“We willen de groei managen, niet de krimp”

Drie direct betrokken bestuurders over de Verbeteragenda Douane, die de Nederlandse toppositie op het vlak van logistiek en douane moet waarborgen.

In oktober overhandigden het bedrijfsleven en de mainports – de haven van Rotterdam en luchthaven Schiphol – samen met de Douane de Douane-verbeteragenda aan toenmalig staatssecretaris van Financiën Eric Wiebes. Uitdaging is nu om deze agenda om te zetten in een concreet plan.

De positie van de Douane is de laatste jaren om meerdere redenen verder onder druk komen te staan. De dienst zag het aantal aangiften in recordtempo toenemen, tot 170 miljoen in 2016. Op hetzelfde moment sputterde de automatisering en werd de capaciteit sterk verminderd door opgelegde bezuinigingen. Daarnaast legde de invoering van het nieuwe Douanewetboek van de Unie per 1 mei 2016 extra druk op de organisatie. In de tussentijd was daar de vertrekregeling bij de Belastingdienst, die achteraf gezien naar eigen zeggen ‘te haastig’ en ‘te onzorgvuldig’ tot stand was gekomen. Daar bovenop werd een douanier opgepakt voor hulp bij drugssmokkel in de haven van Rotterdam. Dit alles leidde tot negatieve beeldvorming, terwijl het bredere maatschappelijke en economische belang van de Douane juist onvoldoende aandacht kreeg.

Essentieel voor concurrentiepositie
Bert Wiersema (midden op de foto), waarnemend algemeen directeur Douane Nederland, ervoer genoemde ontwikkelingen vooral als een ‘remming in de voorsprong’. Hij legt uit: “Soms vergeten we dat Nederland mondiaal gezien echt een topland is op douanegebied. Het douanetoezicht in Nederland wordt op innovatieve wijze vormgegeven, waardoor de belemmeringen in de logistiek tot een minimum worden beperkt. Daar slagen we mede in door geregeld te overleggen met het bedrijfsleven en de mainports. Dat brengt ons veel en het zorgt er tevens voor dat Nederland als vestigingslocatie erg aantrekkelijk is voor buitenlandse bedrijven. Dat wetende, wil je niet zien dat die leidende positie niet is uit te bouwen of zelfs in gevaar komt.”
TLN-voorzitter Arthur van Dijk (rechts) en evofenedex-directeur Bart Jan Koopman (links) onderschrijven Wiersema’s woorden: “De topstatus van de Douane is van essentieel belang voor de Nederlandse concurrentiepositie, iets waarbij onze mainports en het bedrijfsleven een groot belang hebben.”

Excelleren binnen de logistiek
Het Overleg Douane Bedrijfsleven (ODB) is volgens Wiersema meer dan enkel een overlegorgaan. “Ik zie het meer als een samenwerkingsverband dat ons in staat stelt om douanevraagstukken op transparante wijze en ketenbreed op te pakken. Daardoor kunnen we met elkaar echt stappen zetten. Denk bijvoorbeeld aan het nieuwe aangiftesysteem of de totstandkoming van de vooraangifte.”
Van Dijk reageert: “De samenwerking laat zien dat trade compliance en trade facilitation hand in hand gaan. Weliswaar is en blijft de Douane een handhavingsorganisatie en daarmee een belemmering voor de handel, maar door continu te overleggen over de wijze waarop de formaliteiten en controles door de Douane worden uitgevoerd, zijn we binnen de logistiek alsnog in staat om te excelleren.”

Brandbrief
Eind 2016 bracht de toenemende druk op de Douane de bij het ODB aangesloten organisaties en mainports ertoe een brandbrief te sturen aan de toen zittende staatssecretaris van Financiën Eric Wiebes. Daarin uitten zij hun zorgen over de ontwikkelingen bij de Belastingdienst, met directe gevolgen voor het functioneren van de Douane. Wiersema: “Die brief heeft ons absoluut geholpen. Het sloot ook mooi aan op onze business case, waarbij we willen blijven investeren in vernieuwing zonder afstand te doen van onze mensen. Die hebben we, gezien de verwachte toename in het aantal aangiften, in de toekomst namelijk hard nodig. We willen de groei managen, niet de krimp.”

De staatssecretaris sprak zijn waardering uit voor de steunbetuiging van het bedrijfsleven en de mainports aan de Douane. Ook aanvaarde hij het aanbod van het ODB om gezamenlijk een verbeteragenda uit te werken, met het doel de Douane toekomstbestendig te maken. Deze verbeteragenda is inmiddels aan de bewindsman aangeboden en bevat vier strategische thema’s, telkens gekoppeld aan een gezamenlijke ambitie van de Douane, het bedrijfsleven en de mainports.

ICT en handelsfacilitatie
Het eerste thema betreft ICT. Wiersema licht toe: “ICT moet zorg dragen voor een vlekkeloze informatieuitwisseling. Dit wordt de komende jaren alleen maar belangrijker. En het past bij de uitdaging om niet alleen alle relevante informatie te verzamelen, maar deze ook maximaal te interpreteren door de verzamelde data slim te combineren.” Koopman vult aan: “Belangrijk punt daarbij is het meer werkbaar maken van de noodprocedure – wat ons betreft een absolute prioriteit voor de korte termijn.”
Het tweede thema betreft handelsfacilitatie en toezichtlast. Wiersema: “Het bedrijfsleven verwacht van de Douane steeds meer in het kader van snelheid, voorspelbaarheid en zekerheid. Zoals gezegd, kan ICT daaraan bijdragen. Want hoe beter de data-uitwisseling, hoe gerichter de interventies. We willen niet alles hoeven te controleren, maar werken op basis van gerechtvaardigd vertrouwen, aan de hand van risicoprofielen. En als er toch gecontroleerd moet worden, maakt de Douane gebruik van geavanceerde controlemiddelen, zoals scanapparatuur. Op die manier kunnen we gezamenlijk het verschil maken.”

Dienstverlening en één overheid
Het derde thema is dienstverlening. De ambitie is om het logistieke proces ‘zo maximaal mogelijk, op voorspelbare, betrouwbare en transparante wijze’ te laten verlopen. Koopman licht toe: “Op dit moment gaat 30 procent van alle goederen die de Europese Unie binnenkomen of uitgaan via Nederland. Terwijl ons land over ‘slechts’ 3,8 procent van alle Europese douaneambtenaren beschikt. Daarbij zal er de komende jaren een enorme stijging plaatsvinden van het aantal aangiften. Zo zal het aantal e-commerce-zendingen blijven groeien, en zorgt de aanstaande Brexit alleen al voor een toename van 30 procent en duizenden nieuwe douaneklanten. Kortom, willen we die gateway to Europe blijven, dan is het van cruciaal belang om ons op al deze ontwikkelingen voor te bereiden, de werkprocessen te versnellen en de excellente dienstverlening van de Douane te borgen. Onder meer met betrekking tot de bereikbaarheid, communicatie en naleving van de termijnen.”
Tegelijkertijd is het belangrijk om de werkprocessen waar mogelijk te vereenvoudigen, aldus Van Dijk. “De verbeteragenda heeft niet alleen betrekking op de douaneorganisatie. Ook het bedrijfsleven zal een mindshift moeten maken en moeten streven naar meer transparantie en compliance. We moeten af van de gedachte dat de logistiek leeft van de complexiteit in de werkprocessen.”

Het vierde en laatste thema is het handelen als één overheid. Wiersema: “Het bedrijfsleven en de mainports moeten bij grensoverschrijdend goederenvervoer één overheid ervaren. Zodat we op een betere, slimmere en efficiëntere manier toezicht kunnen houden.”

Stap naar voren
Nu de verbeteragenda er ligt, is het de uitdaging er een verbeterplan van te maken – voorzien van concrete acties. Wat Wiersema betreft, staan de woorden ‘proactief’ en ‘in gezamenlijkheid’ daarbij centraal. “Of het nu het kennisniveau betreft of de processen, het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de Douane, het bedrijfsleven en de mainports om te bepalen waar we naartoe gaan en wat daarvoor nodig is. Een excellerende dienstverlening moet daarbij het uitgangspunt zijn.” Van Dijk vult aan: “We moeten inderdaad gezamenlijk naar de dag van morgen kijken, op operationeel én strategisch niveau. En zoveel mogelijk de afstemming met de politiek zoeken. Het jongste regeerakkoord biedt wat dat betreft voldoende perspectief.” Koopman: “We moeten ervoor zorgen dat we weer een stap naar voren maken, zodat de BV Nederland daarvan profiteert. Waarbij we niet alles tegelijk moeten willen doen, maar keuzes moeten maken.”

Het is verder van belang dat de sterke samenwerking tussen de Douane, het bedrijfsleven en de mainports meer zichtbaar wordt gemaakt, vindt Wiersema. “Door de verbetering te laten zien – denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van de douaneopleidingen op master- en bachelorniveau – creëer je draagvlak. Dat maakt dat je wéér een stap kunt zetten. En dat we ook in de toekomst trots kunnen zijn op de Douane en de logistieke toppositie van Nederland in de wereld.”

Deel dit bericht