De leden van het Douane Duikteam speuren naar verborgen drugszendingen onder de grootste oceaanreuzen. “Wat er ook gebeurt: niet in paniek raken.”

Het dagelijks werk van de leden van het Douane Duikteam draait vrijwel volledig om verdovende middelen. Samen onderzochten deze op-en-top professionals al meer dan 1.500 vaartuigen op verborgen drugszendingen – vooral bulkcarriers en containerschepen afkomstig uit Latijns-Amerikaanse en Caribische wateren. Niet iedereen is voor dit gevaarlijke werk in de wieg gelegd: “Elke keer als je onder zo’n kolos zweeft, versnelt je ademhaling en gaat je hartslag flink omhoog.”

“Het liefst duiken wij op open zee, onder schepen die liggen te wachten op een ankerplaats. Dat is relatief veilig, omdat we dan aan alle zijden van de boot vrije opstijging hebben. Vaak ook is het water daar wat helderder, zodat we iets beter kunnen zien. En we kunnen er opereren buiten het zicht van eventuele schimmige figuren, die zouden kunnen proberen een partij drugs van boord af te halen. Maar meestal werken we toch in havens, zoals langs de kades in Rotterdam. Het water is hier behoorlijk vervuild, met veel oppervlakteolie, andere chemicaliën en ongedierte. Op de bodem ligt soms wel anderhalve meter restafval, dat zich langs de walkanten ophoopt. Om ons te beschermen tegen die elementen van buiten dragen we droogpakken, met neopreen handschoenen en volledig gesloten kappen. Zo komen we niet direct met het water in aanraking. Een belangrijk uitrustingsstuk is ons mes, waarmee we onszelf kunnen lossnijden als we verstrikt raken in bijvoorbeeld stukken visnet of kluwens vislijn die ronddrijven. Verder hebben we twee sterke flashlights bij ons – een op het hoofd en een aan de pols – om iets verder te kunnen kijken dan een centimeter of twintig. Maar door het vele sediment krijg je vaak zoveel schittering, dat je liever met één lamp zwemt en je werk met minder zicht of op de tast doet. En dan hebben we natuurlijk onze dieptemeter, een al even onmisbaar instrument.”

“Als we met ons eigen vaartuig arriveren bij een schip, kunnen we niet meteen met de duik beginnen. De kapitein en zijn bemanning – die overigens niet op de hoogte zijn van onze komst – moeten eerst met de duikbegeleider van dienst een safe-to-dive lijst doornemen. Voor de veiligheid wordt een heel stappenplan doorlopen: zo worden onder meer de zeekasten, de propeller, de schroef en eventuele ICCP-systemen uitgezet of vergrendeld. Op die manier kan de duiker niet in scheepsonderdelen worden gezogen en klem komen te zitten, en heeft hij geen last van hinderlijke en risicovolle elektrische velden en geluidssignalen. Twee man van ons team controleren op de brug en in de machinekamer of aan alle punten is voldaan. Pas als zij het sein veilig geven, start de duikbegeleider met zijn briefing. Hij vertelt de twee duikers die de klus gaan klaren bijvoorbeeld of er bepaalde bijzondere omstandigheden zijn, en waar zij onder water specifiek op moeten letten.”

Navigeer verder.

Deel dit bericht