De glazen bol van Douane en bedrijfsleven

Dik 200 douaneprofessionals uit het publieke en private domein kwamen af op het eerste ODB-Event. Samen wierpen zij een blik in de toekomst.

Kunnen de Nederlandse toezichthouders op goederen en het bedrijfsleven hun goede relatie verder verbeteren? Welke ontwikkelingen binnen de mondiale handel en logistiek zijn voor ons land van betekenis? Wat voor uitdagingen wachten ons bijvoorbeeld, nu de Britten de EU verlaten en de Amerikanen zich uit allerlei vrijhandelsverdragen dreigen terug te trekken? Over deze en andere prangende vragen ging het op het eerste ODB-Event, waar dik 200 douane- en compliance-managers uit het publieke en private domein op afkwamen.

Samenwerking – dat was waar het vrijdagmiddag 10 maart allemaal om draaide in het congrescentrum van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Deze bijeenkomst was dan ook opgezet door het Overleg Douane Bedrijfsleven* – de vlag waaronder diverse handhavingsdiensten** en koepels van het verladende en logistieke bedrijfsleven de handen ineenslaan. Met als doel het overheidstoezicht op EU-grensoverschrijdende goederenstromen te stroomlijnen en tegelijkertijd logistieke processen te optimaliseren. In het buitenland wordt vaak vol bewondering gekeken naar de wijze waarop de zaken in Nederland zijn geregeld op dit gebied, stelde dagvoorzitter Arthur van Dijk (TLN FENEX). Om meteen te benadrukken dat dit geen reden mag zijn om zelfgenoegzaam achterover te leunen. Immers, de moderne logistiek vraagt om steeds meer snelheid; ‘vandaag besteld, morgen geleverd’ is inmiddels achterhaald. Dat werpt de vraag op welke winstpunten nog vallen te verzilveren in het polderen tussen overheid en ondernemend Nederland.

Belang van handelsakkoorden
In de eerste twee plenaire presentaties van de middag zetten twee vertegenwoordigers van de overheid uiteen hoe hun organisaties zich inspannen voor de belangen van Nederland distributieland. Nanja Piek van het ministerie van Buitenlandse Zaken trapte af met een verhelderend verhaal over handelsakkoorden. Haar team zet zich in voor goede internationale betrekkingen en werkte mee aan een groot aantal handelsverdragen dat de afgelopen jaren tot stand kwam – met onder meer Canada. Dat worden er de komende tijd ongetwijfeld meer, want er lopen nog onderhandelingen met ruim 30 landen en regionale vrijhandelszones. Goed nieuws voor een handelsnatie als de onze. Maar er staan ook minder rooskleurige ontwikkelingen voor de deur. De Brexit is aanstaande, en sinds de komst van Trump klinkt aan de andere kant van de Atlantische Oceaan toenemend protectionistische taal – met mogelijke gevolgen voor de gesprekken over TTIP. Wat dit alles gaat betekenen voor de Nederlandse handelsbelangen is koffiedik kijken, stelt Piek. Ze adviseert overheid en ondernemers aan de hand van scenario’s mogelijke kansen en bedreigingen in kaart te brengen.

Effect van douane-optreden
Frank Heijmann, hoofd handelsrelaties van de Douane, stond vervolgens stil bij het feit dat het ODB onlangs namens minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is aangemeld als National Committee on Trade Facilitation bij de World Trade Organisation. Een erkenning van het feit dat het overleg zelf actief bijdraagt aan de hoofddoelstelling van het Trade Facilitation Agreement van de WTO: het wegnemen van handelsbarrières.

Ook ging Heijmann in op het Ecorys-onderzoek in opdracht van het ODB naar het effect van het handelen van douaneautoriteiten op het economisch welvaren van landen: The economic benefits of Customs. De resultaten van deze meting tonen onomstotelijk aan dat er een duidelijk verband is tussen deze twee. Als douanediensten hun controles efficiënt uitvoeren – bijvoorbeeld door deels te steunen op bestaande bedrijfseigen waarborgen – en investeren in steeds slimmere IT, zal dit eerder leiden tot een stijging van het nationaal inkomen en een toename van handelsvolumes.

Performance overheid in gedrang?
Heijmanns voordracht ging thematisch naadloos over in een paneldiscussie, met aan tafel Aly van Berckel (Douane Nederland), Freek van Zoeren (NVWA), Bart-Jan Koopman (Evofenedex), Leon Kanters (VNO-NCW) en Yao Hua Tan (RSM, TU Delft). Zij gingen met elkaar en het publiek in gesprek over de vraag in hoeverre handhavingsinstanties bepalend zijn voor het welvaren van de BV Nederland. Geconcludeerd werd dat de hoge positie die ons land steevast bekleedt in internationale logistieke ranglijsten mede te danken is aan goed functionerende nationale toezichthouders. Evengoed werd stilgestaan bij enkele punten van zorg – zoals de instabiliteit van IT-systemen, die het elektronisch berichtenverkeer tussen Douane en bedrijfsleven geregeld parten speelt. Ook werden bedenkingen uitgesproken bij het omvangrijke takenpakket van de Douane, in het licht van toenemende bezuinigingen op overheidsuitgaven. Daarmee diende zich vanzelf een reeks vervolgvragen aan: zijn inspectiediensten nog in staat hun kerntaken efficiënt en effectief uit te voeren, en tegelijkertijd een hoge mate van dienstverlening te bieden? Kan het bedrijfsleven een bijdrage leveren aan een betere performance van de overheid? En hoe ver willen ondernemers hier in gaan?

Het antwoord op die laatste vraag zal uiteraard van bedrijf tot bedrijf verschillen. De panelleden van vanmiddag schatten de bereidheid van handel en industrie tot serieuze samenwerking met bijvoorbeeld de Douane in elk geval hoog in – vooral ook gezien de openheid en het onderlinge vertrouwen die binnen het ODB worden ervaren.

Mes snijdt aan twee kanten
Dat er private partijen zijn die graag willen investeren in hechtere banden met publieke partners, bewijst Royal FloraHolland. Edwin Wenink, programmadirecteur bij de coöperatieve bloemenveiling, deed uit de doeken hoe zijn organisatie intensief samenwerkte met onder meer de Douane binnen het Europese onderzoeksproject CORE (zie ook het artikel ‘Veilige logistieke ketens komen steeds dichterbij’ in het vorige nummer van Douane inZicht). Op die manier kon de onderneming haar interne leveringsketen van de kweekgronden in Kenia tot de distributiecentra in Aalsmeer optimaliseren, terwijl de Douane de kans kreeg diezelfde keten in kaart te brengen ten bate van zijn eigen toezicht – en administratieve belemmeringen weg te nemen. Zo sneed het mes dus aan twee kanten – wellicht een aanmoediging voor andere bedrijven om het voorbeeld van Weninks concern te volgen.

Beter op de toekomst voorbereid
Vervolgens gingen de aanwezigen uiteen in break-out sessies, gewijd aan uiteenlopende onderwerpen. Na afloop bleek dat de tijd enigszins krap was, en dat veel deelnemers nog wel langer hadden willen doorpraten – bijvoorbeeld over het nieuwe Customs Decision Managagement System, over de trends binnen e-commerce, of over de komst van het Douanewetboek van de Unie, en alles wat daarmee samenhangt. Dat alleen al maakte duidelijk dat het ODB-Event voorzag in een behoefte. Zoals algemeen directeur Douane Nederland Aly van Berckel het verwoordde: “Deze bijeenkomst geeft ons de gelegenheid vanuit ons beider perspectief te kijken naar ontwikkelingen die op ons afkomen, en daar gezamenlijk mogelijke antwoorden op te formuleren. Zo zijn wij beiden – overheid en bedrijfsleven – beter op de toekomst voorbereid. Ik hoop dan ook van harte dat deze themamiddag niet eenmalig zal zijn, maar het begin vormt van een mooie traditie.” Dus wie weet: tot volgend jaar?

* In samenwerking met de Rotterdam School of Management.

** Behalve de Douane, onder meer: Inspectie Leefomgeving & Transport (IL&T) en Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

Deel dit bericht