“Ik plant ideetjes en hoop dat er iets moois opbloeit”

Ira Tan (teamleider Douane Landelijk Tactisch Centrum, standplaats Schiphol), geeft als customs modernization advisor trainingen strategische planning in onder meer Macedonië en Servië.

“Een aantal republieken dat deel uitmaakte van voormalig Joegoslavië heeft het EU-lidmaatschap hoog op zijn verlanglijstje staan. Deze landen doen hun best om hun openbaar bestuur op orde te krijgen en te voldoen aan de eisen voor toetreding die de Europese Unie stelt. Het Columbus-programma kan hen daarbij helpen, en ik vind het mooi dat ik een bescheiden rol mag vervullen in dit proces. Ik ondersteun onze collega’s op de Balkan bij het formuleren van een visie, een missie, strategische doelen en een vertaling daarvan in heldere operationele actiepunten. Daarbij komen werkelijk alle facetten van het hedendaagse douanewerk aan bod: risicomanagement, klantmanagement, handelsfacilitatie… noem maar op.”

“Bij de zusterorganisaties in Servië en Macedonië ligt de nadruk zeer sterk op het vergaren van belastinginkomsten. Belastingdienst en Douane worden er vooral gezien als bron van overheidsfinanciën. Op zich niet verwonderlijk en heel legitiem, maar de WCO wil de fiscale focus in deze landen wat verder verbreden. Dus: meer aandacht voor zaken als het stimuleren van de lokale economie, het versterken van de nationale concurrentiepositie en het harmoniseren van douanewetgeving – om het internationale handelsverkeer te bevorderen. Het is voor aspirant-lidstaten natuurlijk van belang dat ze in de pas lopen met de EU, in het licht van bijvoorbeeld het nieuwe Douane Wetboek van de Unie.”

“Mijn eigen interesse ligt vooral bij modern douanetoezicht – denk aan het AEO-stelsel. Dit stoelt vooral op vertrouwen, transparantie en samenwerking tussen overheid en marktpartijen. Als ik deelnemers aan mijn trainingen vertel hoe open de Nederlandse douane communiceert met het bedrijfsleven, reageert men doorgaans nogal onwennig. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de voorgeschiedenis en cultuur van de landen waar ik kom. Het communistische verleden is er nog voelbaar – men is er betrekkelijk hiërarchisch ingesteld en de overheid heeft nog altijd een oppermachtige positie. Daarbij staan deze jonge republieken nog niet erg hoog op de transparantie-index. Ondanks die op het oog lastige omstandigheden merk ik dat de collega’s daar bijzonder optimistisch zijn ingesteld. Dat stemt mij hoopvol voor de toekomst, al realiseer ik me dat je elk land zijn eigen tempo moet gunnen.”

“Als ik voor zo’n groep buitenlandse beleidsmakers sta, is mijn streven telkens een interne dialoog op gang te brengen – zonder dat ik me daar inhoudelijk in meng. De diensten die ik adviseer, moeten immers op eigen benen leren staan, dus niet te veel aan onze hand lopen. De verandering moet uit de mensen zelf komen. Daarbij: zij zijn net zo slim als wij, alleen hebben ze soms een duwtje nodig. Ik probeer enkel ideetjes te planten, in lijn met de WCO-uitgangspunten, in de hoop dat er iets moois opbloeit.”

Deel dit bericht