Het DWU en de weerbarstige praktijk

Na jarenlang praten over de letter der wet, is het sinds 1 mei tijd voor de concrete invulling van het Douanewetboek van de Unie. En die blijkt nog niet zo eenvoudig…

Op 1 mei werd na jaren voorbereiding het Douanewetboek van de Unie van kracht. Waar lange tijd was gepraat over de letter der wet, brak nu het moment aan van de concrete invulling. En die blijkt nog niet zo eenvoudig, weten douanemedewerker Mariët van Nieuwland en belangenbehartiger van het bedrijfsleven Dominique Willems.

“Wederzijds begrip is buitengewoon belangrijk in de relatie Douane-bedrijfsleven”, begint Willems, vertegenwoordiger van douaneagenten, expediteurs en logistieke dienstverleners in het grensoverschrijdend goederenvervoer bij FENEX en TLN (Transport en Logistiek Nederland). “Handel en industrie waren op 1 mei nog niet voor 100 procent klaar voor de introductie van het DWU – dat is iets wat de Douane moet begrijpen. Omgekeerd kon het bedrijfsleven niet van de Douane verlangen dat op die datum alles tot de laatste letter was uitgeschreven.” Mariët van Nieuwland – werkzaam bij het Olie- en Gasteam van de Belastingdienst en betrokken bij douane- en accijnszaken van alle grote olie- en gasbedrijven – beaamt Willems’ woorden. “We zullen nog regelmatig met elkaar om de tafel zitten om de gevolgen van het DWU te bespreken en een termijn vast te stellen waarbinnen de veranderingen moeten zijn doorgevoerd.”

Wat de implementatie van het DWU extra lastig maakt, is dat het zo lang heeft geduurd voordat helder werd hoe de nieuwe wet- en regelgeving er exact zou uitzien. Ook nu, na 1 mei, bestaan nog veel vragen over de precieze uitleg van de wetgeving. Hoe ondernemers dat ervaren? “Het is niet anders”, stelt Willems. “Het motto is: als het niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat.”

De handen ineen
In de aanloop naar 1 mei trokken de koepels en de Douane vaak gezamenlijk op. De roadshows om bedrijven te informeren zijn daarvan een voorbeeld. Willems zat tijdens die bijeenkomsten samen met douanemedewerkers in een panel om vragen te beantwoorden. Ook bij de totstandkoming van de wetgeving sloegen beide partijen de handen ineen, al had ieder zijn eigen belang en zijn eigen standpunten. Van Nieuwland: “We zijn het niet altijd eens en het gaat er soms best hard aan toe. We agree to disagree.”
“Maar wel vanuit een soort partnerschap”, stelt Willems. “Je hebt toch allebei te maken met de invoering van dat nieuwe wetboek. Samen kijk je hoe je voor iedereen een zo goed mogelijk resultaat kunt bereiken. Dat is uniek.” Het mooiste voorbeeld vindt hij Schiphol, waar de Vrije Zone type 2 verviel met de komst van het DWU. Vanuit het bedrijfsleven werd een werkgroep geformeerd die hiervoor een oplossing zocht, en op verzoek van de ondernemers sloot de Douane zich hierbij aan. “Wij bedachten een concept, en de Douane keek of dat in hun procedures paste. Zo’n vorm van samenwerking gaat echt ver.”

Douanewaarde punt van aandacht
Tot op het laatste moment was er onduidelijkheid over de nieuwe wetgeving, zoals over de bepalingen omtrent douanewaarde. Medio april bracht de Europese Commissie rond dit onderwerp een concept-guidance uit, die overigens afweek van het standpunt dat Nederland eerder had ingenomen. Van Nieuwland: “Omdat het een concept betreft, is op dit punt nog steeds discussie mogelijk. Als de Douane over een paar maanden constateert dat een bedrijf niet de juiste waardeberekening heeft gehanteerd, dan kan het zijn dat een boete of naheffing wordt opgelegd. Maar een ondernemer die zo’n UTB (uitnodiging tot betaling, red.) ontvangt, kan bezwaar of beroep aantekenen, en vervolgens kan nog anders geoordeeld worden.”

Dat is niet een gang van zaken waar het bedrijfsleven gelukkig van wordt, volgens Willems. Het traject van bezwaar en beroep kost immers tijd, geld en energie. “Bij de invoering van nieuwe wetten of nieuwe systemen worden in het begin altijd fouten gemaakt – aan beide zijden. Ik verwacht dan ook niet dat hier een jaar later bij een controle moeilijk over wordt gedaan. Toch blijft dit een aandachtspunt. Wij kunnen het op beleidsniveau wel met elkaar eens zijn, maar het gaat uiteindelijk om wat er in de praktijk gebeurt.”

Samen oplossingen zoeken
De interpretatie van het DWU – en ook de snelheid waarmee het wordt geïmplementeerd – kan per lidstaat verschillen. Het lijkt er zelfs op dat de invoering van de nieuwe wetgeving nog niet overal is doorgedrongen. Zo hoort Willems verhalen over Franse ambtenaren die ook na 1 mei vragen om een T5-document met een stempel erop. “In Frankrijk eist men nog steeds zo’n stempel, terwijl bedrijven het in Nederland niet meer kunnen krijgen. Dat leidt er toe dat een goederentransport soms een dag of zelfs enkele dagen vertraging oploopt. Daar wordt een zending vis of bloemen natuurlijk niet frisser van…”

Het voorbeeld van het stempel staat volgens Willems niet op zichzelf. “Het gaat om veel meer. Door de hoge tijdsdruk is in de aanloop naar het DWU vooral over beleidsvraagstukken gesproken; de uitvoering sneeuwde een beetje onder. Daardoor krijg je nu dit soort problemen.” Voor de Douane is het belangrijk dat de koepels laten weten waar bedrijven tegenaan lopen, stelt Van Nieuwland. “Dan kunnen wij kijken hoe we daarmee omgaan, zolang de lidstaten nog niet op één lijn zitten.” Dat zullen die koepels zeker blijven doen, zo verzekert Willems: “Er zit niets anders op. Samen moeten we in alle redelijkheid heel praktisch naar oplossingen zoeken. Gelukkig zijn we allebei – bedrijfsleven en Douane – goed vertegenwoordigd in Brussel. We kunnen onze stem laten horen.”

Deel dit bericht