“Wij moeten, kunnen en willen nóg beter”

De Nederlandse overheid wil topsector Logistiek de komende jaren verder tot bloei brengen. Algemeen directeur Aly van Berckel vertelt hoe de Douane aan die ambitie bijdraagt.

Nederland bekleedt steevast een hoge positie op internationale ranglijsten als de Logistics Performance Index van de Wereldbank en de Global Competitiveness Index van het World Economic Forum. Maar het kan en moet nog beter, want andere landen zitten niet stil. Als een van de negen door de overheid benoemde topsectoren krijgt de logistiek extra aandacht. In 2020 moet ons land vooroplopen in de afwikkeling van goederenstromen, en ketenregisseur zijn van internationaal transport en distributie. Aly van Berckel, algemeen directeur Douane Nederland, vertelt hoe haar dienst aan die ambitie bijdraagt.

De innovatieve kracht van de Nederlandse douane staat buiten kijf, stelt Van Berckel. “We investeren bijvoorbeeld flink in big data en predictive analytics. En we zetten zwaar in op kennisontwikkeling op hoog niveau. Zo zijn we initiatiefnemer van het European Competency Framework for Customs Professionals, en werken we nauw samen met de Erasmus Universiteit/Rotterdam School of Management aan een masteropleiding. Bij Fontys Hogeschool is bovendien een bachelorstudie in ontwikkeling. Wij zijn de enige in de wereld die zo’n gedegen scholing op het gebied van douane en grensmanagement aanbieden.”

Het is overigens wel zaak om onderscheid te maken tussen je performance en de perceptie van de buitenwereld, benadrukt Van Berckel. “Als je je eigen successen niet weet te verkopen, kom je niet bovenaan die internationale indexen te staan. Daarom hebben we enkele jaren geleden besloten om wat meer naar buiten te treden, onder meer door onze handhavingsvisie Grensverleggend uit te dragen. En vorig jaar hebben we het Technology & Innovation Forum van de Wereld Douane Organisatie naar Nederland gehaald. We willen de wereld laten zien hoe wij denken en werken.”

Een voorsprong nemen is Douane Nederland wel gewend, hem behouden vergt extra inzet. Van Berckel: “Eind jaren negentig waren wij zo’n beetje de eerste dienst die scanapparatuur inzette. Al is die techniek nog steeds innovatief, inmiddels gebruiken zusterorganisaties over de hele wereld soortgelijke hulpmiddelen. Verder waren we ooit de eersten die werkten op basis van risicoanalyse. Maar op een gegeven moment gingen buitenlandse diensten onze systematiek overnemen. Kortom: je moet continu innoveren om jezelf van andere landen te blijven onderscheiden.”

 Gouden Driehoek
Hoe doet de Nederlandse douane dat? “Ons uitgangspunt verschilt niet van dat van andere douanediensten”, verklaart Van Berckel. “Net als in de meeste landen zijn onze taken vervat in de zogeheten ABC-doelen: Afdracht, Bescherming en Concurrentievermogen. Wel worden we soms met enige jaloezie bekeken, als het aankomt op ons vermogen tot samenwerken – een van onze kernwaarden, naast vertrouwen, risicogericht werken en dienstverlening. Als douane maken wij deel uit van wat wel de Gouden Driehoek wordt genoemd: onderzoekers, ondernemers en overheden. Daarbinnen werken we samen op de terreinen onderwijs, onderzoek en uitvoering. Jaren geleden al werkten we mee met de wetenschap aan het toetsen van de effecten van ons handelen. Zo leerde een TNO-studie ons precies wat het scannen en eventueel uitpakken van een container de betrokken bedrijven kost. Dit inzicht heeft ertoe geleid dat we scans steeds meer gingen integreren in de logistieke keten. Nu is ons hele investeringsprincipe geënt op controleren binnen de goederenstroom, met zo min mogelijk verstoringen. En daartoe is samenwerking met handel en industrie van groot belang. Het Overleg Douane Bedrijfsleven – ODB, uniek in de wereld – is bij uitstek geschikt om kennis te delen en naar gemeenschappelijke belangen te zoeken.”

 Gericht investeren
Een luisterend oor hebben voor ondernemend Nederland klinkt mooi. Als politiek gestuurde overheidsorganisatie moet je echter wel een evenwicht vinden tussen het faciliteren van de handel, efficiënt toezicht en je eigen operationele reikwijdte. Van Berckel: “Als je het aan het bedrijfsleven vraagt, wil men het liefst alles: een perfect opererende, hyper-innovatieve Douane met hoogopgeleid personeel, de best werkende IT en een optimale balans tussen controle en handelsfacilitatie… Maar we kunnen ons budget slechts één keer uitgeven, en dat betekent keuzes maken. Daarom willen we in kaart brengen welke maatregelen het meeste effect sorteren. Zo ontstond het plan om een studie te laten doen naar de bijdrage die wij als Douane leveren aan de economie, en hoe die onze internationale concurrentiepositie beïnvloedt. Onderzoeksbureau Ecorys is hiermee aan de slag gegaan, en komt eind oktober met zijn conclusies. De belangrijkste vraag die beantwoord moet worden, is op welke terreinen we het beste kunnen investeren. Met andere woorden: waar is de meeste winst te behalen? Is dat op het gebied van ons systeemgerichte toezicht voor bedrijven, onze geavanceerde scantechnologie, het delen van onze kennis van de logistieke keten?”

Afhankelijkheid van IT beperken?
Een opmerking van een koepelorganisatie tijdens een ODB-sessie vormde ook een trigger voor het onderzoek. Van Berckel: “Men zei: ‘Als gemeenteambtenaren niet optimaal functioneren, leidt dat tot ergernis bij de burgers; laat de Douane steken vallen, dan leidt dat tot economische schade. Maak dat de politiek duidelijk.’ Anders gezegd: vertraging kost geld, en kan ervoor zorgen dat bedrijven Rotterdam verruilen voor een andere haven. Binnen het ODB kregen we begin vorig jaar bijvoorbeeld commentaar op de te hoge uitval van onze IT-systemen. Een beschikbaarheid van 88, 89 procent is echt onvoldoende. Maar waar zit het omslagpunt – wanneer is sprake van een aanvaardbaar niveau van beschikbaarheid, en wanneer lijdt het bedrijfsleven daadwerkelijk schade? Moet je inzetten op 100 procent – als dat al mogelijk is – of valt te leven met 93 procent? Of is het misschien beter om onze afhankelijkheid van geautomatiseerde systemen in de dagelijkse logistiek te verkleinen? Als er dan een keer een storing is, is ook de eventuele economische schade geringer.”

Douane als ketenregisseur
Het ODB is kortom een belangrijke schakel in de weg naar de top van de internationale logistieke ranglijsten. “Aanvankelijk was het puur een periodieke ontmoeting tussen Douane en bedrijfsleven”, aldus Van Berckel. “Inmiddels is het uitgegroeid tot de stuurgroep van het topsectorenbeleid op het gebied van compliance en grensmanagement. Ook al omdat we onze handhavingspartners ILT en NVWA permanent aan tafel hebben zitten. Niet voor niets heeft onze minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Ploumen het ODB aangemeld bij de Wereld Handels Organisatie als National Trade Facilitation Committee. Maar we kijken verder: we willen de samenwerking inzake toezicht op een nog hoger niveau vormgeven – zowel beleidsmatig als in de uitvoering. Om die reden zijn we het gesprek aangegaan met beleidsvertegenwoordigers van verschillende ministeries, waaronder Economische Zaken en Infrastructuur & Milieu. Je ziet: als het aankomt op het bevorderen van de logistiek, pakken we echt de regie.”

Menselijke factor blijft van belang
De Douane breidt zijn handhavingsarsenaal telkens verder uit met nieuwe technologieën en systemen, zoals cameratoezicht. Bij de implementatie daarvan houdt de dienst rekening met signalen van eigen medewerkers, die de dagelijkse werkpraktijk het beste kennen. Ondanks de groeiende rol van innovatieve hulpmiddelen blijft menselijke interventie altijd nodig, al wordt die anders dan we gewend waren.

Deel dit bericht