“Goede afspraken kunnen de last beperken”

De komst van het Douanewetboek van de Unie lijkt geen verbetering voor post- en koeriersbedrijven. De Douane doet z’n best de pijn te verzachten.

“Voor het Nederlandse bedrijfsleven is het Douanewetboek van de Unie even wennen”, weet douanemedewerker Jan van Ginkel (midden op de foto). Eric van Nijf van FedEx (links op de foto) kan dit slechts bevestigen. Voor zijn werkveld is het DWU geen verbetering, stelt hij. Maar: “We zoeken samen naar praktische oplossingen. Daar is de Douane altijd goed in geweest, en dat zal niet veranderen.”

Van Nijf – als manager Global Trade Services al bijna 30 jaar verantwoordelijk voor alle in- en uitvoer- en transitactiviteiten van FedEx in Nederland – windt er geen doekjes om. “Het DWU is voor ons geen vooruitgang. Het enige pluspunt dat ik kan bedenken, is dat je op de lange duur naar een globaal Europees inklaringssysteem kunt. Dat is gunstig voor grote internationale bedrijven als FedEx. Die willen niet met 28 afzonderlijke overheden te maken hebben, dus dat zou een stap voorwaarts zijn.” Hij voegt eraan toe: “Maar zover is het nog lang niet, hoor. Dat ga ik in mijn werkende leven niet meemaken.”

Koerierscommissie
“Voor andere lidstaten is het DWU een verbetering, maar de Nederlandse douane was al zeer vooruitstrevend”, vervolgt Van Nijf. “Dat Nederland een belangrijk transitieland is komt niet alleen door de Rotterdamse haven of Schiphol. Want als Nederland een slecht functionerende Douane had, zouden we uitwijken naar andere havens en luchthavens. Ik heb op veel plekken over de grens gewerkt, maar zelfs in landen waarvan je denkt dat alles er goed geregeld is, lopen ze tien jaar achter op Nederland. De samenwerking tussen het bedrijfsleven en de Douane hier is uniek.”
“Wij hechten aan een goede verstandhouding met handel en logistiek”, beaamt Van Ginkel, die zich als beleidsmedewerker bij het Douane Landelijk kantoor bezighoudt met het vertalen van wetgeving naar uitvoering. De post- en koerierssector is een van zijn aandachtsgebieden.

Van Nijf maakt deel uit van het Overleg Douane Bedrijfsleven (ODB) en is voorzitter van de Koerierscommissie. Die zit elk kwartaal om de tafel met vertegenwoordigers van de Douane om zaken te bespreken die voor alle koeriersbedrijven van belang zijn. Geen individuele kwesties, maar onderwerpen die voortkomen uit afspraken met de dienst en uit wetgeving. Ook het DWU heeft gevolgen voor de hele sector. Van Nijf: “Het heeft voor iedereen min of meer dezelfde impact. We hebben allemaal dezelfde belangen en netwerken en lobbyen daarom ook gezamenlijk in het Brusselse.”

Lastenverzwaring
Van Nijf is blij dat de sector nog geen aanvullende aangifte in AGS hoeft te doen voor goederen met een waarde onder de € 22. Van Ginkel: “In de huidige regeling is dit niet nodig, maar volgens het DWU zou het wel moeten. De transitiebepalingen geven ruimte om het zo in te richten dat we voorlopig nog op de oude voet verder kunnen.”
“Anders zou het voor ons een enorme last betekenen”, zegt Van Nijf. “Het betreft 30 procent van ons volume. Daarvoor moet je dure administratieve krachten inschakelen die kunnen tariferen.”

De lobby om boekingsdrempels van € 10 voor douanerechten in stand te houden was daarentegen niet succesvol. “Die verandering heeft grote gevolgen”, aldus Van Nijf. “De last wordt nu bij het bedrijfsleven gelegd. Wij moeten bijvoorbeeld voor € 3 een factuur sturen, terwijl het maken van een factuur al meer dan € 3 kost.”

Een andere lastenverzwaring is dat voor veel douanevergunningen straks een AEO-certificaat (Authorised Economic Operator) nodig is. Van Nijf: “Voor een bedrijf als FedEx gaat daar gigantisch veel tijd in zitten. Bovendien zijn de AEO-eisen verzwaard, wat de administratieve lasten nog vergroot. Wij voldoen al aan de IATA-veiligheidseisen die de luchtvaart stelt. Daar komt dit bovenop.”

Bovendien moeten automatiseringssystemen worden aangepast – zowel die van de douaneorganisaties in de lidstaten als die van het bedrijfsleven. Van Nijf: “Dat gaat gepaard met grote investeringen. Bovendien moet je resources vrijmaken om de aanpassingen te kunnen doen.”

Soepele overgang
Van Ginkel toont begrip voor Van Nijfs kritische kanttekeningen. Hij zegt: “Nederland heeft door de jaren heen veel vereenvoudigde procedures toegestaan. De nationale invulling van de communautaire wetgeving gaf veel faciliteiten aan het bedrijfsleven. Als dan vervolgens op Europees niveau de zaak meer gelijkgeschakeld wordt, is dat voor het Nederlandse bedrijfsleven al gauw een verzwaring.”

Wel geeft de Transitieverordening een beetje lucht, stelt Van Ginkel. “Dat scheelt. Het biedt ons voorlopig de ruimte om in de praktijk de aangiften te blijven ontvangen zoals we dat deden.” De Douane werkt aan een uitleg van de bepalingen uit de Transitieverordening om de overgang van de huidige werkwijze naar de nieuwe situatie zo soepel mogelijk te laten verlopen. Dat stemt Van Nijf optimistisch: “Als we goede afspraken maken, hebben we er misschien niet al te veel hinder van.”

Deel dit bericht