Geavanceerde technologieën maken het de Douane steeds makkelijker om te bepalen wat zich achter containerdeuren bevindt. Zonder een sluiting te ontgrendelen of een zegel te breken…

Voortdurend verkent de Douane nieuwe wegen om zijn handhaving te vervolmaken en de controlelast voor handel en industrie te verlichten. Dit najaar bijvoorbeeld wordt in de Rotterdamse haven druk geëxperimenteerd met een geavanceerde inspectiestraat – zo rijk aan scan- en detectietechnologieën dat ze haar gelijke niet kent. Het moet de dienst helpen om geautomatiseerd tot nog zekerder conclusies te komen over de mogelijke gevaren van vracht.

Feitelijk draait het werk van de Douane om één fundamentele vraag: wat zit er in de container? De dienst doet van alles om te weten te komen wat zich achter die ontelbare stalen wanden op kades, in depots en op terminals bevindt, liefst zonder een sluiting te ontgrendelen en een zegel te breken. Want een containerdeur openen – wat gebeurt op een afzonderlijke controlelocatie – betekent extra werk, oponthoud, kosten. Dus worden grote inspanningen verricht om de vinger te leggen op vracht waar een reëel risico aan vastzit; de spreekwoordelijke speld in de hooiberg. Zo wordt steeds uitgebreider gebruik gemaakt van beschikbare informatie – over goederen, over afzenders en ontvangers, over afgelegde routes – die langs steeds scherpere risicoprofielen wordt gehaald, en waarop steeds slimmere algoritmes worden losgelaten. Big data analytics is echter slechts één pijler waarop de strategie van de Douane steunt, in deze tijden van almaar uitdijende goederenstromen…

De handhavingsfilosofie van de dienst, Grensverleggend, hecht evengoed veel waarde aan de inzet van hypermoderne scan- en detectiemiddelen. Met de ingebruikname van vaste, state-of-the-artscaninstallaties op alle grote terminals op Maasvlakte 2 heeft deze visie al deels vorm gekregen. Inmiddels kan van veel containers die in de haven van Rotterdam arriveren zonder al te grote moeite en met een hoge mate van zekerheid worden bepaald of de inhoud okay is, of niet. Maar het kan natuurlijk altijd beter, zeker gezien het enorme tempo waarmee wetenschap en techniek voortschrijden. Daarom participeert de Douane in allerlei internationale onderzoekstrajecten waarbinnen nieuwe technologieën worden ontrold, en bestaande worden verfijnd. Momenteel loopt onder meer het Europese project C-BORD – voluit: Effective Container Inspection at Border Control Points. Een breed consortium van douanediensten, kennisinstituten, universiteiten en industriële partners werkt onder deze paraplu aan een bont palet van non-intrusive controle-instrumenten, allemaal geïntegreerd in één doorgang voor vrachtwagens. Na tests op logistieke hotspots in Hongarije en Polen wordt deze lijn momenteel beproefd op een douanelocatie in het maritieme hart van Nederland. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar narcotica en nucleaire goederen.

Hoe werkt C-BORD precies? Zodra een truck door de poort komt, wordt deze onderworpen aan een zogenoemde catalogue of technologies. Per type goederen en per type selectie (het soort risico dat de Douane heeft onderkend) wordt telkens een onderdeel of combinatie van onderdelen van de inspectiestraat geactiveerd. Zo vindt er gasfasemeting plaats met behulp van sensoren, oftewel analyse van lucht uit de container. Daarna volgt passieve stralingsdetectie, waarbij wordt bepaald of rond de vracht straling valt waar te nemen. Als bekendste element is klassieke röntgenscantechnologie aan het C-BORD-arsenaal toegevoegd, maar dan in de meest geoptimaliseerde vorm. Tot voor kort lieten scanbeelden letterlijk alles zien – elk aanwezig object in één plaatje – maar met de jongste generatie scanvoorzieningen is het straks mogelijk om containers visueel ‘af te pellen’ – laag voor laag weg te filteren, en zo meter voor meter door te lichten. Op die manier kan de Douane lading veel nauwkeuriger bekijken dan voorheen.

Genoemde stappen kunnen aanleiding geven tot verdere controle. Bijvoorbeeld wanneer een aanmerkelijke stralingswaarde wordt geconstateerd. De meeste van deze meldingen komen voort uit natuurlijke bronnen. Maar het kan ook voorkomen dat bewust radioactief materiaal wordt gesmokkeld, waarbij zo’n zending afgeschermd wordt vervoerd om ontdekking te voorkomen. In zulke (zeldzame) gevallen kan een tweedelijns photofission-meting uitkomst bieden: een nieuwe methode waarbij een X-ray-bundel kortstondig op één positie wordt gericht, waarna secundaire straling vrijkomt en wordt opgevangen. Deze vormt als het ware een vingerafdruk van de onderhavige vracht – heel handig voor de identificatie van zware metalen, zoals uranium of plutonium.
Grotendeels volgens hetzelfde principe functioneert de eveneens pas recentelijk ontwikkelde neutronenscan. Deze tool – die ook in de tweede lijn wordt ingezet – is speciaal gericht op het herkennen van organische stoffen, met name verdovende middelen en drugsprecursoren. Een apparaat dat helemaal op z’n plek lijkt in de Rotterdamse haven, waar smokkel van vooral cocaïne al decennialang een serieus probleem vormt.

Alles bij elkaar zal de mix van technische snufjes in de C-BORD-opstelling helpen om vermoedens rond geselecteerde goederenpartijen betrekkelijk simpel en snel te bevestigen of juist te ontkrachten. Bij het risico verdovende middelen zijn vier van de vijf ingebouwde controleprocedés nodig om een definitieve conclusie te kunnen trekken over verdachte vracht; bij het risico nucleaire materialen zijn dat er drie. Stuk voor stuk leveren de modules op het tracé deeltjes informatie die samen dit slotoordeel staven. Uiteindelijk moet deze optelsom leiden tot een daling van het aantal onterechte goederenbewegingen van terminals richting douaneposten. Zuivere winst voor overheid én ondernemers, want aan beide zijden geldt: hoe minder uit te pakken containers, hoe beter.

Heeft de Douane met C-BORD op termijn een waterdicht controlestelsel in handen? Nee. Zelfs wanneer de uitkomsten van de tests de stoutste verwachtingen overtreffen, is van een feilloos systeem geen sprake. Simpelweg omdat er altijd een zekere foutmarge zal zijn, en daarmee ruimte voor verbetering. In het besef dat 100% zekerheid en ultieme effectiviteit in het toezicht niet bestaan, tracht de dienst toch steeds een stapje vooruit te komen – mede door deelname aan hightech projecten als C-BORD. Als een van de meest innovatieve douaneautoriteiten ter wereld heeft de organisatie nu eenmaal een reputatie hoog te houden.

Van prototype naar productietechnologie
Het zal zeker jaren duren eer ergens op de wereld daadwerkelijk een C-BORD-achtige inspectielijn draait. Dit heeft vooral te maken met het feit dat in de proefopstelling een aantal relatief nieuwe methoden en technieken zijn verwerkt. X-ray-scanning en stralingsdetectie maken al lange tijd deel uit van het handhavingspalet van de Douane; leveranciers van deze apparatuur kunnen hun producten in betrekkelijk korte tijd aanpassen aan nieuwe inzichten. Anders is het bij neutronenscanning en photofission – toepassingen waarvan de dienst nu voor het eerst gebruik maakt. De instrumenten die hiervoor worden ingezet, zijn prototypes. Voordat daar kant-en-klare commerciële producten uit zijn geëvolueerd, is er nog een lange weg te gaan.

Deel dit bericht