Op zoek naar de rotte appels in de binnenvaartbranche

Uit ‘Douane Nederland in 2017’: hoe de Douane fiscale fraude met brandstoffen bestrijdt. “De oliewereld is constant in beweging.”

De Douane hief en inde in 2017 een kleine 12 miljard euro aan accijns – geld dat rechtstreeks naar de Nederlandse schatkist stroomt. Meer dan twee derde van dat bedrag bestond uit belasting op minerale oliën – denk hierbij aan brandstoffen. Goederen die zeer gevoelig zijn voor gesjoemel, zo is de ervaring van douaniers Daan Huntelaar en Herman Willemsen. Beiden weten vrijwel alles van de fiscale facetten van diesel, benzine en aanverwante artikelen.

Huntelaar: “Als intelligence-medewerker op het Douane Landelijk Tactisch Centrum lever ik onder meer input voor de controleopdrachten op minerale oliën richting de douaneregio’s. Vanzelfsprekend gaat onze aandacht uit naar plekken waar we fraude vermoeden en naar partijen die heel veel brandstoffen verbruiken. Zoals landbouwondernemingen, transportfirma’s en loonwerkbedrijven – die zitten al gauw boven de 250.000 liter diesel per jaar. Voor zulke spelers vormt brandstof veelal een derde van de totale bedrijfskosten en de enige post waarop ze echt kunnen besparen – een paar cent per liter scheelt al enorm. Dat brengt vanzelf fiscale risico’s met zich mee. Zo zie je dat er vaak voordelig brandstof in België wordt gehaald – wat op zich onder bepaalde voorwaarden is toegestaan. Die treffen wij echter vaak niet in de standaard tank aan, maar in een IBC-container. En dat mag dan weer niet. Tijdens inspecties bij eindgebruikers komen we in circa 10% van de gevallen onregelmatigheden tegen, zo is laatst becijferd.”

“Met een scoringspercentage van dik 38 is één sector voor ons bij uitstek interessant: de commerciële binnenvaart. Hier blijven brandstoffen op grote schaal buiten de heffing. Bijvoorbeeld doordat schippers op hun lading varen, wat natuurlijk lekker goedkoop is. Of omdat ze een deel van die lading zwart verkopen. De wetgeving hanteert normen voor zogenoemd natuurlijk verlies – geaccepteerde verschillen tussen de geladen en de geloste vracht – en die marges worden misbruikt. Van de inhoud van een flinke tanklichter kun je een complete tankwagen – pakweg 28.000 liter – achteroverdrukken, zonder dat er een haan naar kraait. Dat verdwijnt dan in het illegale circuit. Er zijn criminele organisaties die op deze manier diesel inslaan en doorverkopen aan malafide tankstations. Door dit soort praktijken loopt de staat kapitalen aan accijns mis.
Bij het DLTC hanteren wij lijsten met namen van schepen waar dergelijke misstanden eerder zijn vastgesteld, en ook de reizen van die vaartuigen kunnen we nagaan. Omdat je nooit precies weet wat er aan boord allemaal gebeurt, sturen we onze collega’s in de operatie met een vrij open opdracht op pad: als je zo’n lichter tegenkomt, ga erop af en zie maar wat je aantreft.”

Willemsen: “Toezicht houden in deze markt is niet makkelijk, want de oliewereld is constant in beweging. Bedrijf A kan morgen bedrijf B heten, en ook schepen veranderen voortdurend van naam. Maar het lastigste zijn nog de goederen waarmee je te maken hebt. Olie is vloeibaar, en het volume varieert onder invloed van de weersomstandigheden. Stijgt de temperatuur, dan zet het product uit – je bent bij controles dan ook steeds aan het omrekenen. Daarnaast zijn oliën onderling uitwisselbaar, dus is de herkomst per definitie moeilijk vast te stellen. Bovendien kun je niet zien of ruiken met wat voor variëteit je van doen hebt – daar is labonderzoek voor nodig. En dan nog: in het chemische spectrum liggen de diverse soorten vaak dicht bij elkaar. Zo zijn er steeds meer designer fuelsin gebruik – producten die zijn ontwikkeld voor voortstuwing, maar die door toevoeging van allerlei chemicaliën niet worden ingedeeld als brandstof en niet accijnsplichtig zijn. Qua samenstelling vallen deze niet of nauwelijks te onderscheiden van diesel.”

“Het werk dat wij doen is niet wezenlijk anders dan dat van collega’s die flessen drank of sloffen sigaretten tellen bij een accijnsverkooppunt – alleen ingewikkelder. Ook bij ons gaat het telkens om de vraag of wat er op papier staat klopt. Een controle op een vaartuig begint altijd met een gesprek met de schipper en een grondige blik in zijn administratie, zoals het ladingboek en het overzicht van de reizen van het schip – altijd keurig bijgehouden; elke reis heeft een eigen nummer. Vervolgens gaan we van voor- tot achterpiek alles af: de brandstoftank, de ladingtanks, de sloptank – een reservoir waarin restvracht tijdelijk kan worden opgeslagen. We meten handmatig, temperaturen, becijferen de aanwezige hoeveelheden en monsteren zo nodig de inhoud. Stemt een en ander overeen met de boekhouding, dan is er niets aan de hand. Is hier of daar sprake van een minnetje, dan mag de schipper dat verklaren. Als hij niet met een plausibel verhaal komt, dan kan een controle eindigen met een naheffing accijns en een boete. Die afhandeling doen wij deels zelf, en dat traject moet juridisch van alle kanten dichtgetimmerd zijn. Belangrijk is vooral dat je de taal van de schipper spreekt, dus de scheepvaarttermen kent. En ook het eigen jargon van de olie-industrie. Voor ons is dat alles gesneden koek. Wij zijn stuk voor stuk bijgeschoold aan het scheepvaartcollege, en draaien inmiddels jaren mee in deze business.”

Huntelaar: “De informatie over controles – conform of niet-conform – die wij terugkrijgen van Herman en andere collega’s in het fysieke toezicht is zeer waardevol. Op het DLTC kunnen we daarmee het plaatje steeds scherper krijgen: welke schepen verdienen onze speciale belangstelling, en welke niet? Dat helpt ons om telkens een beetje meer greep te krijgen op deze sector.”

Willemsen: “Binnen de bedrijfstak zelf is men daar over het algemeen ook blij mee. Schippers zijn echte vaklui – trots op hun professie, fier op hun schip. Dat zie je als je aan boord komt: alles is er spic en span; je kunt er van het dek en van de vloer van de machinekamer eten. De meesten van die mensen willen gewoon op een eerlijke manier hun brood verdienen. Die balen ook van de rotte appels in de branche.”

Dit is een van de vele interviews uit de onlangs verschenen uitgave ‘Douane Nederland in 2017’. Samen geven deze een goede impressie van het even brede als boeiende speelveld waarop de dienst actief is. Meer lezen? Klik hier voor het complete jaaroverzicht.

Deel dit bericht