Focus op fiscale fraude

Met een nieuw centraal fraudeteam richt de Douane zich nog nadrukkelijker op de aanpak van ontduiking van accijns en antidumpheffing.

Recent formeerde de Douane een nieuw landelijk team, dat voorziet in nationale en internationale samenwerking in de aanpak van fraude. En dit is hard nodig, stellen teamleden Gerard Jensen en Wendy Dielen. Want ondanks diverse successen is de strijd tegen ontduiking van accijns en antidumpheffing nog lang niet gestreden.

“Voor de Douane is het bevorderen van compliance en handelsfacilitatie steeds belangrijker”, vertelt Jensen. “Tegelijkertijd willen we onze handhavingsrol niet verwaarlozen. Met de samenvoeging van ons fraudeteam op Schiphol, het accijnsfraudeteam in Rotterdam en twee clusters van het Douane Informatiecentrum slaan we twee vliegen in één klap. We bundelen alle deskundigheid op het vlak van fraude, en voldoen meteen aan een harde EU-eis: we beschikken nu over een zogenoemde AFCOS – een AntiFraud Coordination Service. Ons landelijke expertiseteam is het Nederlandse aanspreekpunt voor OLAF, het Europees Bureau voor Fraudebestrijding. Zo maken we melding van onregelmatigheden die we hier constateren, en waarmee OLAF zijn voordeel kan doen. Wat bij ons gebeurt, kan tenslotte in heel Europa voorkomen.” 

Ruim onder de wereldmarktprijs
Een klein deel van het werk van het Landelijk Fraudeteam ziet op gesjoemel aan de uitgavenkant van de EU – denk bijvoorbeeld aan EU-subsidies voor medisch onderzoek of infrastructurele projecten. Het overgrote deel draait om de aanpak van fraude met invoerrechten, antidumpheffingen en accijns (zie ook het artikel ‘Op bezoek bij slijter en sigarenboer’ elders in deze uitgave, red.). Antidumpmaatregelen zijn vaak op China gericht. Dielen: “Daarvandaan komen enorme hoeveelheden goedkope, vaak door de overheid gesubsidieerde, spullen: fietsen, zonnepanelen, handpallettrucks, keramiek, pijpfittingen… Echt van alles. Zo proberen exporteurs een nieuw afzetgebied te veroveren of overtollige voorraden te lozen. Omdat ze hun producten aanbieden onder de wereldmarktprijs, moet er bij invoer antidumpheffing over worden afgerekend. En die kan soms oplopen tot wel 80 procent van de waarde. Er valt dus flink wat geld te verdienen, en dat trekt altijd partijen aan die op creatieve wijze onder betaling willen uitkomen.”

Kat-en-muisspel
“Een veel gehanteerde methode is oorsprongsverlegging”, zegt Jensen. “Dan doe je als importeur bijvoorbeeld alsof je Chinese fietsen uit Thailand betrekt. Je verscheept ze dan naar dat land, waar je ze een paar dagen op de kade laat staan, waarna ze richting de EU gaan. Zodra wij dat ontdekken, stapt men over op een verfijndere methode. De fietsen worden omgepakt of uitgepakt, waarna een kleine handeling volgt – de producten worden bijvoorbeeld even afgestoft. Als wij vervolgens laten weten dat ook dat niet genoeg is om Thailand als land van oorsprong aan te merken, zet de producent een goedkoop fabriekje neer. Daar worden dan zogenaamd een miljoen fietsen gemaakt. Het is kortom echt een kat-en-muisspel. Om dit soort dumppraktijken aan te pakken zoeken we de samenwerking met buitenlandse douanediensten en met OLAF. OLAF kan ter plaatse een onderzoek instellen, eventueel met specialisten van de betrokken lidstaten en de plaatselijke autoriteiten: bestaat die fabriek werkelijk? En zo ja, is die in staat om zoveel fietsen te produceren?” 

Sjoemelen met douanewaarde
Een andere illegale methode is goederen bewust een verkeerde code mee te geven. “Daarbij komt het soms aan op kleine technische details”, legt Dielen uit. “Bijvoorbeeld of pijpfittingen dikker dan 8 mm al dan niet een schroefdraadje hebben – dat kan net het verschil maken. Zoiets kun je natuurlijk vaststellen bij een fysieke controle, maar het helpt enorm als je gericht aanwijzingen krijgt uit het land van oorsprong.”

“En zo zijn er meer trucs”, gaat Dielen verder. “Bedraagt de antidumpheffing van een lading bijvoorbeeld 30 procent, dan geef je bij de Douane gewoon een 30 procent lagere waarde aan. Wordt er een bijbehorende factuur overlegd, dan is het aan ons om te bewijzen dat die niet klopt. Dat is niet altijd even makkelijk. Al hebben we dit probleem voor wat betreft de in- en doorvoer van textiel en schoenen inmiddels goed afgedekt in Nederland. Wij selecteren alle zendingen die afwijken van een door OLAF verstrekte gemiddelde waardeprijs. Dit doen we zo consequent, dat er hier momenteel nog maar weinig aangiften met te lage waarden worden gedaan. Dat was jaren geleden wel anders. Nu hebben vooral andere landen hiermee te maken, want het blijft een waterbed: als je op één plek drukt, komt het elders in de EU omhoog.”

Voelsprieten in de hele organisatie
Via aanvullende zekerheid probeert de Douane oninbare correcties achteraf – bijvoorbeeld doordat het frauderende bedrijf is verdwenen – te voorkomen. Jensen: “Zo geeft de Douane fietsen uit Taiwan afkomstig van een aantal met name genoemde exporteurs alleen vrij, als de aangever een borg stort ter grootte van het bedrag van de eventuele antidumpheffing.”

Die werkwijze valt of staat uiteindelijk met een goede informatiepositie, stelt Jensen. “Daarom verzamelen we zoveel mogelijk intelligence-signalen, en zorgen we ervoor dat iedereen binnen de Douane de weg naar ons weet te vinden. Intern is er veel kennis, alleen kunnen onze collega’s niet altijd beoordelen of die waardevol is.” Dielen: “Een tijdje terug leidde een informeel signaal van een oplettende douanier tot een grootscheeps onderzoek en een missie ter plaatse. Tijdens een bedrijfsbezoek kwam hij erachter dat zonnepanelen die op papier uit Maleisië kwamen, in feite China als oorsprong hadden. Met de totstandkoming van het Landelijk fraudeteam hebben we nu voelsprieten in de hele organisatie, en zijn we minder van dat soort toevallige ontdekkingen afhankelijk.”

Speciale postbus
“We hebben echter niet alleen interne signalen nodig”, vervolgt Jensen. “Veel van de antidumpheffingen betreffen bijvoorbeeld een handvol bedrijven. Zo is het aantal ondernemingen dat in pijpfittingen handelt zeer beperkt. Er hoeft er maar een te zijn die de boel ontduikt, en de rest heeft daar last van. De ervaring leert dat die anderen in de regel wel weten wie de boosdoeners zijn, maar vaak geen idee hebben bij wie ze met die informatie kunnen aankloppen. Mede daarom hebben we een speciale postbus voor dergelijke meldingen in het leven geroepen.”*

Kansrijke strafzaken
“Onze naam zegt het al: wij zijn vooral geïnteresseerd in die zaken waarin we fraude kunnen aantonen,” zegt Jensen. “Dat wil zeggen: waarin duidelijk is dat iemand met opzet de boel flest. Zo’n partij moet je stevig aanpakken. Essentieel daarvoor is goede samenwerking, met het Douane Landelijk Tactisch Centrum en partijen als de FIOD en het Openbaar Ministerie. Door vooraf te overleggen voorkom je een gebrekkige onderzoeksopzet, of een te klein financieel belang.”

Genoemde samenwerking wordt alleen maar belangrijker, door betrekkelijk nieuwe uitdagingen als de groeiende handel via internet. Dielen: “Eenmansbedrijven betrekken nu vanachter de computer allerlei goederen uit Azië, die rechtstreeks bij hun klant worden afgeleverd. Daar komt geen verdeelcentrum aan te pas, zodat wij nergens een kijkje kunnen nemen. En de Douane kan die postpakketjes onmogelijk allemaal openmaken. Om frauduleuze praktijken aan te pakken is een nog scherpere risicoanalyse nodig, en betere contacten met landen van herkomst. Daar werken we aan.”

* Douane.LFTD.AFCOS@belastingdienst.nl

Deel dit bericht