Onze man in Singapore

Maak kennis met Rick Ligthart, onze douane-attaché voor Zuidoost-Azië. “Ik help mee om hier kansen te creëren voor Nederlandse bedrijven.”

Op diverse standplaatsen verspreid over de wereld heeft Douane Nederland attachés gestationeerd: gezanten die zich inspannen voor goede samenwerking met de lokale autoriteiten, en zo tegelijkertijd de internationale handel helpen bevorderen. In een reeks interviews stellen wij deze selecte groep functionarissen aan u voor. Te beginnen met Rick Ligthart, onze man in Singapore – tevens geaccrediteerd voor Indonesië, Maleisië, Thailand en Vietnam. “Ik help mee om hier kansen te creëren voor Nederlandse bedrijven.”

“Leven en werken in het buitenland trekt me, al zolang ik bij Belastingdienst, FIOD en Douane werk,” begint Ligthart. “Na eerder drie jaar als douane-attaché in Berlijn te hebben gewerkt, kreeg ik in 2010 de kans om naar Beijing te gaan, waar de attachépost was vrijgekomen. Lang heb ik er niet over getwijfeld. De eerste kennismaking met het Verre Oosten leverde wel een kleine cultuurshock op. Ik was nog nooit in dit werelddeel geweest, en daar stond ik ineens als westerling tussen de Chinezen. De enorme hoeveelheid mensen, de omgangsvormen die zo anders zijn dan in Nederland, de opschriften waar ik geen wijs uit werd… Ik had weliswaar een paar lessen Mandarijn gevolgd, maar die waren onvoldoende om de taalbarrière te slechten.”
Na vier jaar China vloog Ligthart direct door naar zijn huidige standplaats. De Douane had kort daarvoor besloten om ook voet te zetten in Zuidoost-Azië. “Singapore bleek een verademing ten opzichte van Beijing, omdat alles er zo strak georganiseerd is. Het aantal auto’s wordt er streng gereguleerd, het is er schoon en de mensen zijn enorm gedisciplineerd – ook al doordat de regels streng worden gehandhaafd. En je kunt je er prima redden in het Engels. Toch blijft het ook hier spannend. Je moet in deze functie het avontuur durven aangaan, niet bang zijn om op jezelf aangewezen te zijn. Ik bestrijk een flink deel van Zuidoost-Azië, en heb daar een flinke dagtaak aan. Vaak zit ik in mijn eentje in het vliegtuig, en alleen op een hotelkamer. Daar moet je tegen kunnen.”

Toch noemt Ligthart zichzelf een echte teamspeler. “Ik maak onderdeel uit van de Nederlandse ambassades in de vijf landen waarvoor ik sta opgesteld, en heb wekelijks contact met collega’s van het Landelijk kantoor van Douane Nederland – onder wie de dossierhouder voor de regio – en met de coördinator die ons attachés aanstuurt. Voor het uitonderhandelen van verdragen heb ik weer met het Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken van het ministerie van Financiën te maken. Daarnaast spar ik geregeld met attachés van andere douanediensten binnen mijn regio, en uiteraard met mijn Nederlandse collega’s in Rusland, China en Brazilië – al is direct contact met de laatste wat lastiger, vanwege het tijdsverschil van twaalf uur. Maar flexibele werktijden en mobiel werken zijn mij niet vreemd; als mijn werkdag er zo’n beetje op zit, begint die in Nederland.”

Slimme data-uitwisseling
De keuze voor standplaats Singapore als uitvalsbasis was vanzelfsprekend, volgens Ligthart. De kleine republiek vormt immers een lokale hub, en heeft net als Nederland goede luchtverbindingen en een belangrijke haven. Daarbij kan het land bogen op een hoge mate van innovatie en vergevorderde automatisering. “Wij zagen kansen om gezamenlijk douaneprocedures nog meer te moderniseren. Momenteel zijn we bezig met een project dat enigszins vergelijkbaar is met de vooringevulde aangifte. Transportgegevens die niet meer wijzigen – zoals een containernummer, de hoeveelheid goederen en de waarde ervan – worden bij export vastgelegd in een geautomatiseerd aangiftesysteem. Vervolgens worden ze in verschillende tussenstappen ingebracht in een geautomatiseerd aangiftesysteem voor import. Waarom zou je die beide systemen niet koppelen, zodat de betreffende data rechtstreeks kunnen worden gebruikt? Dat zou de betrouwbaarheid van de informatie ten goede komen, én de snelheid van de logistiek.”

Kosmische straling
Hoewel de twee landen in diverse opzichten op elkaar lijken, zijn er ook belangrijke verschillen. Ligthart: “Singapore Customs waakt over de logistieke doorstroom en alle douaneprocessen rond import en export. Maar het fysieke toezicht op invoer valt onder de verantwoordelijkheid van de ICA, de Immigration and Checkpoints Authority. En wanneer ik met een vraag bij de plaatselijke havenautoriteit aanklopte, was de reactie aanvankelijk: ‘Praat maar met Singapore Customs, jij bent toch ook van de Douane?’ Terwijl wij in Nederland veel meer van het totaalplaatje uitgaan: wie zijn onze stakeholders, wie onze partners? Het heeft twee jaar geduurd voordat ik bij die organisaties een voet tussen de deur kreeg. Maar de aanhouder wint. Dankzij mijn inmiddels prima contacten bij de ICA mag Nederland meekijken bij een interessante pilot rond de Cosmic Radiation Detection Scanner. Dit nieuwe detectiemiddel van Amerikaanse makelij kan de inhoud van een container determineren met behulp van kosmische straling.”

Economische diplomatie
In de landen waar hij actief is, verlopen de contacten tussen bedrijven en douane en andere overheidsinstellingen vaak anders dan wij in Nederland gewend zijn, weet Ligthart. “Voor de ambassade is het daarom belangrijk kansen te scheppen die deze ondernemingen niet zelf kunnen creëren. Daar draag ik zelf op verschillende manieren aan bij. Zo organiseer ik met de economische afdeling informatiesessies, waarbij we inventariseren wat er leeft binnen het Nederlandse bedrijfsleven. Bijvoorbeeld: waar lopen Nederlandse bedrijven in Hanoi en Ho Chi Minhstad tegenaan, als het gaat om hun import en export? Welke verbeterpunten kunnen we daar uit halen? Ook praten we bezoekende handelsdelegaties bij over de verhoudingen in de regio. De ASEAN-landen vormen geen douane-unie, zoals de EU. Dat levert bepaalde vraagstukken op, waarover het bedrijfsleven bij het intracommunautair vervoer in Europa niet meer hoeft na te denken. Het is bijvoorbeeld handig om te weten dat je bij de invoer van je product behalve met de Douane ook met handhavingsdiensten van andere ministeries te maken hebt. En dat de lijntjes tussen die partijen veelal niet zo lopen als bij ons.”

Ligthart benadrukt wel dat hij geen douaneconsultant of -adviseur is. “Ik geef geen adviezen over goederencodes, of over het bepalen van de douanewaarde van een goed. Maar ik probeer wel een bruggenbouwer te zijn, en te helpen als er problemen ontstaan door bijvoorbeeld onbekendheid met lokale regelgeving. Zo werd ik een keer benaderd door een Nederlands bedrijf, waarvan een goederenzending was tegengehouden aan de grens. De verzendende partij begreep er niets van, en was bang zijn klant kwijt te raken. Het ging om oude stenen gevelplaten, bestemd voor een ontwerper die er een reproductie van zou maken. Die waren zo van een pand afgehaald en in de container gegooid, met betonresten, cement en al. Met een juiste aangifte en goede begeleidende documentatie is zo’n zending geen probleem. Maar bij de fysieke controle dacht de Douane dat er afval werd gedumpt. De importeur kreeg hiervoor een flinke boete. In zo’n geval kan ik slechts uitleggen hoe de autoriteiten tot hun besluit zijn gekomen. Maar ik kan mij onmogelijk in de rechtsgang mengen, en vragen een zending vrij te geven. Dat is uit den boze.”

Gestage verbetering
“Als het gaat om handelsfacilitatie, loopt Singapore voorop binnen de regio”, vervolgt Ligthart. “Er gelden invoerrechten voor slechts vier productgroepen, waaronder tabak en motorvoertuigen; voor alle andere goederen is het tarief nul procent. Ook in de andere vier landen is het afbouwen van douanerechten in gang gezet, met dank aan verschillende vrijhandelsakkoorden. Daar zien we een verschuiving van de traditionele taak van de douane als heffer van belastingen naar handhaver op terreinen waar eerst andere diensten actief waren. De samenwerking tussen die diverse overheidspartijen kan beter worden gecoördineerd, ten gunste van de logistieke doorstroom. Ik probeer mijn gastheren er steeds van te overtuigen dat het goed is wanneer de douane risicomanagement in zijn toezicht toepast en dus een beperkte hoeveelheid goederen gericht stopt voor controle. En dat het vervolgens niet helpt, als een andere handhavingsdienst dan die goederen 100% controleert. Als die onderlinge afstemming verbetert, is dat winst voor het bedrijfsleven. Zoals ook meer overleg tussen overheid en handel en industrie goed zou zijn. Dat levert wederzijds begrip en vertrouwen op.”

De onderlinge verschillen op het vlak van innovatie en modernisering van het douanevak zijn groot binnen zijn regio, stelt Ligthart. “Om je een idee te geven: toen ik een jaar of acht was, nam mijn vader mij eens mee naar de haven van Amsterdam. Als douanedeclarant regelde hij al het papierwerk bij de KNSM. We kwamen in een enorm kantoor, met talloze loketten. Bij elk luikje moest hij wel een stempeltje halen, een papiertje afgeven of iets betalen. In sommige Aziatische landen kom ik zo’n systeem nog steeds tegen. In Nederland zijn wij – als goederenregisseur die de logistieke keten centraal stelt – een fors aantal stappen verder. Onze aanpak brengt aan de grens minder geld in het laatje, maar komt de binnenlandse belastingopbrengst en daarmee de hele economie ten goede. Als wij dat goed voor het voetlicht kunnen brengen, kunnen we hopelijk samen met het gastland gaan werken aan snellere en betrouwbaarder douaneprocedures. Daar heeft ook ons eigen bedrijfsleven op de lange termijn profijt van.”

Duizendpoot in den vreemde
Momenteel zijn vier Nederlandse douane-attachés actief: in Brasilia, Beijing, Singapore en Moskou. Daarnaast zetelt er een douaneraad in Brussel, en een financieel raad in Washington. De laatste onderhoudt contact met het IMF en de Wereldbank en vertegenwoordigt deels de Nederlandse belangen op douanegebied.

De attachés, die voor drie tot vier jaar worden uitgezonden, opereren vanuit de Nederlandse ambassade in het gastland. Daar werken zij vooral samen met de economische afdeling en met attachés van vakdepartementen als landbouw en politie. Zij adviseren zowel de Nederlandse als de plaatselijke douaneautoriteiten en helpen bij het opstellen en uitvoeren van wederzijdse bijstandsverdragen en MoU’s (Memorandum of Understanding) en het organiseren van trainingen voor het douanevak. Verder dragen ze bij aan fraudebestrijding en werken ze samen met andere handhavingsdiensten, waaronder het Openbaar Ministerie. Door samen met het gastland te sturen op slimmere douaneprocedures ondersteunen de attachés daarnaast indirect het Nederlandse bedrijfsleven.

Op hun beurt hebben enkele andere landen douaneattachés in ons land – denk aan onder meer het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten. Zij hebben vaak een wat andere rol. Zo zitten de Britten meer op fiscal intelligence, richten Frankrijk en Duitsland zich voornamelijk op opsporingsverzoeken en houden de Amerikanen zich vooral bezig met veiligheidsissues zoals pre-clearance.

Deel dit bericht