Op volle kracht richting Brexit

Programmadirecteur Brexit Hans Klunder doet uit de doeken hoe de Douane zich voorbereid op de Britse uittreding uit de EU.

Met de Brexit kan het nog steeds verschillende kanten op. Maar duidelijk is dat douaneformaliteiten voor de goederenstroom tussen het Verenigd Koninkrijk en Nederland haast onvermijdelijk worden. Een passieve houding is dan ook de slechtst denkbare voorbereiding. De Douane geeft sinds de aankondiging van het uittreden van het VK het voorbeeld met tal van maatregelen. “Nederland heeft inmiddels als een van de eerste EU-lidstaten extra douanepersoneel aangenomen”, aldus programmadirecteur Brexit Hans Klunder.

Als het om gevoelige dossiers gaat, is hij wel wat gewend. Hans Klunder werkte voor zijn overstap naar de Douane in 2014 bij drie andere departementen. “Zo was ik op het ministerie dat nu Justitie & Veiligheid heet zeventien jaar lang betrokken bij de uitvoering van het migratiebeleid. De Brexit zorgt voor een vergelijkbare politiek-maatschappelijke dynamiek. Na terugkomst van een werkbezoek aan het Verenigd Koninkrijk eind 2017 is onze minister-president meteen in gesprek gegaan met onder meer de koepels en VNO/NCW. De boodschap luidde: overheid en bedrijfsleven, ga je voorbereiden op een worst case scenario, oftewel een harde Brexit. Dat gold bovenal voor ons als Douane en de NVWA. Mede daarom is besloten alle douane-activiteiten rond de Brexit in een programma onder te brengen. In februari dit jaar kwam daarvoor het groene licht, het benodigde budget volgde niet veel later. En per 1 april ben ik benoemd tot programmadirecteur.”

Onnodig oponthoud voorkomen
Voor die tijd zat de Douane bepaald niet stil. “Ons uitgangspunt is altijd geweest: houd rekening met een harde Brexit*. Zodra duidelijk werd dat het de Britten menens is, hebben wij de gevolgen voor onze organisatie in kaart gebracht. Uit de BTW-cijfers over 2016 komt naar voren dat zo’n 35.000 bedrijven die zaken doen met het VK niet in onze douanesystemen zitten, en dus niet bekend zijn met douaneprocessen. Ongeveer 4.000 daarvan hebben een significante omzet – meer dan een ton. Al met al komen we uit op 20 procent toename van de invoeraangiften en 30 procent van de uitvoeraangiften. Dat betekent dus fors meer werk, waarvoor extra capaciteit nodig is. Onze organisatie – nu 4.600 fte groot – gaat op basis van een harde Brexit 20 procent groeien.”

“Binnen het programma borduren wij voort op de lopende activiteiten, waar we meer structuur in aanbrengen”, vervolgt Klunder. “Het loopt zolang als nodig is. Momenteel ligt de focus vooral op de voorbereiding op die harde Brexit-datum van 29 maart 2019. Wij doen er alles aan om oponthoud voor het bedrijfsleven te voorkomen – onnodig oponthoud, om precies te zijn. Want vertraging is straks onvermijdelijk: door de keuze van het VK om uit de Interne Markt en Douane Unie te stappen, zijn douaneformaliteiten onvermijdelijk.

Helaas is enige verwarring ontstaan, doordat het VK zegt een douane-unie met de EU te willen vormen, zoals die eerder met Turkije tot stand kwam. Als dat er al van komt, maakt het weinig verschil in de gevolgen. Tenslotte verlaat het land de Interne Markt, die in een vrij verkeer van personen, diensten, goederen en kapitaal voorziet. Maar terwijl het VK er dus voor kiest de EU-familie de rug toe te keren, wil het wel graag de ideale schoonzoon blijven. Hoe spijtig ook, het VK krijgt – als elk ander derde land – te maken met het formaliteitenstelsel: het geheel van administratieve handelingen, vergunningen invoer- en uitvoeraangiften en fysieke controles aan weerszijden van de grens. Dat is bepaald geen kleinigheid. Voor het in- of uitvoeren van zoiets simpels als een potje jam zijn al snel negen formaliteiten extra nodig. Je krijgt te maken met een summiere aangifte, aangifte tot tijdelijke opslag, een fytosanitaire controle… Natuurlijk kan het VK in de toekomst met de EU afspraken maken over zaken als veiligheid of de wederzijdse erkenning van AEO-statussen, of een overeenkomst sluiten zoals die begin vorig jaar tussen de EU en Canada werd getekend. Maar die buitengrens verdwijnt daarmee niet.”

Uitbreiding op alle fronten
Een van de pijlers van het programma bestaat uit het werven, opleiden en inwerken van nieuw personeel. Nederland is een van de eerste lidstaten die al extra mensen hebben aangenomen, met het oog op de Brexit. De eerste opleiding, een combinatie van reguliere en Brexit-instroom, wordt in januari afgerond. De volgende begint in september. Bij een eventuele overeenkomst tussen VK en EU groeit de dienst met 750 medewerkers,een harde Brexit voorziet in 928 nieuwe douaniers. Klunder: “Het overgrote deel daarvan – 500 tot 550 – komt te werken in het Fysiek Toezicht, een kleiner deel gaat aan de slag in de aangiftebehandeling. Ook binnen het proces klantmanagement gaat uitbreiding plaatsvinden, bijvoorbeeld voor het beoordelen van vergunningaanvragen. Daarnaast zal ons landelijk kantoor en serviceorganisatie extra capaciteit moeten krijgen om het geheel in goede banen te leiden.

Die toename heeft een flinke impact. Er zijn gevolgen voor onze huisvesting, middelen zoals het wagenpark, het aantal douanehonden en hondengeleiders. We hebben aanbestedingstrajecten opgestart voor mobiele scanapparatuur, wapens, noem maar op. Samen met het bedrijfsleven bekijken we hoe we huisvesting met bijvoorbeeld de mogelijkheid van een aangifteloket zo goed mogelijk kunnen vormgeven. Het toezicht op het ferryverkeer tussen VK en vasteland, dat begin jaren negentig met de komst van de interne markt verdween, gaan we nieuw leven inblazen met de inzichten van nu. Er moeten enkele nieuwe douanekantoren komen, waarvoor we een goede ligging proberen te vinden om onze toezichtstaak op een efficiënte wijze te kunnen uitvoeren. Dat is nog niet zo makkelijk: het aantal beschikbare meters voor de operaties rond de ferry’s in de havens is bijvoorbeeld beperkt. En als je dan bedenkt dat zo’n ferry een omkeertijd heeft van zo’n drie uur, weet je dat dit een hele uitdaging is.”

Met vereende krachten
Met alleen de overheidsinspanningen komen we er niet, zegt Klunder stellig. “Het gaat om de hele keten, dus ook de inzet van het bedrijfsleven is zoals gezegd hard nodig. De koepelorganisaties hebben zich niet onbetuigd gelaten. Met hen hebben we verschillende roadshows georganiseerd, onder meer in samenwerking met VNO/NCW en MKB Nederland. En we zijn in gesprek met Ondernemend Nederland – ONL – om ook hun achterban te bereiken. Via de platforms Brexitloket en Hulp bij Brexit kun je een scan doen om de impact van de Brexit voor jouw bedrijf te bepalen. Verder zijn we in gesprek met de ferrymaatschappijen. Wat als bedrijven daags na de Brexit geen aangiften indienen, of vrachtwagens zonder de vereiste papieren op of van de boot rijden? Dan hebben ze zelf ook een probleem, want dan komt die omkeertijd van drie uur in gevaar… Gelukkig zijn de ferrymaatschappijen van de urgentie doordrongen en intensief met ons in gesprek.”

Gebrekkige voorbereiding
Dat geldt echter niet voor iedereen, constateert Klunder. “Grote bedrijven met een eigen douane-afdeling of een betrokken douane-expediteur bereiden zich goed voor. Die nemen ook al nieuwe mensen aan, die ze kunnen laten warmdraaien om straks de extra volumes in het douaneproces goed aan te kunnen. Maar een kleine onderneming kan zich dat vaak niet permitteren. Bovendien wijst een VNO/NCW-poll uit dat een derde van het bedrijfsleven er klaar voor is, een derde zich voorbereidt, en nog eens een derde zich niet met de Brexit bezighoudt. Om te onderzoeken hoe het nu precies zit, laat de Rijksoverheid een nieuw onderzoek uitvoeren door Kanter Public. Een deel van de verklaring voor die ogenschijnlijke onwil bij een deel van de doelgroep is dat het om ondernemers gaat – die zijn nu eenmaal gewend risico’s te nemen. Je ziet ook dat bedrijven soms een versimpeld beeld van de gevolgen hebben. Sommige ondernemers zeggen: vertel ons nou maar gewoon welke vergunning we nodig hebben, dan kunnen we weer over tot de orde van de dag. Om vervolgens vol ongeloof van ons te horen wat ze te wachten staat.”

Klaar voor de toekomst
Precies voorspellen wat er volgend jaar gaat gebeuren is lastig, erkent Klunder. “Vanuit onze mainports – en dan met name Rotterdam – bezien zijn Duitsland, België en Frankrijk de belangrijkste doorvoerlanden. Daar kun je verschuivingen tussen gaan zien. Ook het financiële hart van Londen zal worden geraakt. Britse banken wijken waarschijnlijk uit naar het vasteland of naar Ierland. Er circuleren volgens Britse media zelfs scenario’s met luchtbruggen tussen de Engelse hoofdstad en het achterland, vanwege tekorten aan medicijnen en voedsel bij een no dealop 29 maart 2019.”

Met de actie aan Nederlandse zijde zit het wél goed, weet Klunder. “CDA-kamerlid Pieter Omtzigt stelde onlangs de vraag of de Douane klaar is voor een harde Brexit. Mijn antwoord was een volmondig ‘ja’. Toen we driekwart jaar geleden een eerste stress-test voor onze IT-systemen uitvoerden, zag dat er goed uit – en we gaan hier nog verder mee. Daar waar het kan, proberen we opleidingen in te korten of aan te passen, zodat nieuw personeel zo snel mogelijk inzetbaar is. Verder gaan we meer flexibiliteit creëren binnen de regio’s, om de werklast goed te verdelen. Er zal straks heus af en toe geïmproviseerd moeten worden, misschien via verleggingen naar het binnenland. Bovendien hebben wij niet in de hand wat er in het VK gebeurt. Maar gelukkig zit improviseren en flexibiliteit de Douane in het bloed. ‘De plotselinge uitbraak van mond-en-klauwzeer hadden we destijds binnen een dag getackeld, dus dit lukt ons ook’, hoorde ik laatst een collega zeggen. En straks zullen we er alles aan doen om te voorkomen dat er lange rijen vrachtwagens komen te staan. Maar we ontkomen niet aan een vorm van administratieve toezichtlast op de goederenstroom van en naar het VK.”

* Zie ook eerdere artikelen in Douane inZicht (nummer 3 2017, nummer 1 2018).

Deel dit bericht