Een scherpe kijk op scan en detectie

Binnenkort beschikken alle grote overslagbedrijven op Maasvlakte I en II over een eigen, vaste scaninstallatie. Nergens ter wereld wordt zoveel in de logistiek gecontroleerd als hier.

Half september gaat een eerste truck met trailers door de gloednieuwe containerscanner op het terrein van ECT Delta Terminal. Tegen die tijd zijn alle grote overslagbedrijven op de beide Maasvlaktes voorzien van zo’n eigen, vaste scaninstallatie. Daarmee wordt een lang gekoesterde wens van Havenbedrijf Rotterdam en Douane Nederland werkelijkheid, vertelt specialist Scan & Detectie Joris Groeneveld op locatie. “Nergens ter wereld wordt zoveel in de logistiek gecontroleerd als hier.”

Het is een drukte van belang op het bedrijfsterrein van ECT, deze zonovergoten zomerdag. Volle en lege vrachtwagens rijden af en aan, als altijd en overal op het Delta Schiereiland. Op een omheind perceel werken mannen met veiligheidshelmen en fluorescerende hesjes aan een constructie waarvan de bouw onmiskenbaar z’n einde nadert. Sommigen doen nog wat laatste stucwerk, anderen schilderen met behulp van sjablonen de letters ‘Douane’ op grijze, blinde muren. In het binnenste van het bouwwerk sleutelen medewerkers van de Chinese leverancier aan de kwetsbare onderdelen van het technische hart. Joris Groeneveld ziet het met een tevreden blik aan. Hier staat dan ook het paradepaardje van Douane Nederland, als het gaat om scan en detectie.

Dual view
“Deze opstelling is nog geavanceerder dan de projecten die we de afgelopen jaren hebben gerealiseerd in dit gebied”, stelt Groeneveld. “De scan werkt generiek, wat wil zeggen dat je ermee kunt controleren op elk denkbaar douanerisico, behalve namaak. In principe is dus alles wat afwijkt van de aangifte en elke vorm van bijpak van verboden waar zichtbaar te maken. Daarbij heeft dit apparaat twee versnellers en twee detectoren, wat betekent dat er dubbele beelden worden gemaakt van de containerinhoud – één van boven, één van opzij. Die zogenoemde dual view is redelijk uniek voor de drive through scanmethode; het meeste vergelijkbare materieel levert alleen een zij-aanzicht. Met de extra opname van bovenaf krijgen onze analisten veel nuttige aanvullende informatie over de lading. Die stelt hen in staat om met meer zekerheid te zeggen dat er mogelijk iets mis is met de inhoud van een container, en dat deze fysiek gecontroleerd moet worden. We willen vermijden dat dit ten onrechte gebeurt, want elke keer dat we een container moeten openen kost dat alle betrokken partijen tijd, geld en menskracht. Steeds slimmere technische hulpmiddelen helpen ons het aantal false positives terug te brengen.”

Operator op afstand
Ook bijzonder, is dat de nieuwe installatie volautomatisch draait. Aan de bediening komt daarom nauwelijks personeel te pas. Groeneveld: “Normaal heb je bij 24-uursbezetting voor de operationele en bewakingstaken zo’n negen man nodig – dat sparen we nu bijna allemaal uit. Eén operator monitort het hele proces real time op afstand – vanuit het douanekantoor op de Maasvlakte, een paar kilometer verderop. Hij checkt of de scanbeelden – die per glasvezelkabel binnenkomen – goed zijn opgebouwd en bruikbaar zijn. Is een opname door een technisch mankement mislukt, dan zorgt hij ervoor dat de betreffende container meteen opnieuw door de scanstraat gaat.”

Veiligheid is vanzelfsprekend een voornaam punt van aandacht bij een systeem dat steunt op röntgenstraling. Temeer omdat er een mens meerijdt op het transport – de bestuurder van de terminaltruck, met achter zich een ‘treintje’ aan 20-, 40- en 45-voets containers van in totaal wel tachtig meter lang. De scanstraat wordt niet eerder geactiveerd dan wanneer het voorste voertuig is herkend door een camera bij de ingang. Het nummer op de cabine en de uiterlijke kenmerken van de wagen worden vergeleken met gegevens in een database. Alleen als de identificatie rond is, gaat het licht op groen en de slagboom open. De beide stralingsbronnen gaan pas aan op het moment dat de truck met de chauffeur een bepaald punt is gepasseerd, en de eerste trailer in zicht komt. In de tussentijd wordt het terrein in de gaten gehouden met infraroodsensoren. Mochten die onverhoeds de aanwezigheid van een persoon registreren, dan worden de versnellers direct uitgeschakeld. En ten slotte is er nog de operator, die dankzij een cameranetwerk precies kan zien wat er in en rond het complex gebeurt en zo nodig ingrijpt. Groeneveld: “Met al deze maatregelen voldoen we ruimschoots aan alle geldende veiligheidseisen.”

Gelijke kansen voor elke marktpartij
Als stuwadoor ECT het scansysteem straks officieel in gebruik neemt*, is een gedeelde ambitie van Douane en bedrijfsleven vrijwel volledig verwezenlijkt. De dienst en het Havenbedrijf Rotterdam formuleerden een aantal jaren geleden gezamenlijk een visie op scan en detectie: ‘CSI 2013’ – een afkorting van Container Security Inspections. Dat plan voor Maasvlakte I en II is nu in grote lijnen in praktijk gebracht: alle terminals met een verwerkingsvolume van meer dan 2,5 miljoen TEU per jaar – vier in totaal – hebben een eigen X-ray-opstelling, het lokale douanekantoor beschikt over een grote scan, er is een treinscan gebouwd en er zijn nucleaire detectiepoorten in het havengebied gekomen. “Het Havenbedrijf kan zich er nu op beroepen dat deze mainport in hoge mate veilig is; wij kunnen claimen dat we onze controlerende taak zo efficiënt mogelijk uitvoeren, en daarbij de handel zo min mogelijk hinderen”, aldus Groeneveld. “Daarbij doen we ons uiterste best om een level playing field te creëren, met gelijkwaardige faciliteiten en gelijke kansen voor elke marktpartij. Geen enkele grote terminal hoeft nog met containers naar de scan bij het douanekantoor te rijden; ieder kan het zelf regelen op zijn eigen locatie, en op momenten dat het uitkomt. Daarmee vinden nu bijna alle scan-onderzoeken plaats in de logistiek. Dat zie je eigenlijk nergens anders.”

Voor één bedrijf – dat simpelweg geen ruimte heeft voor een vast scansysteem op eigen grond – wordt maatwerk geleverd. Een paar keer per week rijdt de Douane er met hoogwaardige scanvoertuigen heen om in bloktijden geselecteerde containers te checken. Onlangs investeerde de dienst in twee van deze grote trucks, als aanvulling op het bestaande arsenaal. Groeneveld: “Het is handig om er een aantal als achtervang te hebben, mocht ergens een vaste scan kapot gaan of in onderhoud zijn. Als we dan snel zo’n mobiel apparaat inzetten – dat overigens dezelfde beeldkwaliteit levert – blijft de logistieke flow op gang.”

Vlottere vrijgave van containers
De röntgenbeelden van alle scanlocaties worden via een razendsnelle kabelverbinding aangeleverd bij het lokale douanekantoor. Een centrale server converteert ze daar naar een uniform format**, zodat ze door iedere analist kunnen worden bekeken. Vervolgens verdeelt het systeem de beelden – met het oog op integriteit – willekeurig onder het dienstdoende team. Veelal worden ze direct uitgelezen, soms worden ze gebufferd en op een iets later tijdstip bekeken. Als het beeld conform wordt bevonden (er zijn geen afwijkingen geconstateerd), gaat er onmiddelijk bericht uit richting terminal dat de container in kwestie kan worden vrijgegeven. Al met al wordt de tijd tussen selectie, controle en vrijgave van containers zo aanmerkelijk bekort. “En hoe sneller de afhandeling van goederen, hoe beter dat is voor het economisch vestigingsklimaat”, stelt Groeneveld. “Deze ontwikkeling komt de concurrentiepositie van de Rotterdamse haven alleen maar ten goede.”

* Overigens is de installatie ook bestemd voor APMT1, eveneens gevestigd op het Delta Schiereiland.

** De scanapparatuur op Maasvlakte I en II is afkomstig van vier leveranciers, die elk hun eigen software hanteren.

Deel dit bericht