Douanelabs op weg naar de toekomst

Honderden douanelaboranten uit de hele wereld confereerden onlangs in Amsterdam. De komende jaren zullen deze specialisten een steeds grotere rol spelen in het douanewerk.

Welke verlangens, behoeften en angsten beheersen straks de samenleving? Zijn onze diensten op die toekomst voorbereid? En hebben wij de wetenschappelijke kennis in huis om aan de wijzigende eisen van onze omgeving te voldoen? Essentiële vragen waarover douanelaboranten uit alle windstreken zich onlangs bogen tijdens een seminar in Amsterdam. Daar werd één ding duidelijk: het klassieke douanelaboratorium heeft zijn langste tijd gehad.

Het beeld dat burgers hebben van douane-organisaties wordt voor een belangrijk deel bepaald door beambten die op vliegvelden reizigersbagage controleren, of containers checken in zeehavens. Die mannen en vrouwen in hun opvallende groene uniforms zijn in hun dagelijkse werk echter sterk afhankelijk van collega’s die opereren buiten het zicht van het grote publiek. Niet in de laatste plaats van de chemici en natuurkundigen van het douanelaboratorium. Deze exacte wetenschappers in hun witte jassen – met hun diepgaande deskundigheid en hightech analyseapparatuur – geven maar al te vaak uitsluitsel over de samenstelling of oorsprong van producten die onderwerp zijn van douanecontrole. En daarmee over bijvoorbeeld de legaliteit of juiste tariefindeling van die goederen.

Oog voor maatschappelijke noden
In juni kwamen ruim 250 van die knappe koppen uit vele continenten bijeen in onze hoofdstad voor de zesde editie van het SECC*, een driejaarlijks seminar onder de vlag van Customs 2020.** Een woord dat hier veelvuldig werd gebezigd, was ‘verbinding’ – tussen douanelabs, douanediensten en samenleving. Ger Koomen, manager van het Nederlandse douanelaboratorium en medeorganisator van het evenement: “Als echte bèta’s zijn onze medewerkers – met alle respect – doorgaans geen grote communicators. Zij zijn zeer gefocust op hun werk aan de onderzoekstafel. Toch zullen zij de komende jaren vaker uit hun ivoren toren moeten afdalen. Want op termijn zijn onze instituten alleen nog relevant, als we meer oog en oor krijgen voor maatschappelijke noden.”

Werk verschuift richting veld
Dat begint bij beter luisteren naar de douanier in het operationele proces: wat heeft die nodig om zijn werk te kunnen uitoefenen? Eén ontwikkeling is in dit verband vooral van belang: het in rap tempo draagbaar, robuuster en gebruiksvriendelijker worden van techniek. Koomen: “Op het gebied van productanalyse gaan we toe naar apps voor smartphones, aangevuld met extra devices. De douaneman en -vrouw in de operatie kunnen met die handheld equipment straks zelf makkelijk metingen doen, op de controlelocatie. Het insturen van goederenmonsters zal dus lang niet altijd meer nodig zijn. Een deel van het werk verschuift daardoor van het lab naar het veld. Dat is gunstig voor de Douane, want aan de grens – middenin de transportketen – kun je de meeste relevante gegevens verzamelen over goederen en de omstandigheden waaronder ze vervoerd worden. Maar natuurlijk heeft ook het bedrijfsleven baat bij deze beweging: het logistiek proces ondervindt zo minder hinder van ons optreden.”

“Dit alles impliceert dat het douanelaboratorium zoals wij dat kennen, verandert,” vervolgt Koomen. “Maar onze specifieke expertise blijft van waarde voor de organisatie. Zo zijn wij in staat de wensen van de Douane precies te vertalen richting de fabrikanten van technologische hulpmiddelen: dit zijn de tools die we hebben willen. Wij zijn bovendien bij uitstek de partij om prototypes te testen: voldoen ze aan de specificaties, zoals de producent claimt? En ten slotte kunnen wij de collega’s in het fysieke toezicht als geen ander uitleggen hoe zij nieuwe apparatuur moeten gebruiken.”

Researchtaken verdeeld
Daarbij zal er altijd productonderzoek bestaan dat zo diepgravend is dat de inzet van douanelaboratoria geboden blijft. Deze complexe researchtaken – of expertgebieden – zullen worden verdeeld tussen de diverse Europese labs, zo voorziet Koomen. “Aan de machines die hiervoor nodig zijn, hangt nu eenmaal een pittig prijskaartje. Dergelijke investeringen zijn voor onze instituten lastig op te brengen, dus ligt specialisatie voor de hand. Ik kan mij zo maar voorstellen dat wij in Nederland ons gaan toeleggen op onder meer DNA-onderzoek. Zoals naar producten waarin mogelijk bedreigde plantensoorten zijn verwerkt, of naar diepgevroren vis waarvoor al dan niet invoerrechten moeten worden betaald. Wij beschikken al over de kennis en geavanceerde technologie die daarvoor nodig zijn. Andere landen zullen weer uitgaan van hun eigen kracht. Hongarije en Italië bijvoorbeeld zijn sterk in isotopen-analyse, voor het bepalen van de oorsprong van goederen – de geografische herkomst. Deze trend zal niet leiden tot een onderlinge competitie tussen labs, maar tot efficiënte samenwerking. Wie straks een monster heeft dat grondig moet worden onderzocht, zal kijken waar dit het beste kan gebeuren, en wie daarvoor op dat moment capaciteit heeft.”

Intrinsiek innovatief
Ondanks alle ingrijpende veranderingen, ziet Koomen de komende jaren met vertrouwen tegemoet. “Waarom? Omdat vernieuwing in onze genen zit. Kort geleden hebben wij als Nederlands douanelab – in het kader van duurzaamheid en op verzoek van de EU – een nieuwe methode gepresenteerd voor de analyse van biobased products. Daarmee kun je bepalen of plastics zijn gemaakt van biologisch materiaal van recente datum – zoals granen – of uit fossiele grondstoffen. Dus als de Europese politiek op zeker moment besluit verschillende invoertarieven te gaan heffen om het gebruik van milieuvervuilende kunststoffen te ontmoedigen, dan kunnen al onze buitenlandse collega’s meteen met die systematiek aan de slag. En dat is maar één voorbeeld van onze intrinsieke innovatiedrang.” Het moge duidelijk zijn: voor de Europese douanelaboratoria is de toekomst al lang begonnen…

* SECC: Seminar for European Customs Chemists
** Customs 2020: een EU-programma dat de samenwerking tussen de douanediensten van de 28 lidstaten moet stimuleren

Deel dit bericht