veel kansen voor samenwerking. Anders had ik hier niet gezeten.En onze Braziliaanse collega’s zijn bezig het douanestelsel te vereenvoudigen, zodat het aantrekkelijker wordt voor buitenlandse bedrijven. Ook zijn de invoerrechten inmiddels flink verlaagd.”

 Superieure informatiepositie
Net als Nederland kent Brazilië een federale belastingdienst met een fiscale en een douanedienst die onder het ministerie van financiën vallen, zegt Appeldoorn. “Zo’n vergelijkbare opzet is handig, je hoeft elkaar dan niks uit te leggen over je organisatiestructuur. Wel is er sprake van overlappende jurisdicties. Zo pakt behalve de belastingdienst met name de federale politie een fenomeen als witwassen aan. Over een organisatie zoals onze FIOD beschikt men hier helaas niet.”

Opmerkelijk: hoe groot Brazilië ook is – Nederland past er meer dan tweehonderd keer in – bij de douane werken slechts 3.500 mensen. Appeldoorn: “Het medewerkersprofiel is minder gedifferentieerd. Zo worden er uitsluitend mensen op hbo- en wo-niveau aangenomen, na een zeer pittig toelatingsexamen. Het gebrek aan menskracht probeert men te compenseren met een superieure informatiepositie en slimme technologie. In Rio de Janeiro zetelt een risicoanalysecentrum dat op basis van kunstmatige intelligentiemodellen hele knappe profielen maakt. Daardoor kan men het aantal interventies in de fysieke stroom zo klein mogelijk houden. In de belangrijkste havenstad Santos zijn er per shift maar zo’n vijftig medewerkers aanwezig. Die beperkte fysieke aanwezigheid wordt gecompenseerd door in totaal 2.500 camera’s, die verspreid over het hele havengebied zijn geïnstalleerd. Ook in Nederland zijn we recent met cameratoezicht begonnen. Wij kunnen dus leren van de ervaringen die onze Braziliaanse collega’s hebben opgedaan..”

Drugssmokkel aangepakt
Dat slimme toezicht is hard nodig, stelt Appeldoorn. “Zo steeg in het jaar van mijn komst de Colombiaanse cocaïneproductie met tientallen procenten, en de jaren daarop zette die groei door. Vanuit onder meer Peru en Bolivia reizen er partijen dwars door Brazilië. Bovendien is Brazilië niet alleen een transitland, maar na de VS de grootste consument van cocaïne ter wereld. Dit betekent dat de bestrijding van drugssmokkel – naast handelsfacilitatie – geen bijkomende zaak meer is. De Braziliaanse overheid slaagt er in om op het traject richting Atlantische kust een flink aantal tonnen in beslag te nemen. Ook in de havensteden doet men er alles aan om de drugs te onderscheppen, met behulp van scanners, honden en grondige analyse van ladingbescheiden. Om het probleem aan te pakken heb ik regelmatig contact met douanecollega’s in de grootste havens en luchthavens van Brazilië. Onze diensten wisselen onder meer informatie uit over de vangsten in onze landen, en over de geconstateerde modus operandi. Hierdoor versterken we elkaars handhaving. Wat ook helpt is dat de corruptie onder Braziliaanse douaniers gering is, mede dankzij het feit dat hun lonen ongeveer even hoog zijn als die van hun Nederlandse collega’s. Bovendien worden alle handelingen die een medewerker verricht binnen het import- en exportproces elektronisch vastgelegd.”

AEO op Braziliaanse leest
Naast de bestrijding van smokkel en andere criminele activiteiten blijft er gelukkig genoeg tijd over de ondersteuning van bedrijven. Appeldoorn: “Mijn assistente en ik vormen een hecht team. Heloísa is een uitstekende netwerker die deuren weet te openen die voor anderen gesloten blijven. Daarnaast doet ze openbronnenonderzoek voor mij. Het douanevak heeft haar behoorlijk gegrepen, want ze volgt een masteropleiding in international business en beheerst het jargon volledig. Aanvankelijk tolkte en vertaalde ze ook veel voor mij. Omdat ik zelf inmiddels behoorlijk Portugees spreek, is dat nu wat minder nodig.”

“Bedrijven en burgers kloppen met hun vraag vaak eerst aan bij de economische afdeling, die sommige ervan aan mij doorspeelt. En voor algemene informatie is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland een goede ingang. Zoals mijn collega-attachés in eerdere afleveringen van deze reeks al zeiden: wij zijn geen consultants. Ik beïnvloed geen investeringsbeslissingen, vertel niet hoe een aangifte eruit moet zien of wat de juiste goederencode is. Maar je kunt bij mij wel terecht met specifieke vragen over een bepaalde douaneregeling. Dat geldt ook voor goedwillende, compliante bedrijven die buiten hun schuld in een vervelende situatie terechtgekomen zijn.”

“Verder helpen wij de Braziliaanse douane met de implementatie van een AEO-systeem, dat vergelijkbaar is met dat van de EU”, besluit Appeldoorn. “Het voorziet in allerlei vereenvoudigingen en faciliteiten voor bedrijven, waaronder de keuze voor de locatie van een controle. Ook probeert de douane hier regelmaat in te bouwen bij de afhandeling van zendingen. Het is tenslotte vervelend als een zending de ene keer na zes en de andere keer pas na zeventien dagen wordt vrijgegeven. Als het goed is, ga ik nog meemaken dat Nederlandse ondernemers aantoonbaar van al deze ontwikkelingen profiteren.”

Deel dit bericht