“Samen met het bedrijfsleven willen we een goed proces neerzetten”

Met de komst van het Douanewetboek van de Unie volgend voorjaar verdwijnt de vrije zone Schiphol. Hoe wordt die lacune gevuld?

Sebastiaan Sintemaartensdijk, teamleider unit Klantmanagement, Douane Schiphol Cargo

Als op 1 mei 2016 de Union Customs Code (UCC), het douanewetboek van de Unie, van toepassing is, komt de vrije zone type II te vervallen. Vanaf dat moment bestaat de vrije zone Schiphol niet meer. De Douane onderzoekt samen met het bedrijfsleven wat straks de beste werkwijze is. “Het streven is dat we de goede aspecten behouden en de mindere verbeteren”, zegt betrokken douanier Sebastiaan Sintemaartensdijk.

“De vrije zone Schiphol heeft tien jaar goed gedraaid, maar het is prima om een vervolgstap te zetten”, vindt Sintemaartensdijk. Dat de vrije zone Schiphol komt te vervallen, is een onvermijdelijk gevolg van de UCC. “Het douanewetboek van de Unie – DWU – heeft als uitgangspunten: eenvoudig, Europees, online. Een vrije zone type II komt qua inrichting bijna nergens in de Unie voor. Als je vereenvoudiging en harmonisatie in alle lidstaten wilt, moet je aansluiten bij de typen vergunningen die er zijn. Daar past een uitzondering als de vrije zone type II niet bij.”

Geografisch gebied
Een vrije zone is in tegenstelling tot een vrij entrepot geen gebouw of ruimte, maar een geografisch gebied. Bij een vrije zone type II, zoals de vrije zone Schiphol, is geen sprake van afsluiting door een hek of een muur. Douanetoezicht vindt plaats aan de hand van de voorraadadministratie van de beheerder of operateur van de vrije zone. Daarnaast vinden fysieke controles plaats. Goederen die via Schiphol binnenkomen in de Europese Unie, worden ingeschreven in het goederenadministratiesysteem. Vanaf dat moment kunnen er goederenbewegingen plaatsvinden tussen de deelnemers aan de vrije zone, onder de voorwaarde dat administratief is vastgelegd waar de goederen zich bevinden. Alle deelnemers aan de vrije zone, zoals afhandelaars en expediteurs, houden dit bij in het Documentloos Goederenvolgsysteem (DGVS). Voor deze oplossing is een jaar of tien geleden gekozen door Douane, Air Cargo Netherlands (ACN) en brancheorganisatie Fenex.

Voorname rol koepels
Over het feit dat er een einde komt aan de vrije zone type II, is Sintemaartensdijk nuchter. “Jammer? Misschien. Maar elk nadeel heeft z’n voordeel. Als je kijkt naar de eisen van deze tijd en de huidige mogelijkheden om meer data met elkaar uit te wisselen, is het heel goed om een doorontwikkeling te maken. Op die manier kunnen we zowel de logistiek als het douanetoezicht versterken.”

Sintemaartensdijk vindt het belangrijk dat de Douane nauw samenwerkt met het bedrijfsleven. “In eerste instantie formeerde de dienst een interne werkgroep vrije zone, met daarin deskundigen van het Douane Landelijk kantoor en medewerkers die gestationeerd zijn op Schiphol. We wilden een goed beeld hebben van de wetgeving: wat verandert er precies, en hoe moeten we daarmee omgaan? Sinds afgelopen voorjaar overleggen we met Fenex en ACN over de komende veranderingen. De koepels spelen immers een belangrijke rol bij de uitrol van de nieuwe wetgeving.”

Groot gezamenlijk belang
Inmiddels zijn er meerdere bijeenkomsten geweest met ACN, Fenex en een vertegenwoordiging van bedrijven. “We hebben de huidige werkwijze geëvalueerd’, vertelt Sintemaartensdijk. “Wat gaat goed, en hoe behouden we dat? Wat gaat minder goed, en hoe verbeteren we die punten?” Vervolgens zijn er scenario’s benoemd en uitgewerkt. Sintemaartensdijk benadrukt dat de beslissing om straks een bepaald type vergunning aan te vragen bij het bedrijfsleven ligt. Bedrijven kunnen immers zelf het beste bepalen welke vergunningen passen bij hun goederenstroom en bedrijfsactiviteiten. “De Douane adviseert en faciliteert. Wij geven informatie over typen vergunningen: wat zijn de verplichtingen, hoe moeten bepaalde situaties worden uitgelegd, wat zijn de aandachtspunten voor het bedrijfsleven, hoe kijken wij daar als Douane tegenaan? Zo ontstaat er een wisselwerking tussen Douane en bedrijfsleven, die onze samenwerking ten goede komt.”

Volgens Sintemaartensdijk realiseren alle betrokkenen zich dat ze een groot gezamenlijk belang hebben. “We willen samen voor Schiphol weer een proces neerzetten dat enerzijds zorgt voor snelheid, flexibiliteit en goede doorstroming, en dat anderzijds goed douanetoezicht garandeert. Daarmee versterken we de mainportpositie van Schiphol.”

Deel dit bericht