Onze man in Beijing

Maak kennis met Leo van Veen, onze douane-attaché in China. “We werken nauw samen met de collega’s hier om grip te krijgen op de enorme goederenstromen.”

Onlangs tekende Leo van Veen, sinds 2014 douane-attaché in China, voor twee jaar bij. Samen met zijn collega’s van de ambassade en zijn lokale counterparts probeert hij het hoofd te bieden aan typisch 21-eeuwse uitdagingen, zoals de inbreuk op intellectuele eigendomsrechten en de explosieve groei van internetaankopen. “Om met een beperkte hoeveelheid personeel die enorme goederenstroom de baas te worden, is samenwerking onontbeerlijk.”

Dat de Douane bij Van Veen uitkwam voor een post in het Verre Oosten, was niet zo verwonderlijk. Jarenlang werkte hij voor de afdeling Internationale Zaken van het Directoraat Generaal Belastingdienst van het Ministerie van Financiën. Van Veen: “In die hoedanigheid heb ik veel Europese en niet-Europese landen aangedaan, voor de OESO gewerkt, voor de Wereld Douane Organisatie… Het ging daarbij vaak om projecten van enkele maanden tot een paar jaar. Kansen om voor langere tijd te worden uitgezonden kwamen ook voorbij, maar waren qua gezinssituatie niet ideaal. De vraag of ik douane-attaché in Beijing wilde worden, kwam wél op het juiste moment. En dankzij mijn betrokkenheid bij de in 1991 gestarte samenwerking tussen de Nederlandse en de Chinese douanediensten – gericht op kennisuitwisseling – was ik al aardig bekend met het land.”

Bemiddelende rol
Van Veens tweemansfractie vormt een zelfstandige afdeling binnen de Nederlandse ambassade, maar valt wel onder het cluster Economie. Een logische structuur, vindt hij, zeker met het oog op handelsfacilitatie. “Wij zijn er ook om kansen te creëren voor ondernemingen. En bedrijven weten de ambassade en de consulaten-generaal in Shanghai, Guangzhou, Hongkong en Chongqing makkelijk te vinden. De economische afdeling heeft logischerwijs de meeste contacten, maar men klopt ook geregeld bij mij aan. Nu kan ik als attaché geen problemen oplossen, maar wel een bemiddelende rol spelen. Staat er bijvoorbeeld ergens op een kade een container met bederfelijke waar stil, dan kan ik of mijn assistente bij mijn Chinese collega’s eens informeren wat er aan de hand is en of we iets kunnen betekenen. Dat doen we overigens bij grote uitzondering.”

Nuttig bezoek
Wie nog geen voet aan de grond heeft in China, zou volgens Van Veen kunnen overwegen deel te nemen aan een handelsmissie. “Dat opent echt deuren. Zo kun je worden gematcht met een mogelijke Chinese partner, met afnemers en resellers van je product. En je leert wat er allemaal komt kijken bij zakendoen in het land. Zoals: wat is nodig om er te worden erkend als AEO-bedrijf? Of: hoe leg je er je intellectuele eigendomsrechten vast om te voorkomen dat iemand met jouw product aan de haal gaat? Een in Europa gedeponeerd merk is namelijk niet automatisch ook in China beschermd. Verder is bij deelname aan een expositie of een beurs contact met de organisator onontbeerlijk. Daar kan de economische afdeling in adviseren. Die organisator zorgt er dan weer voor dat de tijdelijke import van jouw product aan de Chinese kant officieel is geregeld.”

Zelf draagt Van Veen ook zijn steentje bij tijdens dit soort gelegenheden. “Bij de laatste grote handelsmissie heb ik met een deel van het gezelschap de haven van Shanghai bezocht en een presentatie gehouden over de samenwerking tussen Europa en China op douanegebied. Wat kunnen ondernemers verwachten, aan welke (pilot)projecten mogen ze deelnemen? Ook reeds gevestigde bedrijven schuiven op zo’n moment graag aan om te zien wat er op stapel staat en hoe ze daarop kunnen inspelen.”

Op het juiste spoor
Loopt Van Veen eigenlijk tegen cultuurverschillen aan in China? “Om te beginnen is de taal een barrière en lopen de contacten vaak anders dan in Nederland. Maar goed: je kunt focussen op de verschillen tussen onze landen, maar uiteindelijk staan we voor vergelijkbare uitdagingen. Om met een beperkte hoeveelheid personeel die enorme goederenstroom de baas te worden, is samenwerking onontbeerlijk. Die krijgt vorm in onder meer onze Twinning-samenwerking op maritiem en luchtvervoer van goederen tussen Shanghai en Rotterdam en Guangzhou en Schiphol. Daarbij staan de processen centraal en worden best practices uitgewisseld.”

Het publiek-private proefproject Smart & Secure Trade Lanes – kortweg SSTL – is weer een goed voorbeeld van de samenwerking tussen de EU en China. Van Veen: “Met SSTL proberen we hele logistieke ketens in kaart te brengen, wijzen we risico’s aan en identificeren we betrouwbare bedrijven. In 2006 was ik zelf namens Nederland betrokken bij de eerste onderhandelingen rond het project.” De twee samenwerkingsverbanden versterken elkaar, stelt Van Veen. “De diverse lijntjes waren er tenslotte al, beide diensten kennen elkaar goed. Aanvankelijk was SSTL gericht op het maritieme vervoer. Gezamenlijk namen we later het initiatief voor een pilot rond luchtvracht, in samenwerking met de Chinese luchthaven Guangzhou. En nu is het project uitgebreid met de modaliteit spoor. Logistiek vallen er grote voordelen te behalen. Wanneer het lukt om de reistijd van voor het westen bestemde producten te bekorten en het aantal douanecontroles tot een minimum te beperken, profiteren tal van landen daarvan. Als oostelijke toegangspoort tot Europa speelt vooral Polen een belangrijke rol. De plannen voor het spoor raken ook aan het Belt and Road Initiative van de Chinese overheid. Bij het inrichten van deze ‘nieuwe Zijderoute’ zijn tientallen landen betrokken.”

 Risico’s onderkennen
Ook op andere terreinen timmert het Aziatische land flink aan de weg. “Qua automatisering is China erg ver”, stelt Van Veen vast. “En de bereidheid om te investeren is groot. Men is bijvoorbeeld druk bezig met IT-oplossingen in de logistieke keten. En enkele jaren geleden al werd op een grote luchthaven hier een robot geïntroduceerd die reizigers informatie verstrekt. Verder regelt iedereen in China alles via zijn telefoon. Bestellen via internet heeft een ongekende vlucht genomen, op straat rijden karretjes af en aan om pakjes te bezorgen. China is tenslotte de tweede economie van de wereld en op e-commerce-gebied misschien wel de grootste. Voor ontvangende landen, waaronder Nederland, is die grote hoeveelheid pakketjes wel een bron van zorg. Daarom zoeken we ook op dit vlak de samenwerking – vanuit Wereld Douane Organisatie en EU, én bilateraal. Zo hebben we vorig jaar een gezamenlijk seminar in Nederland georganiseerd over de risico’s die deze enorme stroom met zich meebrengt. Zit er bijvoorbeeld een groot verschil tussen de aangegeven douanewaarde en het daadwerkelijke product, waardoor de schatkist geld misloopt?”

“We kijken uiteraard ook naar niet-fiscale risico’s. Tenslotte willen we graag weten of de inhoud van een product overeenkomt met het verpakkingsopschrift. Zitten er schadelijke stoffen in, hoe kunnen we namaak herkennen? Beide landen hechten veel waarde aan de integriteit van de goederen en werken daar hard aan. En samenwerking met andere handhavingsdiensten is in dezen essentieel. 
Wat dit soort uitdagingen extra spannend maakt, is dat de Chinese douane middenin een fusie zit met de quarantainedienst AQSIQ – vergelijkbaar met onze NVWA en de Inspectie Leefomgeving en Transport. De reorganisatie die hiermee gepaard gaat, komt neer op een forse personeelsuitbreiding.”

Solide vertrouwen
Een ander mooi voorbeeld van de stappen die China zet, betreft de handel in wildlife-producten, stelt Van Veen. “Die heeft het land fasegewijs aan banden gelegd. Eerst werd de invoer verboden, daarna de bewerking ervan. Ook recyclemateriaal zoals oud papier, dat in grote hoeveelheden naar China wordt getransporteerd, staat onder strenger toezicht. Zo mag het maar een beperkte graad aan inherente verontreiniging hebben. Als het die norm overschrijdt, wordt de invoer van die zending geweigerd en mogelijk teruggestuurd. En sinds 31 december mogen bepaalde papiersoorten helemaal niet meer worden geïmporteerd. Dat is overigens een gevoelige kwestie, want sommige bedrijven worden hard geraakt door die maatregel. Bovendien zijn enkele mondiale recyclestromen, waaronder die van kunststofafval, tot stilstand gekomen. Samen met onder meer Brussel en de bevoegde handhavingsdiensten in Nederland wordt dan gekeken hoe je het beste met zo’n ingreep omgaat. Zo kun je het moment waarop de stromen worden stopgezet proberen te beïnvloeden, of pleiten voor nog duidelijkere richtlijnen.”

Om in dit soort lastige gevallen nader tot elkaar te komen, is een solide vertrouwensbasis nodig. De kiem daarvoor werd gelegd bij de start van de samenwerking in 1991. “Voor veel Chinese douanemedewerkers is Garderen, waar de meeste trainingen zijn gegeven, nog steeds een begrip”, aldus Van Veen. “De ruim 1.300 medewerkers die onze dienst daar heeft opgeleid, vind je doorgaans terug op de hogere posities binnen de Chinese douane. Het is mooi om te zien dat onze samenwerking al zo lang standhoudt en zosuccesvol is. En waar de Chinese collega’s aanvankelijk vooral kennis kwamen halen, is er inmiddels een betere balans. We leren echt van elkaar.”

Deel dit bericht